rss search

next page next page close

Emerging Church V: Einde evangelisatie.

U leest een artikel die hoort bij een serie genaamd “The Emerging Church”. Klik op de links om de andere artikelen behorende bij deze serie te lezen.

1. Emerging Church: De nieuwe kerk

2. Emerging Church: Als Jezus zijn.

3. Emerging Church: Kerk en wereld.

4. Emerging Church: Over appels, bomen en bijeenkomsten.

5. Emerging Church: Einde evangelisatie. 

 

Hier is de evangelisatie-paradox. Je evangeliseert om een ander te overtuigen om Jezus te gaan volgen. Maar dat „evangeliseren” is soms zo’n onprettige activiteit, dat de persoon tegenover je denkt: „ik bekeer me maar niet, want straks moet ik ook zo gaan evangeliseren!” Wie heeft dat nooit gedacht toen Jehova’s getuigen aan de deur kwamen? „Ik laat me niet door hen overtuigen, want straks moet ik ook deur-aan-deur met een Wachttoren-blaadje!”

„Vriendschap-evangelisatie”, zeggen sommigen, „dat is de meest effectieve en prettige manier om te evangeliseren”. Maar vriendschapsevangelisatie is net zo paradoxaal. Op het moment dat je bevriend raakt met een niet-gelovige om die persoon tot bekering te laten komen, is de relatie per definitie niet meer vriendschappelijk. Het is ongelijkwaardig („ik ga jou de waarheid vertellen”), het is niet open (jij hebt een verborgen agenda) en je neemt de ander niet zoals hij/zij is.

Natuurlijk is evangelisatie meer dan het uitdelen van folders op de hoek van de straat. En natuurlijk is vriendschapsevangelisatie – als het goed is – getuigen van Jezus bij de mensen die op spontane wijze je vrienden zijn geworden. Maar de term „evangelisatie” is zo’n beladen term geworden dat de Emerging Church het tot symbool heeft gemaakt van hoe-het-niet-moet. Schaf maar helemaal af, zeggen veel Emerging Churches.
Mijn mening? Leer van Emerging Churches en neem het hele concept eens goed onder de loep. Hier volgen een aantal gedachten. Ze zijn van mij, maar geïnspireerd op het gedachtengoed van de Emerging Church.

Evangelisatie is niet: reclame maken

Als een bedrijf reclame maakt voor een product dan is dat niet uit oprechte liefde voor de klant. Het bedrijf wil verkopen en verdienen. Er worden allerlei creatieve campagnes verzonnen om de aandacht van de klant te krijgen. Het product wordt zo aantrekkelijk mogelijk gepresenteerd. Er wordt (meestal) niet gelogen maar dat scheelt niet veel.
Als een kerk reclame gaat maken voor het Christelijk geloof, dan wordt het geloof in een aantrekkelijke verpakking gestopt. Jezus wordt een vriend, God is alleen nog maar Liefde. Moeilijke aspecten passen niet in het doosje en worden verkleind of weggelaten. Het christendom is veel te weerbarstig, veel te stevig, veel te zwaar, veel te veelzijdig om in een slogan te vatten. Geen reclame maken dus. Wel moderne middelen gebruiken om helder inzicht te geven in wat we als Kerk geloven.

Vereenvoudig het christenzijn niet

Christen zijn is niet het hebben van een aantal geloofsovertuigingen. Het is veel meer. Het is overgave aan God in de meest brede zin. In de laatste decennia is in het rijke westen het volgende verkondigd: aanvaard Jezus offer voor jou, en als je dat doet ontvang je vergeving en mag je naar de hemel. In deze plukken we de vruchten van die verkondiging. De kerk zit vol met christenen die geloven in God, maar daar totaal niet naar leven. Als we blijven evangeliseren zoals we dat in de afgelopen decennia hebben gedaan, komen er nog meer van dat soort christenen bij. En dat willen we toch niet?
De Emerging Church focust op veranderde levens, niet op veranderde overtuigingen. Eerst laat je een andere manier van leven zien. Als dat een buitenstaander inspireert, zal hij/zij ook proberen anders te leven. Dan blijkt dat hij/zij God nodig heeft en komt hij/zij tot een ander geloof.
Even een vraag tussendoor: Leef jij je leven zo, dat het een inspiratiebron is voor niet-gelovigen? Zoniet, wacht dan nog even met evangeliseren totdat je God de ruimte hebt gegeven om je levenswijze op orde te brengen.

Wees niet selectief

Veel christenen zijn selectief in met wie ze over het geloof durven te praten. Jammer en lastig in een land als Nederland, waar zoveel Moslims, Boeddhisten, overtuigde atheïsten en orthodoxe Joden wonen. Daarmee passen we een soort van selectie toe. Mensen die niet uitgesproken zijn over hun geloof mogen over Jezus horen, maar mensen die een ander geloof aanhangen dan wij, krijgen niets. Maar de band Casting Crowns zingt het in één van hun liederen (If we are the Body): De prijs die Jezus betaalde is veel te hoog, dat wij selectief mogen zijn wie wel en wie niet mogen bij Hem mogen komen. Waar zijn we als Christenen bang voor? Dat de ander ons er uit-redeneert? Dat is onmogelijk als je over je persoonlijke geloof en ervaringen praat. Dat we als arrogant worden bestempeld? Dat zou geheel onterecht zijn aangezien het christendom niet een superieur denksysteem is, maar een persoonlijke relatie met God. Of zijn we bang dat we occult belast worden door met die ander om te gaan? Voor die gedachte is geen enkele Bijbelse grond.
Binnen de stroming van de Emerging Church vind je geen angst om het gesprek aan te gaan met anders-gelovigen. Toch wordt heel verschillend gedacht over andere godsdiensten. Zo gaat Sean Stillman van “Zac’s Place” veel om met de lokale Moslims zonder ze te willen bekeren. Hij hoopt dat ze na vijf of tien jaar iets van Jezus’ genade zullen zien in zijn leven en dat dat hen zal overtuigen. Pip Piper neemt echter een extreem standpunt in. Hij gelooft dat we zij-aan-zij met andere religies op geloofsreis moeten gaan en van elkaar kunnen leren.
Ik kan me vinden in Stillman, maar ben fel gekant tegen het standpunt van Piper. Hij relativeert zijn eigen gelijk tot op het punt dat die andere geloven net zo waar zijn. Dat klinkt prachtig in een talkshow op TV, maar ik hoor Jezus dat niet zeggen. Jezus stelt dat het heil uit de Joden is (Joh. 4:22). Punt. En dat Hij de zoon van God is. Punt. Jezus stierf vanwege zijn radicale uitspraken. Stefanus ook. En Paulus vervloekte iedereen die de kern van het evangelie durfde te veranderen (Gal. 1:8 en 9). Ook Paulus stierf vanwege zijn radicale boodschap. Wie stelt dat Jezus’ radicale/extreme boodschap niet van deze tijd is, die heeft weinig historisch besef. Jezus’ boodschap is in geen enkele tijdsperiode omarmd.

God is aan het werk in de wereld

De kerk is het lichaam van Christus. Dat wil zeggen dat Jezus in en door de kerk heen werkt. Dat wil niet zeggen dat Jezus alléén werkzaam is binnen de kerk! Ook buiten de kerk zie de Heilige Geest krachtig werken. Niemand heeft daar moeite mee als het ver van huis gebeurt. Moslim(a)s die over Jezus dromen bijvoorbeeld. Of wat ik een tijd geleden op een videoband (ja, zo lang geleden) zag: een volk met een primitief volksgeloof dat uitstekend aansloot op het evangelie. Maar staan wij er ook voor open dat God ook door niet-christenen kan spreken en werken? Hier zou ik een overweldigend aantal schriftplaatsen kunnen noemen waar God niet-gelovigen gebruikt om namens Hem te spreken. En ook heb ik meerdere keren ervaren dat God op wonderlijke manieren aan en door niet-gelovige mensen duidelijk maakt dat Hij er is.
De Emerging Church opent ramen en deuren van de kerk en gooit muren om zoals nog niet eerder vertoond is. Dat is nodig én gevaarlijk. Dat het nodig is, ziet bijna iedereen wel in. Dat het gevaarlijk is blijkt uit uitspraken van Emerging Church leiders die zo nauw aansluiten bij de hedendaagse cultuur dat ze er helemaal in opgaan.
Maar Jezus’ boodschap is niet Postmodern. En dat is maar goed ook want na deze Postmoderne episode komt er weer een ander wereldwijd paradigma. En daarna misschien weer een ander. Totdat Jezus terugkomt.

 

 


next page next page close
thumbnail Nieuwe cd van S en C zoom
next page next page close

Waarvoor dient de kerk?

Ik heb een boek in de kast staan met als titel „They like Jesus, but not the Church”. Dat beschrijft heel accuraat de houding van een groot deel van het westen tegen over de kerk. Je zou kunnen zeggen dat de reputatie van de kerk op z’n dieptepunt is. In het zuiden en oosten houden mensen niet van de kerk omdat de kerk niet is zoals hun religieuze leiders: Mohammed, Boeddha of de Hindu-goden. In het westen houden de mensen niet van de kerk omdat de kerk niet is zoals de eigen religieuze leider: Jezus. Misschien is dit wat te zwart-wit gezegd, maar iedereen voelt wel aan dat de kerk in het westen na moet denken over zichzelf. Daarom moet deze vraag gesteld worden: „Waarvoor dient de kerk?”

Ik heb mezelf dat ook vaak afgevraagd. Heel, heel lang geleden, toen ik zes of zeven was, herinner ik mij dat we ons opmaakten om naar de kerk te gaan. Het was oudejaarsavond en ik had, zoals altijd, beslist geen zin om te gaan. Mijn vader zei: „Toe nou, jongen. Het is de laatste keer van het jaar.” „Ik vroeg: hoef ik dan het hele jaar niet meer naar de kerk?” „Dat klopt”, zei mijn vader. Maar ik wist niet dat het nieuwe jaar de volgende dag al zou beginnen. En dat ik binnen een paar dagen al in de houten banken zou zitten.

En ik haatte dat! Ik haatte het om naar de kerk te gaan. En dat wist iedere kerkganger die de pech had om in een straal van een meter naast mij te zitten. Op goede zondagen tekende ik een kladblokje vol en zong ik zelf verzonnen stempartijen op de psalmen en gezangen. Op wat mindere zondagen rolden pepermuntjes onder de banken door, probeerde ik daar achteraan te duiken en becommentarieerde ik de preek in het oor van ieder die het wel of niet wilde horen. In een bepaalde duistere fase van mijn jeugd werd ik standaard naar mijn kamer gestuurd na afloop van letterlijk iedere kerkdienst. Mijn ouders hoefden op het laatst niets meer te zeggen: ik schopte mijn schoenen uit, hing mijn jas op en liep direct door naar boven.

Wat een ironie dat ik nu een bedrijf heb in het verbeteren van de kerkdienst! Dat is precies hoe God werkt. Hoe minder een bepaalde taak bij je past, hoe groter de kans dat Hij je precies dat laat doen. Dus als je er niet tegen kunt dat mensen lopen te klagen over hun problemen, dan word je misschien al klaargestoomd voor het pastoraat. En als je kinderen niet kunt uitstaan, geef je dan maar alvast op voor de crèche. En als je je eigen TV niet eens aan kunt krijgen ligt er misschien wel een bediening in de geluidstechniek voor je in het verschiet. Je weet maar nooit.

Maar terug naar ons thema: waarvoor dient de kerk? Als iemand op school of op je werk vraagt waarom je eigenlijk naar de kerk gaat, wat antwoord je dan? Er zijn veel theologische boeken over geschreven maar ik betwijfel of je daar mee verder kunt. Zo noemt een bepaalde professor 21 redenen. Onder andere „om een gewoonte vol te houden”, „om een traditie voort te zetten”, „een bijdrage te leveren”, „eventueel een ambt te dragen” en „het kerkelijk jaar mee te maken”. Dat kan wel waar zijn, maar ik heb er niets aan. Ik ga niet elke zondagochtend vroeg uit bed komen, mijn hele gezin meesleuren, een poos in de auto zitten, de dienst uitzitten en terugrijden om een bepaalde traditie vol te houden. Die prijs is best hoog. Té hoog om het te doen omdat het nu eenmaal altijd zo gedaan is.

We gaan op zoek naar een beter antwoord. En waar beter dan daar waar de kerk ontstaan is? Dat is net na de dood, opstanding en hemelvaart van Jezus. De volgelingen van Jezus maken mee dat de Heilige Geest plotseling in hen komt. Daardoor worden ze zo enthousiast dat ze letterlijk in vuur en vlam staan. Ze vertellen omstanders wat er met hen is gebeurd en dat gebeurt een beetje chaotisch. Totdat onze stoere visser, Petrus, wat harder gaat praten en zich richt tot alle omstanders. Hij steekt de eerste preek af. We lezen verder in handelingen 2:41-47.

Vers 41: „Zij nu die zijn woord met vreugde aannamen, werden gedoopt; en ongeveer drieduizend zielen werden er op die dag aan hen toegevoegd.” Opmerkelijk vers. Heb je de preek van Petrus wel eens gelezen? Laat me hem voor je samenvatten in één zin. „Jullie hebben Jezus vermoord en  aangezien Hij God zelf was, hebben jullie daarmee de ultieme kosmische fout gemaakt aller tijden. Zo’n blunder is er nog nooit begaan, en dat zal ook nooit meer gebeuren. Dus: bekeer je.” Respons: 3000 mensen zijn blij om dat te horen en nemen een nat pak op de koop toe.

Deze mensen, die blij werden om de gekste dingen, vormden de eerste kerk. En wat deden ze? We gaan naar vers 42. En let nu goed op, want ik heb iets moois ontdekt.
Vers 42: „Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.”

Hier staan vier dingen. Het eerste is: „Ze bleven trouw aan het onderwijs van de apostelen”. Dat onderwijs ging met name over Jezus. Over Zijn leven, Zijn dood en het feit hij was opgestaan. Dat laatste was voor hen niet een kwestie van: „Dat staat in onze oeroude belijdenisgeschriften”, maar meer een kwestie van „Bij Jonathan is hij langs geweest op donderdag, Bij Phillis op vrijdag en op Sjabbat at Hij een matze mee met Mattheüs”. In 1 Korinthiërs 15 lezen we dat maar liefst 500 mensen hebben verteld over een ontmoeting met Jezus na Zijn dood.

Punt 1 is onderwijs, punt 4 is gebed. Waarvoor dient de kerk? Om de waarheid omtrent God door te vertellen en het contact met God te herstellen en te onderhouden. En wat staat daar precies tussen in? Punt 2 en 3. Samen een gemeenschap vormen. Samen eten en herinneringen ophalen. Met de officiële en dure woorden gezegd: „Het gedenken van de Here Jezus” en „het vormen van een gemeenschap”. Met dat laatste woord moet een beetje opgepast worden, want heel veel mensen denken daarbij aan iets anders.

Punt 1 en 4 zijn zogenaamde „verticale” punten. Verticaal betekent van boven naar onder. God is boven, en wij zijn beneden. Het gaat over onze relatie met God. Punt 2 en 3 zijn horizontale punten. Van links naar rechts. Wij staan naast elkaar. De punten gaan over onze relatie met elkaar. En een verticale lijn en horizontale lijn vormt samen… Het kruis.

Lezen we vers 43 tot 47, dan ontdekken we exact hetzelfde. Vers 43 spreekt over wonderen die gebeurden, waardoor de hele omgeving ademloos toe zat te kijken. En vers 47 spreekt over aanbidding. De kerk liet zien dat ze van Jezus hield en zong, juichte, knielde. En dacht de omgeving „Wat een weirdo’s, wat doen ze gek”? Nee, ze stonden in aanzien bij het volk en God zorgde dat mensen vanzelf de deur van de kerk plat werd gelopen. Punt 1 en punt 4 in dit rijtje zijn verticale punten. God en mensen die samenwerken. En punt 2 en 3? Weer exact hetzelfde als in vers 42. Weer de gemeenschappelijkheid en het samen eten en gedenken.

Dit noemen we een „inclusio”. Niet alleen in de woorden en zinnen zit een boodschap, maar ook in de manier waarop het is opgeschreven. De boodschap van deze inclusio is dit: Het hebben van een relatie met elkaar is omsloten door het hebben van een relatie met God. Dat klinkt heel erg moeilijk, dus laat het me op een andere manier zeggen.

Je neemt een bolletje van de bakker, en snijdt hem open. Daartussen doe je het beleg; bijvoorbeeld kaas. En dan heb je een broodje kaas in handen. Aan het broodje zelf zit weinig smaak. En alleen kaas vult niet. Maar als je kaas laat omsluiten door het brood, dan heb je een voedzame en smaakvolle maaltijd.

Zo is het ook met de kerk. Als een kerk alleen bezig is met God en het goddelijke dan wordt het een kille, droge kerk. Een kerk waar geen liefde is, maar wel spanningen, haat, nijd, achterdocht, machtsmisbruik en desinteresse in elkaar… Dat is een droog brood. Het voedt je. Maar met weinig plezier.

Je hebt ook kerken waar het gezellig is. Het gaat daar om de gezamenlijke geloofsreis en het geloofsgesprek maar echte kennis van wie God is en wie Jezus is ontbreekt. Men bidt nauwelijks en de Bijbel wordt niet serieus genomen. Zo’n kerk is een plakje kaas. Lekker, maar het vult niet. Je loopt net zo leeg de deur van de kerk uit, als dat je de kerk binnenkwam.

De kerk heeft een verticale functie en een horizontale functie. Ze zijn niet los van elkaar verkrijgbaar. Waarvoor de kerk dient? De kerk is er om elkaar te dienen en God te dienen.

In de prekenserie „spreken met God” vertel ik heel wat over de omgang van God; nu richt ik me meer op de omgang met elkaar. Met heel veel plezier zelfs, want er zitten nog twee geheimen verstopt in deze verzen.
Terug naar vers 42. Daar staat dat de gedoopten een gemeenschap vormden. Dat is zwak uitgedrukt. Het ging namelijk wat verder dan het oprichten van een vereniging. Het woord dat gebruikt wordt voor „gemeenschap” is koinonia. En dat woord had zowel voor de Grieken (aan wie Lucas het boek handelingen met name schreef) en voor de Joden een bijzondere betekenis. Het was het hoogst haalbare qua harmonieus samenleven. Zowel beroemde Griekse wijsgeren – denk aan Pythagoras – als invloedrijke sekten in het Jodendom – denk aan de Essenen, beroemd van de Dode Zee Rollen – streefden er naar om op die manier samen te leven. En Lucas zegt: hier is het gelukt. Hier is koinonia. De manier waarop er binnen de kerk met elkaar omgegaan werd, was jaloersmakend. Dat maakte de kerk woest aantrekkelijk.

Is dat nog steeds zo? Verdringen mensen zich om bij de kerk thuis te horen vanwege de liefde en de zorg en de aandacht?

In de verzen 44-46 wordt precies verteld wat nu zo bijzonder aan die gemeenschap was. „Ze hadden alles gezamenlijk”. Er was niemand rijker dan de andere, want iedereen stelde zijn bezit beschikbaar. Er was dus vertrouwen onderling. Iedereen vond de ander net zo belangrijk als zichzelf. Niemand kreeg een groter stuk van de taart.

Armoede teistert onze planeet.
1% van de wereldbevolking heeft de helft van het bezit
De 85 rijkste mensen op de aarde hebben evenveel bezit als de armste 50% van de wereld.
In bijna alle landen is het verschil tussen rijk en arm groter geworden.
Sinds de crisis zijn de rijken opgekrabbeld en de armen nog armer geworden.

Deze wereld heeft weer een kerk nodig die durft te delen. Dit is uitdaging 1.

Verder lezen we dat er in de eerste kerk dagelijks bijeenkomsten waren. Ze kenden elkaar. Ze vluchten de tempel niet uit nadat Petrus’ preek was afgelopen. Nee, ze bezochten elkaar en spraken met elkaar. Geen jachtigheid; nee. Echt contact.

Wist je dat dertig jaar geleden 7% van de mensen aangeeft dat ze geen niemand hebben om belangrijke dingen mee kunnen delen? Dat is bijna één op de tien. Maar dat is een oud gegeven. Duke University heeft een nieuw onderzoek uitgevoerd. Want sinds dat laatste onderzoek is internet en social media opgekomen en hebben mensen honderden vrienden. Kijk maar eens achter je naam op Facebook. En wat blijkt? 25% van de mensen geeft aan dat ze niemand hebben om belangrijke dingen mee te delen. Eén op de vier.

Waarvoor dient de kerk? Daarvoor. Dit is uitdaging 2.

Lucas heeft nog één geheim verstopt in dit stukje tekst.

Lees eerst Handelingen 2:47 en daarna uit het andere boek van dezelfde schrijver; Lucas 2:52. Wat is de grote overeenkomst? Jezus stond in het begin in de gunst van de mensen, en later niet meer. De kerk stond in de gunst bij de mensen, maar later niet meer. De gemeente in Jeruzalem werd na korte tijd ook vervolgd. Waar de schrijver Lucas naar toe stuurt is: de kerk vertelt niet alleen over verschijningen van Jezus op aarde, maar is zelf de verschijning geworden. De kerk is Jezus. Of zoals de schrijver Paulus zegt in één van zijn brieven (1 Cor. 12): wij zijn het lichaam van Jezus. Wij zijn lichaamsdelen van elkaar.
En dat heeft een aantal consequenties:
Als één lichaamsdeel pijn heeft – zeg je kleine teen – dan lijdt het hele lichaam mee. Lijd jij mee met andere leden?
We kunnen niet weglopen van elkaar. Als jij uit je kerk weg loopt, dan betekent dat een amputatie. Die gemeente mist iets vanaf dat moment.
Als jij elke zondag naar de kerk gaat en verder niets doet binnen dat lichaam, dan ben je waarschijnlijk een blinde darm. Er is maar één blinde darm in een lichaam. En zelfs die kan gerust verwijderd worden. Wees geen blinde darm!
Van lichaamsdelen mag worden verwacht dat ze naar het Hoofd luisteren. Het hoofd is Jezus Christus. Doe je dat niet, dan heeft het lichaam een tic. Dan beweegt het spastisch. En o, wat zie je een hoop spastische bewegingen bij kerken de laatste tijd. Mensen die dingen doen of zeggen waarvan ik zeker weet dat dat niet uit opdracht van het Hoofd is geweest.

Waarvoor dient de kerk? De kerk dient God en mensen. Net zoals Jezus dat deed. Want de kerk is als Jezus.

En jij, ben jij de kerk? Hoor jij er bij? Wil jij je vereenzelvigen met dit krimpende, ruziënde, ernstig onvolmaakte mensen? Ik hoop het. Want misschien, met jou er bij, kunnen we er wat aan veranderen.


next page next page close
next page next page close

Emerging Church IV – Over appels, bomen en bijeenkomsten

U leest een artikel die hoort bij een serie genaamd “The Emerging Church”. Klik op de links om de andere artikelen behorende bij deze serie te lezen.

1. Emerging Church: De nieuwe kerk

2. Emerging Church: Als Jezus zijn.

3. Emerging Church: Kerk en wereld.

4. Emerging Church: Over appels, bomen en bijeenkomsten.

5. Emerging Church: Einde evangelisatie. 

 

De Emerging Church is heel anders dan de kerk. Anders dan de traditionele kerk, dan de zoekersgerichte kerken, dan de vrij recente generatie-X kerken en anders dan huiskerken. Dat bindt de Emerging Church-kerken samen. Maar het hebben van een gezamenlijke vijand – nou ja, iets waar je je tegen af kunt zetten – geeft je geen identiteit. Noemen wat je niet doet wil nog niet zeggen wat je wél doet.

Zo hebben veel Emerging Churches afgedaan met de kerkdienst. Er is geen centrale bijeenkomst meer, de hele kerk komt samen in kleine kringen, dat is alles. Die kringen worden niet gevormd uit een groter bestand van leden, nee, iedere kring breidt zichzelf uit, heeft zijn eigen administratie (of helemaal niet) en heeft zijn eigen dominee, ouderlingen en diakenen (of helemaal niet). Gemeenschap in de meest pure vorm. Kerk-zijn hoeft voor de Emerging Church ook niet meer georganiseerd te worden. Alle kerkstructuren die niet ten dienste staan van de gemeenschap worden weggesneden.

Je vraagt je af of dit nog wel een kerk is. Die vraag is aan verschillende Emerging Churches gesteld. Ja, zeggen de Emerging Churches in koor. En theologisch gezien hebben ze gelijk: waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, zegt Jezus, ben ik in hun midden. Overal waar broers en zussen elkaar ontmoeten in de naam van Jezus, daar is de kerk. Ingewikkelder hoeft het niet te worden. De vraagsteller zal bij zichzelf te rade moeten gaan wat voor verplichtingen hij of zij de kerk op wil leggen. De traditionele manier van samenkomen hoeft niet de Bijbelse manier te zijn. Het gebeurt zo vaak dat we de Bijbel belijden, maar de traditie naleven.

De tweede vraag die je stelt is: wordt het niet te gauw een praatclubje? Of een christelijke versie van de televisieserie Friends? Dit hoeft niet zo te zijn. Sommige Emerging Churches vragen veel meer commitment dan enig andere kerk. Een kerk in Leeds (GB), Revive, vraagt bijvoorbeeld van ieder lid om één of twee kerkleden te houden aan vijf grondwaarden. Men neemt de verantwoordelijkheid voor elkaar. Kerk-zijn wordt heel erg serieus genomen.

Maar in hoeverre is dit concept van kerkzijn anders dan van een gemiddelde protestantse kerk? De meeste kerken die ik ken, zijn verdeeld in kringen. Er wordt vaak van ieder lid verwacht deel te nemen aan een kring. In veel kerken zegt men zelfs: “We zijn niet een gemeente met kringen, maar een gemeente van kringen.” Daarmee wordt bedoeld dat het samenkomen in de kring essentiëler is voor het kerk-zijn dan wat dan maar ook. Waar heel veel Emerging Churches de nadruk leggen op samenkomen in kringen, doen veel ‘gewone’ kerken dat ook.

De appel valt dus toch niet zo heel ver van de boom. Maar omdat de appel zichzelf Emerging Church is gaan noemen, probeert de appel zo ver mogelijk van die oude(rwetse) tradionele boom af te komen. De kerkdienst is (te vaak) een symbool van traditionalisme, dus ligt het voor de hand om zich daar van af te zetten. De Emerging Church doet niet meer aan kerkdiensten omdat de angst groot is dat de Emerging Church weer terugveert naar een tradionele manier van kerkzijn.

Het is niet erg dat de Emerging Church zich afzet tegen het oude. Het is juist verfrissend. Schaf de liturgische kerkdienst maar eens af en keer dan terug naar wat in de Bijbel (bijv. 1 Cor. 14) wordt gezegd over kerkdiensten. Probeer met kennis van het Woord nieuwe vormen van samenkomen te ontdekken.

De meeste kerken hebben de luxe niet om de kerkdienst af te schaffen. Zacht uitgedrukt zou niet ieder kerklid daarmee instemmen! En ook dat is niet erg. Want wat blijkt? Sommige Emerging Churches (Zoals Waters Edge en Vineyard Central in de VS) houden, na de kerkdienst afgeschaft te hebben, een aantal jaren later toch weer gezamenlijke bijeenkomsten. De kerkdienst lijkt onlosmakelijk verbonden te zijn met de kerk en het zit er voorlopig niet in dat de kerkdienst (in de zin van de samenkomst van de gehele gemeente) gaat verdwijnen voordat Jezus terugkomt. Die toekomstvoorspelling durf ik te doen met het oog op het verleden. Nog nooit in de afgelopen 2000 jaar heeft een grote kerkelijke stroming de kerkdienst afgeschaft.

De Emerging Church denkt qua visie op bijeenkomsten niet heel veel anders dan de meeste andere kerken. Maar ze doen beter hun best om de visie waar te maken. Veel kerken zeggen wel dat ze het kringenwerk belangrijker vinden dan de kerkdienst, maar al het geld rolt toch richting diezelfde kerkdienst. Denk aan het gebouw (heb je niet nodig voor kringenwerk want dat kan thuis) en denk aan de voorganger (vaak meer bezig met de preek dan met de kring). Waar de Emerging Church wél een gezamenlijke kerkdienst houdt, heeft men de visie om ieder lid te laten participeren in de kerkdienst. Dit gebeurt dan ook. Dat ieder iets bijdraagt in de dienst (1 Cor. 14:26) en dat iedereen elkaar aanspoort om lief te hebben en goed te doen staat in iedere bijbel en toch laten de meeste kerken dat tijdens de dienst allemaal over aan de voorganger.

Misschien moet de oude kerkboom een beetje richting de Emerging Church appel. Helaas zijn bomen niet zo goed in beweging te krijgen. Behalve als ze omgehakt worden. En dat is een waarschuwing voor alle kerken.


next page next page close

Lofprijs en aanbidding verandert alles

God is Heilig. Hij is ontzagwekkend. Beangstigend. Hij doet dingen die we niet begrijpen en wat ons bang maakt. Als we iets zien gebeuren als de dood van Uzza (1 Kr. 13:5-14) dan rennen we het liefst weg van God. We snappen het niet, we willen het niet snappen, maar we willen onze God als oude man met een witte wollige baard terug. Een God die lijkt op Sinterklaas en doet als Sinterklaas. Maar ook al is Hij oneindig Goed en oneindig Lief. Hij is ook Heilig. Hij is een verterend vuur.

Wegrennen van God heeft weinig zin. Vraag Jona maar. Hij is overal. Hij is dus hier. Hij zit naast je. Hij staat achter je. Het enige wat je kunt doen is, doen alsof Hij er niet is. Je kunt God negeren. Hem vergeten. Maar wat gaat er mis als we God vergeten?

  • We doen dingen die hij verboden heeft. We gaan zondigen. Daardoor beschadigen we onszelf en anderen.
  • We worden hoogmoedig. Omdat we niet zien hoe klein we zijn in vergelijking met God, denken we dat we groot en belangrijk zijn. Een kaarsje in het donker verlicht de hele kamer, maar zet een kaarsje in de zon, dan is het niet meer te zien.
  • We worden bang en bezorgd. Er is niemand die op ons past, denken we. Dus we zijn overal bezorgd en bang over. Johnny van 6, bijvoorbeeld, was bang in het donker. Zijn moeder vroeg hem een blik tomatensoep te halen uit de kelder. Het was daar donker, dus hij durfde het niet. Zijn moeder zei: “Toe maar jongen, Jezus zal daar ook zijn, dus je hoeft niet bang te zijn.” Johnny liep naar de kelder, deed de deur op een kier en riep in de donkere kelder: Jezus, als u daar bent in de kelder, kunt u dan een blik tomatensoep aangeven? Johnny had beter dan wie dan ook begrepen hoe belangrijk het is om Jezus ook in dagelijkse zaken te betrekken.
  • We worden roekeloos met het geestelijke. We roepen geesten aan die we niet aan moeten roepen, we spreken vloeken uit zonder ons daar bewust van te zijn en we misbruiken Gods naam.

Uzza ging roekeloos om met de Ark, want hij zag niet in hoe heilig God is. Daarom stierf hij. Weet je wat ik lastig vind? Uzza bedoelde het goed. Hij wilde voorkomen dat de Ark viel. En David bedoelde het ook goed. Nadat Saul God en de ark jarenlang had genegeerd, wilde David God in het centrum van het dagelijks leven plaatsen. Niets dan goedheid. Maar onze goedheid is niet goed genoeg. Al hebben onze politici de beste bedoelingen, ons land kan nog steeds ten onder gaan. Al hebben onze oudsten de beste bedoelingen, ons gemeente kan uiteen vallen. En al hebben we als ouders de beste bedoelingen, ons gezin kan door ons toedoen kapot gemaakt worden. Onze goedheid is niet goed genoeg. We hebben God nodig. We moeten God zien in ons leven.

Hoe kunnen we God zien? Door te gaan prijzen en aanbidden. Dat betekent dat je nergens aan denkt, dan aan God. Dat je alles en iedereen vergeet om je heen. En dat je nadenkt en leest over God. Door te zien en te ervaren hoe groot, goed en heilig God is. En dan verandert alles. Lofprijs en aanbidding verandert alles.

Waar ging het mis bij Uzza? Al aan het begin van het verhaal. 1 Kron. 13:1-4: “Nadat David met al zijn legeraanvoerders had beraadslaagd …

zei hij tegen de gemeenschap van Israël: Als u het ermee eens bent … laten we de ark van onze God naar ons terughalen, want in de dagen van Saul hebben wij er niet naar gevraagd. Toen zei heel de gemeente, dat men het zo doen zou, want die zaak was goed in de ogen van heel het volk.”

Waarom gaat David te rade bij het volk? Zou hij dit niet aan God moeten voorleggen? Eerst vraagt hij de legeraanvoerders; maar wat hebben die er mee te maken? En dan het hele volk. Weet het volk meer dan God Zelf? David weet heel goed dat hij dit soort vragen aan God moet stellen. Rond die tijd voert hij oorlogen met de filistijnen, en wat lezen we in 2 Sam. 5:19: “David vroeg de Heere, zal ik optrekken de Filistijnen?” en in vers 23: “David vroeg de Heere om raad”. Ook nadat Uzza is gestorven geeft David deze fout toe. “De Heere, onze God, [heeft] ons een zware slag toegebracht, omdat wij Hem niet hebben geraadpleegd overeenkomstig de bepaling.”

Waarom vraagt David bij zo iets belangrijks het volk, en niet de Heere God? Het is goed te begrijpen als je weet dat David nog maar net koning is. En hij wil aardig gevonden worden. Hij wil dat het volk hem accepteert als koning. Dus doet hij heel voorzichtig. En wil hij niemand van volk en zeker van de legeraanvoeders boos maken. Als hij ‘s nachts in zijn bed ligt, ziet hij de boze gezichten van het leger en het volk. Hij ziet de mensen die kritisch op zijn. En hij ziet God niet, die veel belangrijker en wijzer is. Als we God niet zien, nemen we domme beslissingen. Als we God wel zien, ontvangen we wijsheid.

Hoe zit het met jou? Als je een beslissing moet nemen, wie zie je dan voor je? Je baas? Je moeder? Een kritische klant? Degene die je pest op school? Of God? Welke stemmen hoor je? Van kritische mensen, of van God? Lofprijs en aanbidding helpt je om te richten op het zien en horen van God.

David maakt nog een cruciale fout. Hij legt de ark op een kar, met twee runderen er voor. Dat was niet goed. God had precies verteld hoe de ark gedragen moest worden. Met draagbomen, die rusten op de schouders van Levieten. Dat is veel veiliger. Als er één struikelt, vangen de drie anderen de ark op. Zonder daarbij de ark aan te hoeven raken.

David had de boekrollen van de wet gewoon in bezit. Hij had dat kunnen lezen. Uzza had van zijn grootouders en ouders moeten leren dat je voorzichtig moet zijn met de Ark. In de tijd van zijn opa en oma had de ark een tijdje in een gebied gestaan, genaamd Beth Semes. Een paar mensen wilden graag weten wat er in de ark lag en konden hun nieuwsgierigheid niet beteugelen. Ze gluurden even onder het deksel. Die dag vonden zeventig mannen de dood.

Het moet een tijd zijn geweest als de onze; er gebeurden weinig bovennatuurlijke dingen. Het leven ging door, zonder dat Gods kracht ergens werd gezien. In zo’n tijd wordt je gemakkelijk roekeloos met alles wat geestelijk of bovennatuurlijk is. Je neemt het niet zo serieus. Je merkt er toch niets van? En er stierven 70 mannen die dag, omdat ze roekeloos waren met alles wat bovennatuurlijk, geestelijk en heilig was.

Ik vraag me af waarom Uzza dit niet gehoord heeft van zijn opa en oma. Of vader of moeder? Wat leren wij onze kinderen aangaande het occulte en het heilige? En, beste grootouders, wat is jullie geleerd? Weten jullie genoeg?

Uzza sterft door onbedachtzaamheid. Zo noemt de Bijbel het in 2 Samuël 6:7. Roekeloosheid, domheid, naïviteit. Is dat eerlijk of niet? Mag God iemand straffen die goede bedoelingen heeft, maar gewoon een beetje dom handelt? Je mag er van vinden wat je wilt. David was er in ieder geval erg boos over. Maar dit is de waarheid: Domheid kan je duur komen te staan. Zorg daarom dat je voorzichtig wordt als het op Goddelijke en geestelijke zaken aankomt. Maar voorzichtig wordt je vanzelf, wanneer je leert om naar God te kijken.

De ark wordt voor drie maanden ergens in een woonhuis geparkeerd. In die drie maanden haalt David de schade in; hij gaat studeren. En hij leert 1) dat het vervoer en de muziek uitgevoerd moet worden door priesters en Levieten,  2) Dat de Ark met draagstokken moet worden gedragen, 3) Dat de priesters en Levieten zichzelf moesten heiligen en reinigen, en 4) dat je best boos mag worden op God, maar dat je uiteindelijk toch moet erkennen dat Hij gelijk heeft. Uiteindelijk belijdt David schuld. In 2 Sam 6:13 lezen we:  “En het gebeurde, nadat de dragers van de ark van de Heere zes stappen gedaan hadden, dat hij een rund en een gemest kalf offerde.” Waarom zes stappen? Waarom niet zeven zoals meestal het geval is? Zes is het getal van de onvolmaakte mens. David zegt hiermee: ik heb fout gehandeld. Het is mijn schuld. En hij brengt een schuldoffer.

Velen van ons zondigen, zonder het te weten. We doen verkeerde dingen, gaan tegen Gods wil in maar hebben daar geen flauw benul van. Maar per ongeluk zondigen, is nog steeds zondigen. Het maakt jou en je omgeving kapot. En je gaat er mee door want je weet het niet. Hoe is het gesteld met onze bijbelkennis? Door de Bijbel heen, leren we God zien. Hij openbaart zichzelf op iedere pagina en laat je weten hoe je leeft naar Zijn wil. Interesseert het je? Wil je het weten?

Veel mensen komen alleen naar de kerk om te horen over hoe ze meer vreugde kunnen ervaren. Of hoe ze stress en zorgen tegen kunnen gaan, of hoe ze met anderen om moeten gaan. We willen het maximale uit het leven halen. Stuk voor stuk belangrijke onderwerpen, maar wie bekommert zich er nog om hoe we geestelijk kunnen strijden? Hoe we ons moeten reinigen en heiligen, iedere dag? Hoe lofprijs en aanbidding werkt? Welke vloek of zegen op de gemeente rust en hoe engelen en demonen door ons gebed en vasten en aanbidden en lofprijzen worden beïnvloed? Weet je inmiddels hoe er stromen van levend water uit je kunnen vloeien en hoe de Heilige Geest de ruimte krijgt? Als je Christen bent geworden, ben je bevrijd van de schuld van de zonde, maar leef je daadwerkelijk vrij van de macht van de zonde? In hoeverre leef je vanuit de Geest, in plaats van uit het vlees?

In 1 Kor. 3:17 staat “De Heere nu is de Geest; en waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid. Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.” Een ingewikkeld vers misschien, maar het vertelt ons dat als we naar God kijken, we door de Heilige Geest veranderen. We gaan sprekend op Hem lijken. Als we God zien, worden we heilig, zoals Hij heilig is. Als we God zien, ontvangen we heiligheid.

David had drie maanden nodig om God weer te kunnen zien. Eerst was hij boos, daarna werd hij bang voor God. Hij bestudeert vervolgens de wetten, drie maanden lang. Pas dan ontdekt hij zijn fout en wordt zijn blijdschap hersteld. Om God opnieuw te zien heb je soms een flinke pak bijbelstudie nodig. Ga niet te gauw lofprijzen en aanbidden. Zorg dat je de God kent die prijst en aanbidt. God is niet blij met alle lofprijs en aanbidding. Soms is onze lofprijs en aanbidding juist een bewijs dat we God helemaal niet kennen. Dat we Hem niet zien.

Toen de Israelieten Egypte verlieten en hun leider Mozes een lange tijd afwezig was, wilden ze God tastbaarder maken voor hun aanbidding. Dus maakten ze een gouden kalf en zeiden ze: Dit is de God die ons uit Egypte geleid heeft! Was God hier blij mee? Nee! Het beeld van wie God werkelijk is werd verschrikkelijk verwrongen. God is geen gouden kalf. Hij is geen Egyptische God.

David liet de ark op een wagen laden, getrokken door twee runderen. Dat was al een keer eerder gedaan. Door de Filistijnen. Nadat zij de ark buit hadden gemaakt, werden ze vreselijk gestraft en wilden ze zo snel mogelijk van deze God af. Ze laadden de ark op een kar met twee runderen er voor. David vervoert de Ark op exact dezelfde wijze en zegt daarmee eigenlijk dat God een Filistijnse God is. Hij accepteert dat niet.

God is geen Egyptische God en ook geen Filistijnse God. Maar Hij is ook geen Nederlandse of Belgische God. Hij wil gezien worden en geen masker opgedrukt krijgen. Dat is het ergste wat je kunt doen. Lees de Bijbel en lees over hoe Hij is. Druk niet je eigen stempel op Hem.

De ark wordt Jeruzalem in gedragen. Nog even en God is het centrum van de Israëlische maatschappij. Achteraf weten we dat vanaf dit moment de gouden eeuw van Israël is aangebroken. God wil zo graag in het centrum van ons leven staan. En David wil God graag in het centrum van de maatschappij. Muziek klinkt overal en een grote menigte danst voor de Ark. David heeft weinig kleren aan, alleen een linnen priesterhemd. Hij staat letterlijk in zijn hemd.

Zijn vrouw Michal ziet het en ze ergert zich. Zij ziet maar één ding tijdens de ceremonie. Namelijk haar man die voor gek staat. En ze beseft dat zij, als koningin, daar op wordt aangekeken.

Michal ziet God niet. De geestelijke realiteit is voor haar onzichtbaar. Het enige wat ze ziet is status. Mensen die God niet zien, raken gemakkelijk onder de indruk van mensen. En natuurlijk van zichzelf.

David daarentegen is zichzelf helemaal vergeten. Hij ziet niet wat hij draagt of hoe hij zich beweegt. Heb je ooit zo geprezen en gebeden dat je jezelf volledig vergeet? Dat je alleen God nog ziet. Dat moet je meemaken. Het is letterlijk: Heerlijk. Mijn droom is dat iedere zondagochtend de hele gemeente zichzelf vergeet en dat niemand nog op zichzelf of een ander let. Dat iedereen naar God kijkt.

Want als we God zien, ontvangen we nederigheid. Hij is zó groot dat onze zogenaamde deftigheid en waardigheid compleet oplost in Zijn overweldigende grootheid.

Hoe kunnen we meer van God zien?

De profeet Elisa zag God (2 Koningen 6). Hij leefde in een tijd dat de koning van Syrië aanvallen uitvoerde op Israëlisch grondgebied. Maar Elisa kreeg het inzicht van God om precies te weten waar de Syriërs zouden gaan aanvallen. Zo kon de koning van Israël zich telkens verdedigen tegen de aanvallen. De koning van Syrië ontdekte al gauw wat de profeet Elisa deed en wilde Elisa te grazen nemen.

Op een dag stond de knecht van Elisa vroeg in de morgen op. Hij ontdekte, lichtelijk in paniek, dat de hele stad omsingeld was met soldaten. Elisa kalmeerde de knecht en vroeg God om ook Zijn ogen te openen. De knecht keek nog een keer rond en zag allemaal vurige paarden en wagens om zich heen. Eén gebed en de knecht zag de geestelijke werkelijkheid om hem heen.

Soms is één gebed genoeg. “Heer, open onze ogen.” Velen van ons leven in de mist. Ze zien geen hand voor ogen, en doen maar wat. Er is geen wijsheid, er is geen bedachtzaamheid, er is geen heiligheid en geen nederigheid. Ze leven hun leven want ze weten niet beter. Als jij zo iemand bent, bid God dan dat die mist gaat optrekken. En zet je gebed om in actie en ga de Bijbel lezen. Wisten jullie dat als een kleine stad en de hele omgeving daar om heen wordt bedekt door een dikke mist, die mist in vloeibare vorm minder dan een badkuip kan vullen? Al die problemen en obstakels die we zien in het leven zijn in werkelijkheid een paar druppels water. Het is er niet echt. Soms is er maar één gebed nodig, en de mist trekt op.

De natuurlijke wereld die we om ons heen zien is niet de echte wereld. De geestelijke wereld is vele malen echter. Als we God lofprijzen en aanbidden richten we ons op het geestelijke. We onttrekken ons niet aan de realiteit, we erkennen juist de realiteit. Als we onszelf disciplineren in het prijzen en aanbidden van God, thuis en in de kerk, groeien we in wijsheid, bedachtzaamheid, heiligheid en nederigheid. Want we leren te kijken naar God.


next page next page close

Psalmen in de kerkdienst

Waarom zingen we zo weinig Psalmen in de kerk? In reformatorische kerken doen de gezangen het wat beter dan de Psalmen. En in Evangelische, Charismatische en Baptistische kerken hebben we helemaal geen Psalmenbundel. Hoogstens worden een paar fragmenten van Psalmen aangehaald of geparafraseerd in de Opwekkingsbundel.

Zou dat niet anders moeten zijn? Een paar weken geleden mailde iemand mij met de vraag of we de Psalmen niet opnieuw meer ruimte moeten geven in de kerkdienst. En dan niet alleen de blije en lieve psalmen, maar ook de boze en verdrietige. Hij nam goed gezelschap mee in zijn mail: Tom Wright. Deze Nieuwtestamentische theoloog heeft zich over het boek Psalmen gebogen en komt met verrassende inzichten.

Als je even tijd hebt is het beslist de moeite waard om deze lezing te beluisteren: http://www.youtube.com/watch?v=aSb62xG9om0. Het eindigt met deze quote:“Things happen when you use the whole cycle. Which I think are less likely to happen when you only use parts or skip back and forwards in obedience of your principle of selection (Opwekkingsbundel?), rather than that of the compiler – and we may suppose the Holy Spirit. And I think this is part of what it means to live as a community or an individual under the authority of scripture. Allow the hymnbook God has given us, to be the means of personal and communal transformation and growth. It was good enough for Jesus, I suggest its good enough for us.” Deze quote leidt de vraag van de mailschrijver goed in.

Hallo …,

Ik heb je mail gelezen, heb de preek over Psalmen beluisterd en heb er goed over nagedacht.

In de eerste plaats: erg goed die preek van Tom Wright. Ik heb ‘m anderhalf keer beluisterd om de details ook een beetje mee te kunnen pakken. Tot mij grote vreugde ontdekte ik vorige week trouwens dat ik een (ongelezen) boek van Wright heb staan. Gauw op mijn leesstapel!

Maar wat moeten we met de Psalmen in onze diensten? In de eerste plaats is het goed om te beseffen dat de Psalmen waarschijnlijk nauwelijks binnen de tempel werden gebruikt. Het was geen ceremonieel boek, met aanwijzingen over offers, priesters, rituelen. Inhoudelijk lijken Psalmen daar helemaal niet zo geschikt voor. Meer voor persoonlijk gebruik, of in de kleinere groep. Het boek Psalmen is daarom geen leidraad in onze liturgieën of in ons “kerkelijk jaar”. Het is er niet voor bedoeld. Daar komt nog bij dat we de indruk hebben dat niet alle Psalmen werden gezongen. Het is een liederen én gebedenboek.

Hoeven we dan niets met de Psalmen? Dat hoor je me beslist niet zeggen! Als in het Woord van God een liedboek is opgenomen, dan is het erg vreemd als niets van die liederen in onze samenzang wordt opgenomen. Dat doen we gelukkig ook wel; veel delen van Psalmen is opgenomen in de Opwekkingsbundel. En daar gaat het mis: het zijn de “prettige” delen van de Psalmen. Wij selecteren op grond van onze culturele voorkeuren gedeelten en laten de rest van de Psalmen liggen.

De oplossing ligt er niet in om met een Psalmboek onder de arm weer naar de kerk te gaan maar om:
a) een goede theologie te ontwikkelen betreffende het geloofsleven, met name gebaseerd op de Psalmen.
b) met die theologie een keuze maken voor een bepaalde psalm of een gedeelte daarvan, en
c) daar een lied over te schrijven die opgenomen wordt in de samenzang.

Momenteel zie je Evangelisch Nederland meer bewust worden voor de onevenwichtigheid in onze liederen; ook krijgt men meer oog en oor voor de boosheid, de twijfel en het verdriet in de Psalmen. Maar nog steeds worden er niet veel liederen over geschreven. Toevallig zijn Carolien en ik bezig met het opnemen van een cd met liedjes die nu en dan wat verdrietig of vertwijfeld zijn, maar ik zie het niet gauw gebeuren dat die liederen in Opwekking terechtkomen. Het zal nog wel een tijd op zich laten wachten, vrees ik.

Je vraagt: “Wat mis ik, door niet op te groeien met de Psalmen?” Ik hoop dat je niets mist, doordat je het eenzijdige voedsel in de kerkdienst-samenzang aanvult met de “schijf van 5″ van de Psalmen (Grappig: “Psalmen” bestaat in werkelijkheid uit vijf boeken), bijvoorbeeld tijdens je stille tijd. Of lees na elke avond-maaltijd met je hele gezin een Psalm in een gemakkelijke vertaling. En praat daar met de kids over. Kinderen weten daarbij vaak de meest cruciale vragen te stellen waar je zelf allang niet meer opkomt. Als je de eenzijdigheid van de Evangelische cultuur onderkent kun je voor je zelf en binnen je gezin een tegenwicht bieden. En geef door wat je leert; daarmee verrijk je iedereen om je heen.

Zelf maak ik me ook zorgen over hoe gemakkelijk we “aangename verzen” uit het boek Psalmen halen, terwijl we de rest negeren. Maar mijn zorg is breder: over welke Bijbelteksten hebben we al meerdere keren gehoord en gelezen, en welke complete Bijbelboeken hebben we genegeerd in de afgelopen tijd? Hoeveel preken heb jij gehoord uit de kleine profeten? Komen de brieven van Johannes, Petrus en Jacobus net zo veel aan bod als die van Paulus? Kun je de koningen van Israël net zo gemakkelijk opnoemen als de discipelen van Jezus?

Vroeger dacht ik dat wij als Nederlandse Protestanten het helemaal voor elkaar hadden in tegenstelling tot christenen in andere tijden en plaatsen. Dat idee ben ik helemaal kwijt. We hebben nog heel, heel, heel veel te leren. Jouw mailtje helpt daar enorm bij om mezelf ook weer kritische vragen te stellen.

Simon


next page next page close

Zangles

Een tijdje geleden vroeg ik via facebook en twitter wie een zangdocent(e) kent en kan aanraden, met wie je kerkliederen (zoals Opwekking) kon leren zingen. Dit waren de reacties, op alfabetische volgorde:

Kirsten Alting (Assen): http://www.joyahmusic.nl/

André Bijleveld (Enschede): http://www.andrebijleveld.nl/

Nellie Bolhuis (Winsum): mail me voor meer informatie.

Ramona de Cock (Buitenpost): mail me voor meer informatie.

Marieke Drenthe (Stadskanaal): https://www.facebook.com/missmiek

Francis Evers (omgeving Lelystad): https://www.facebook.com/francis.evers.7

Mirjam Hartkamp (Zwolle & Wezep): http://www.mirjamhartkamp.nl/zangcoaching/

Rebecca Jager (Stadskanaal): https://www.facebook.com/rebeccajager95

Astrid Medemblik (Assen): https://www.facebook.com/astrid.medemblik

Suzan Mercera (Groningen): http://www.suzanmercera.com

Talitha Nawijn (Zwolle): https://www.facebook.com/pages/The-Voicelab-Zangschool-Talitha-Nawijn

Jan Hendrik Niemeijer (Stadskanaal): https://www.facebook.com/janhendrikniemeijer.niemeijer

Edwin Velvis (Stedum en Hardenberg): http://edwinvelvis.nl/

Wia van der Vijver (Drachten): https://www.facebook.com/wia.vandervijver

Ruth Wortel van Vuuren (Sauwerd): http://retrodepetro.nl/


next page next page close

Kerk en dertigers 2.0

In september 2012 bracht de PKN een verkennend onderzoek uit: Kerk en Dertigers 2.0. Voor mensen die zich (inmiddels) afvragen waar de dertigers zijn gebleven en het ook echt willen weten, is dit onderzoek zeer de moeite waard. Het is hier te downloaden.

Mijn reflectie op het rapport, om kort te gaan: zeer goede beschrijving van de leeftijdsgroep, schokkende cijfers over kerkverlating en niet-zo-bruikbare aanbevelingen. Aangezien die aanbevelingen maar één pagina beslaan van de 39, vind ik het een interessant document.

Blz. 23 Kerk en Dertigers

Veelzeggend vind ik het grafiekje op pagina 23. Ruim 40 procent van de ouderen van 65-75 is kerkelijk en orthodox-christelijk. Van de jongere generaties nog maar 15 tot 20 procent. Wat ook blijkt uit het grafiekje is dat er in generaties van 40 jaar en ouder meer kerkelijke mensen zijn dan mensen die zichzelf als orthodox-christelijk beschouwen. Er zijn veel veertig-plussers die zich sterk verbonden voelen met de kerk als instituut zonder dat ze daadwerkelijk geloven in wat de Bijbel leert. Dit is aan het verdwijnen. De generaties onder de veertig voelen zich minder verbonden met de kerk als religieus instituut wat een omkering in de grafiek veroorzaakt. Kerklidmaatschap zakt weg, orthodoxie komt terug. Veel jongeren (en daarmee bedoel ik 40-) geloven in de God van de Bijbel maar peinzen er niet over om zich bij een kerk aan te sluiten.

Het spirituele, morele, religieuze is niet minder bij de dertigers, volgens het rapport. Het wordt echter anders beleefd, niet meer in kerkelijk verband maar meer persoonlijk. Op bladzijde 23 noemt het rapport dat het in Nederland ontbreekt aan een gemeenschappelijke taal om te spreken over spiritualiteit en God. Hierin zie ik het uiteindelijke resultaat van het feit dat de kerk een eigen “kerktaal” heeft ontwikkeld en jarenlang die kerktaal heeft gekoesterd als een schild tegen de buitenwereld. Dat in de laatste decennia ook de kerkleden niet zo goed meer wisten wat die woorden betekenen deed er voor hen niet toe. Het geloof werd binnen de kerk beleefd en bij voorkeur met de woorden die ze gewend waren. Niet buiten de kerkmuren en ook niet met de taal van de straat, want dat is niet sacraal. Ongemerkt is er een nieuw kerklatijn de kerk binnengeslopen. Een taal die niemand buiten de muren van de kerk spreekt en waar men dus eigenlijk ook weinig tot niets bij beleeft. En dat kerklatijn wordt tot mijn ontsteltenis nog steeds in heel veel kerken – Reformatorisch, Evangelisch en ook Charismatisch – gesproken. Geen wonder dat er niet meer over geloof wordt gesproken in het dagelijks leven. Dan moet je dat doen in de bewoordingen van de dominee of de voorganger. En dat klinkt wel heel erg gek bij de buurvrouw of in de supermarkt. (Als jouw kerk een dominee heeft die met gewone woorden spreekt op de preekstoel, dan heb je geluk!) We zijn er aan toe dat in de kerk weer gewoon Nederlands wordt gesproken. En dat de boodschap meer gaat aansluiten bij de dagelijkse praktijk. Hoe werkt de Heilige Geest door jouw en jouw situatie heen op straat, op school en op het werk?

Meerdere malen maakt het onderzoek melding van het feit dat de dertiger kwaliteit verwacht, bijvoorbeeld op pagina 25. Koren op mijn molen; ik roep het al zo lang. Waar ik ook blij van word is dat het rapport er melding van maakt dat dertigers het erg prettig vinden als het “helder [is] waar de kerk voor staat” (ook op pagina 25). Kerken die zichzelf beschouwen als “ontmoetingsplaatsen voor geloofsgesprek” inspireren niet. In plaats van het leven doel en richting te geven, communiceren ze dat er eigenlijk geen doel of richting bestaat. Dat is een deprimerende, verlammende boodschap die de Stichter van de kerk zeker nooit heeft willen brengen.

De hoofdzaak van het rapport (wat mij betreft) staat op pagina 26. “Men concludeert dat dertigers ervaren dat hun belevingswereld niet aansluit op die van de kerken. De relevantie van geloven of kerkgang voor het dagelijks leven wordt gemist: wat betekent het nu hier en nu?” Laten we hier mee aan de slag gaan. Maar niet op de manier die de auteurs aanbevelen. Eén van de belangrijkste aanbevelingen is dat we de kerk niet meer moeten beschouwen als iets wat uit leden bestaat, maar uit bijeenkomsten. De kerk zou een “oase” moeten zijn waar je “op verhaal kan komen, waar je rust en energie kunt opdoen, je kunt bezinnen op levensvragen, enzovoorts.” Die (toevallige of georganiseerde) bijeenkomsten, dat is de kerk. Ik kan daar niets mee. En de meeste kerken, denk ik, ook niet.

De aanbeveling gaat voorbij aan wat de kerk eigenlijk is. De aanbeveling sluit aan bij de behoefte van veel dertigers maar gaat daarbij voorbij aan de vraag of het aan de kerk is om aan die behoefte tegemoet te komen. De kerk is niet een soort van overheidsorgaan die ten dienste is van de maatschappij, maar een lichaam die ten dienste staat van het Hoofd, Jezus Christus. Het Hoofd bepaalt welke beweging het lichaam maakt, en niet de dertigers of welke leeftijdsgroep dan ook. Als er in de maatschappij grote behoefte is aan religieuze gesprekken, misschien moeten scholen en universiteiten daar dan in voorzien. Of misschien moet er een nieuwe organisatie voor worden opgericht. Een maatschappelijke organisatie, want maatschappelijke behoeften moeten worden vervuld door maatschappelijke organisaties.

Waarom nemen kerken het dan op zich om deze maatschappelijke behoefte te vervullen? Omdat het verlangen naar volle kerkbanken heel groot is. Een volle kerk is een succesvolle kerk, denken we onbewust. Maar dat is niet wat de Bijbel zegt: een succesvolle kerk is een kerk waar liefde is, gehoorzaamheid aan God, bewogenheid voor alles wat kapot is en de proclamatie van een heldere bovennatuurlijke boodschap. Als door vervolging zo’n kerk leegloopt, dan is het nog steeds een succesvolle kerk. Gek genoeg blijkt overigens dat zulke kerken door vervolging heen groeien.

Kunnen we dan niets voor dertigers doen? Natuurlijk wel.

  • De kerk biedt een realistisch wereldbeeld waar zowel het natuurlijke als het bovennatuurlijke een plek heeft. Dertigers zijn meer dan de voorgaande generaties er van overtuigd dat er meer is tussen hemel en aarde dan wat je wetenschappelijk kunt onderzoeken. Het Bijbelse wereldbeeld laat zich echter niet aanpassen en combineren met andere geloofsrichtingen en denkwijzen. Take it all, or leave it.
  • De kerk biedt gemeenschap, warmte, liefde, aandacht voor elkaar. Je mag komen zoals je bent en bent altijd welkom ongeacht je geloof of levensstijl. Wij, de kerk, moeten leren om van ons ik-ben-beter-dan-jij-houding af te komen en wat minder gaan denken dat we precies weten hoe de wereld in elkaar steekt. Maar als je in zonde leeft en daar in wilt blijven leven zullen we je niet een aai over de bol geven. We gaan je niet vertellen dat God alles goed vindt, wat je ook maar doet.
  • De kerk biedt een plek om over het geloof te praten. De basis van het geloof is echter niet ons persoonlijke religieuze ervaring, maar wat Gods Woord, de Bijbel, er over zegt. Als je dat niet prettig vindt, dan spijt ons dat. Maar we blijven er al bijna 2000 jaar bij.
  • De kerk is het organisme dat de wereld kan veranderen. Als je deel wilt uitmaken van de oplossing voor armoede, ziekte, oorlog en gebrokenheid, dan moet je bij de kerk zijn. We zijn er helaas nog niet zo goed in, want we luisteren nog niet zo goed naar het Hoofd van de Kerk. (Jezus, niet de paus!) Maar misschien willen een stel dertigers in Nederland ons helpen om Jezus hier beter in na te volgen? De behoeften van dertigers worden het beste vervuld door hen de behoeften van anderen te laten vervullen. Kerk en dertigers 3.0.

 

 

 


next page next page close

Lofprijs en aanbidding veranderd

Lofprijs en aanbidding veroveren de wereld. En dat is goed; Als je het eerste deel over lofprijs en aanbidding hebt gelezen dan weet je inmiddels dat lofprijs en aanbidding je verandert. je anders tegen de wereld aan gaat kijken. De wereld draait niet langer om jou, maar om God. Je bent minder gauw bang, minder gauw boos en jouw geluk staat los van je omstandigheden. Door in de nabijheid te komen van God, word je een mooier mens.

Het tweede deel ging over hoe lofprijs en aanbidding de kerk transformeert. Als we met onze lichaamshouding, mimiek en stem God gezamenlijk groot maken en aanbidden, richten we elkaar op God en beleven we Gods grootheid nog veel meer.

Dus het is goed dat lofprijs en aanbidding onder de aandacht komen en dat steeds meer kerken moeite doen om de zangdiensten te versterken.

Maar soms heb je het gevoel dat er iets niet klopt. Dat er hier en daar cruciale fouten worden gemaakt. Heeft iemand al eens goed gekeken naar de titel? Wat klopt daar niet? Veranderd met een D. Toevallig is het deze keer geen spellingsfout. De titel is nog niet afgemaakt. Het moet zijn: “Lofprijs en aanbidding (wordt) veranderd door mijn kerk en wereld.” Ofwel: “Mijn kerk en wereld veranderen lofprijs en aanbidding. In ons enthousiasme hebben we het bijbelse concept van lofprijs en aanbidding opgepakt en er een eigen ding van gemaakt. Naarmate ik er studie van ging maken werd ik verontrust over de kloof die er bestaat tussen wat de Bijbel en wat de kerk in praktijk brengt. Waarom is dat erg? Omdat Bijbelse lofprijs en aanbidding levensveranderd is. Hoe verder onze visie op lofprijs en aanbidding van de Bijbelse visie af komt te staan, des te zwakker zal het zijn. Als de duivel de hernieuwde enthousiasme voor het prijzen en aanbidden van God niet kan uitdoven, zal hij proberen het te veranderen in iets krachteloos.

In dit artikel ga ik drie moderne opvattingen bespreken in het licht van wat de Bijbel zegt. En ik vertel nu alvast dat ze alledrie de toets niet zullen doorstaan.

 

Misvatting 1. Lofprijs en Aanbidding doen we op zondag.

Nergens in de Bijbel worden lofprijs en aanbidding beperkt tot één dag in de week. Laat staan één half uur in de week. In de Bijbel lezen we iets heel anders. Psalm 34:1: “De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof”. En nog een andere tekst over lofprijs: “Ik zing u dagelijks zevenmaal lof om uw rechtvaardige voorschriften”. Zevenmaal per dag! Dat is pas geestelijke discipline.

Wat voor excuus kunnen we mogelijkerwijs verzinnen om hier onder uit te komen? Dat we het te druk daarvoor hebben? Deze keer hebben we geluk. Daniël had het ook heel erg druk als regeringsfunctionaris (Dan. 6:11). Hij deed het maar drie keer per dag. Dat valt dan weer mee!

Maar nu zonder gekheid: Lofprijs en aanbidding hoort niet alleen thuis op de zondagochtend, het behoort deel te zijn van je dagelijkse routine. En dat spreekt voor zich. God prijzen en aanbidden zuivert je geest. Het verwijdert leugens uit je gedachten, zet je wil op het goede spoor, heiligt jouw emoties. Wie gelooft nu dat dat maar één half uurtje per week moet? Als ik kijk naar wat voor gedachten en ideeën er in mijn hoofd rondspoken dan besef ik dat ik maar beter voor de zeven keer per dag optie kan gaan.

Het leven is een beetje zoals een Twitter-account. Om de zoveel seconden komen er nieuwe twitterberichten in je account. De oudere berichten schuiven telkens naar beneden. Als jij je maar zo heel nu en dan vult met besef van Gods aanwezigheid, dan verdwijnt dat besef na korte tijd op de achtergrond. Je hoofd wordt gevuld met meningen, televisie, werk, studie en elke dag honderden reclameberichten. Meerdere keren per dag God prijzen en aanbidden is zo gek nog niet.

Met je dan persé letterlijk zingen of bidden of knielen? Ja. Ik heb gestudeerd en gestudeerd maar hoe graag ik ook wil, ik kom tot geen andere conclusie. Sommige mensen zullen zeggen: “Nee. Aanbidding is een levensstijl. Als jij leeft zoals God dat wil, aanbid je hem met je daden.” Helaas is dit christelijke lariekoek. Ik kan er kort over zijn: het is nergens in de Bijbel te vinden. In het Engels taalgebied baseert men dit wel eens ten onrechte op een bijbeltekst, te weten: Rom 12 vers 1. Dit komt echter voort uit een vertaalfout. Daar komt nog bij dat het onverstandig is om je visie op aanbidding aan één vers op te hangen. Nee, aanbidding is geen levensstijl. Het is iets wat je doet met je lichaam. Het kost tijd en aandacht.

Stel dat we vanaf nu allemaal elke dag de tijd nemen om ons te richten op God en hem te prijzen en te aanbidden. Wat zal er dan gezongen worden op zondagochtend. Wat een droom.

 

Misvatting 2. Lofprijs en aanbidding geeft een plezierig gevoel.

Hoor je dit wel eens:  “Ik ben naar die-en-die conferentie geweest. De aanbidding was fantastisch!” Of: “Ik hou meer lofprijs dan van aanbidding. Aanbidding vind ik een beetje saai.” Of: “Welke cd zullen we eens opzetten? Doe maar die blauwe, ik heb wel zin in een beetje aanbidding.”

Het zijn allemaal symptomen van een verkeerd begrip van aanbidding. Lofprijs en aanbidding zijn een product geworden. Aanbidding is een cd of een evenement. De kerk is de aanbieder van lofprijs en aanbidding en jij kiest die kerk uit die het beste voldoet aan jouw wensen. En als de lofprijs en aanbidding een keer tegenvalt, dan zijn we teleurgesteld en vragen we ons zelfs af wat we nog bij die kerk doen.

Dit komt voort uit een misvatting wat niemand zou durven zeggen, maar wat opgaat voor velen van ons en misschien wel ons allemaal: Lofprijs en aanbidding gaat om mij. Om mijn plezier. Mijn behoefte.

Deze gedachte is een zware overtreding. Wie was ook alweer de eerste die dit zei? Juist. De satan.

De Bijbel zegt precies het tegenovergestelde. Lofprijs en aanbidding is een offer. De eerste keer dat het woord “aanbidden” in de Bijbel voorkomt, staat in Genesis 22:5: Abraham zei tegen zijn knechten: Blijven jullie hier met de ezel, dan zullen ik en de jongen daarheen gaan. Als wij ons neergebogen hebben, zullen wij bij jullie terugkeren.

Waar wij het woord ‘neergebogen’ lezen wordt het woord “Shacha”gebruikt: aanbidden. Wat verstaat Abraham onder dat aanbidden? Wat gaat hij doen? Hij staat op het punt zijn eigen zoon te offeren. Aanbidding geeft Abraham geen plezierig gevoel.

De eerste keer dat we het woord ‘aanbidding’ in het Nieuwe Testament tegenkomen, is Mattheüs 2:2. “[De wijzen uit het oosten] zeiden: Waar is de pasgeboren Koning van de Joden? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden.”

Wat hield aanbidden voor hen in? Het genieten van beschuit met muisjes? Nee. Ze hadden wekenlang gereisd om een enorm financiëel offer te brengen. Het ging om Jezus.

En ook bij ons gaat het om Jezus. Kom niet wat halen tijdens de kerkdienst, kom wat brengen. Beoordeel de zangdienst niet, maar word deel van de zangdienst. Ga staan, hef je handen op, zing luid en geef jouw lofprijs en aanbidding aan God. Soms voel je de kracht van de Heilige Geest door je heen stromen, en soms voel je niets. Soms echter welt er enorme angst in je op. Want in Jesaja 8:13 staat: “Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig, voor hem zijn angst en ontzag op hun plaats.”  De aanwezigheid van God is niet alleen heerlijk, het is ook beangstigend. Heilig. Zuiverend. Alles wat niet goed is in je leven, brandt weg in zijn aanwezigheid. En als je de moed hebt om niet weg te rennen zal Hij je reinigen. Door de lofprijs en aanbidding heen. Tot dat je rein van hart bent. Want wat zegt Jezus in de zaligsprekingen (Mt. 5:8). Wie zullen God zien? Wie zullen door lofprijs en aanbidding dicht bij Zijn troon naderen? De reinen van hart.

Uiteindelijk levert aanbidding de grootste vreugde op, maar het komt niet goedkoop.

Hoe zit het dan met lofprijs? Lofprijs is heel blij van aard. Het is vrolijk. Geeft dat niet een plezier gevoel? Ook hier geldt: niet altijd. Wie kent Habakuk 3 (vers 17-18) niet:

“Al zal de vijgenboom niet bloeien, al zal de wijnstok niets voortbrengen,

al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,

al zal er geen koren op de akkers staan,

al zal er geen schaap meer in de kooien zijn

en geen rund meer binnen de omheining –

toch zal ik juichen voor de HEER,

jubelen voor de God die mij redt.”

 

Misvatting 3. Lofprijs en aanbidding is niet mijn ding.

Dit is een misvatting omdat lofprijs en aanbidding wél jouw ding is. Lofprijs en aanbidding is namelijk universeel. Iedereen lofprijst. Bezoek maar eens tijdens een concert of een sportwedstrijd. Iedereen aanbidt. Sommigen aanbidden het geld, anderen aanbidden hun moeder en weer anderen aanbidden zichzelf. Iedereen is vol van iets. Iedereen stelt z’n vertrouwen ergens in. Iedereen is ergens dienstbaar aan. Bob Dylan zong het al: “You’re Gonna Serve Somebody”. Het is niet de vraag of je aan lofprijs en aanbidding doet; het is de vraag wie of wat je prijst of aanbidt.

Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over. Als jouw hart vol is van wie God is zul je niet anders kunnen dan lofprijzen en aanbidden. Extraverte mensen zullen dat uitbundig doen, introverte mensen niet. Mensen die muzikaal zijn kiezen meteen voor muzikale lofprijs en aanbidding. Mensen die niet zoveel met muziek hebben kiezen voor de niet-muzikale vormen. Dat kan allemaal. De meeste aanbidding in de Bijbel is zonder muziek. En er is ook lofprijs zonder muziek: denk aan het juichen. Het valt me op dat er steeds meer wordt gejuicht in de kerk. Ik vind dat erg mooi en enthousiast klinken.

Maar waar Gods grootheid en heerlijkheid zichtbaar worden, gaan mensen automatisch lofprijzen en aanbidden. Daarom is het verstandig om eerst uit Gods Woord te onderwijzen en daarna pas te lofprijzen en te aanbidden. Zo gebeurt het ook in Nehemia 9:3: Zo stonden ze daar, en gedurende een vierde deel van de dag werd er voorgelezen uit het boek van de wet van de HEER, hun God, en nog eens een vierde deel van de dag beleden ze schuld en [aanbaden ze] de HEER, hun God.”  Eerst luisteren naar Gods Woord, en daarna reageren in aanbidding. Dezelfde tendens vinden we in Kolossenzen 3:16: “Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft.” Eerst het onderwijs van Christus’ woorden, daarna pas lofprijzen.

Moeten we de volgorde van de dienst dan niet omdraaien? De spreker aan het begin en de lofprijs en aanbidding aan het eind? Ik ben daar een voorstander van. Maar het kan ook anders. Een bijbelgedeelte aan het begin van de dienst. Of een getuigenis; ik leg de uitdaging bij de lezer neer.

De grootste misvatting heb ik voor het laatst bewaard: Namelijk dat God niet op jouw lofprijs en aanbidding zit te wachten. Het is een begrijpelijke gedachte. God weet hoe groot en goed Hij is. Waarom moet een nietig mensje als jij en ik Hem dat vertellen? Dat heeft Hij toch niet nodig? Wat maakt het dan uit of ik, in een koor van miljoenen stemmen, voor Hem zing?

Dit is de grootste misvatting ooit. Jezus zegt in Johannes 4:23 dat God op zoek is naar mensen die Hem aanbidden. Zijn ogen gaan over de aarde en Hij speurt de hele tijd naar mensen die voor Hem wil zingen. Niet dat Hij dat nodig heeft, Hij vindt het gewoon heerlijk. Jij bent Zijn zoon, zijn dochter en Hij kan zijn ogen niet van af houden als je aanbidt.

Een paar weken geleden was mijn vrouw jarig. Die dag sloop ik vroeg in de ochtend het bed uit en samen met mijn twee dochters gingen we naar de ouderlijke slaapkamer met een dienblad vol met lekkere dingen. We duwden de deur open en begonnen luidkeels voor haar te zingen. Ik zong technisch perfect. Loepzuivere tonen, goede articulatie en uitstekend ritmegevoel. Mijn vrouw heeft geen één keer mijn kant uit gekeken. Mijn oudste dochter van vijf kan best goed zingen maar vloog hier en daar een beetje uit de bocht. En mijn jongste dochter van twee? Ze stootte enthousiaste kreetjes uit. En Carolien straalde. Ze kon haar ogen niet van onze twee dochters afhouden. Ze straalde van oor tot oor.

Zo kijkt God naar ons als we aanbidden. We aanbidden niet voor onszelf maar voor die God die straalt van oor tot oor. Die zijn ogen niet van jou af kan houden. En als je iets anders aanbidt, als je Hem niet meer aanbidt maar voortdurend met iets anders bezig bent, dan wordt hij een jaloers God. Hij kan dat niet verdragen; Hij kan daar niet tegen. Zo gek is Hij op jou.

Aanbid God. Prijs God. Alleen Hij is het waard!

 

 

 

 


next page next page close

vGK Noordwolde – de liturgie

Aanstaande zondagavond speel & spreek ik in de voortgezet Gereformeerde Kerk te Noordwolde (in Friesland). Hieronder de liturgie en  hoe het tot stand gekomen is.

 

Thema: PRATEN MET GOD (Neem de rode pil)

 

Dienst programma

  • Zingen: Geest van hierboven (Gez. 477, in D)

Opening door Gertie

Medley: Opw. 40 Opw 42 en Opw 244 (allemaal in D)

  • Opw 40: Zoek eerst het koninkrijk van God
  • Opw 42: Stel mijn vertrouwen
  • Opw 244: Welzalig de man die niet wandelt

Schriftlezing: Joh. 10: 1-4 door Gerrit

  • Opw 281: Als een hert dat verlangt naar water

Preek deel 1

  • Opw 731: Jezus ik hou van U

Preek deel 2

  • Opw 488: Heer ik kom tot U

Afsluitingsgebed

  • Opw 569: Regeer in mij (slotlied)

 

Totstandkoming

Het voorbereiden van een dienst begint met een thema, en een thema begint met een doelstelling. Afgelopen maandagavond hebben we (een aantal jongeren, iets minder jongere jongeren en ik) gebrainstormd over welke onderwerpen interessant gevonden worden door zowel buitenkerkelijken als kerkelijken. Onze doelstelling was om daar een  aantal diensten over te houden. We hebben uit die thema’s een selectie gemaakt en die selectie weer samengevat (met enig hangen en wurgen) in één thema: PRATEN MET GOD.

Dit thema ga ik in vier diensten uitbouwen. Zet het in je agenda:

  • 21 april: Neem de rode pil
  • 2 juni: Age doesn’t matter
  • 14 juli: Onzichtbare kracht
  • 3 nov: De Hemelse Finale

Tijd: 19.00 tot 20.00 uur

Plaats: Dwarsvaartweg 1, 8391 MH NOORDWOLDE (Friesland)

De liederen zijn uitgezocht door Adine Versluis, Gerrit Bouius en Trijntje Hoekstra. Vervolgens heb ik daaruit een selectie gemaakt. Deze stappen heb ik gevolgd:

  • Beginlied: Een bekend lied, niet meteen te druk, maar wel krachtig beginnen. “Geest van Hierboven” staat wel hoog, maar we doen hem anderhalve toon lager (in toonsoort D).
  • Daarna doet Gertie de opening, votum, groet, inleiding thema.
  • De liederen 40, 42 en 277 zijn liederen die qua stijl goed bij elkaar passen en ze leren ons iets. Er wordt nog geen toewijding verwacht van de bezoekers; dat doen we pas na de preek. Ik begeleid dit met gitaar.
  • Vervolgens komt Gerrit met de tekstgedeelten die de kern van de preek raken. We lezen over Jezus als Goede Herder en blijven in het Fauna-thema met het volgende lied. Jammer dat er niet een lied is als “Als een schaap dat verlangt naar vers gras” :-)
  • De preek bestaat uit twee delen. Twee korte preken is beter te volgen dan één lange preek.
  • We onderbreken de preek met Opw. 731: Jezus ik hou van U. Dit sluit aan met hoe het eerste deel wordt afgesloten.
  • Tenslotte onderstrepen Opw. 488 en Opw. 569 het thema en kunnen mensen hun toewijding uitspreken.

 


next page next page close

De 10 voordelen van arm zijn

Denk je ook wel eens dat je te weinig geld hebt? Als je in Nederland woont is dat waarschijnlijk niet waar. Zorg dat je van je overbodige centen afkomt, want arm zijn heeft meer voordelen dan rijk zijn! Hier zijn de 10 voordelen van arm zijn, afkomstig van Monika Hellwig.

 

  1. De armen hebben door dat ze dringend behoefte hebben aan verlossing.
  2. De armen weten dat ze afhankelijk zijn van God en van elkaar.
  3. De armen baseren hun gevoel van veiligheid niet op dingen, maar op mensen.
  4. De armen hebben geen hoge dunk van hun eigen gewichtigheid en geen overdreven behoefte aan privacy.
  5. De armen verwachten weinig van competitie en alles van coöperatie.
  6. De armen kunnen goed onderscheiden wat ze echt nodig hebben en wat eigenlijk luxe is.
  7. De armen zijn geduldig omdat ze geleerd hebben te wachten op alles en iedereen waar ze afhankelijk van zijn.
  8. De angsten van de armen zijn realistischer en minder overdreven omdat ze al hebben geleerd dat iemand groot lijden en gebrek kan overleven.
  9. Wanneer de armen het evangelie horen zien ze dat als goed nieuws en niet als een bedreiging of verwijt.
  10. De armen geven zich zonder enige reserve over aan het evangelie, omdat ze weinig te verliezen hebben en bereid zijn tot alles.

Waar ‘targeten’ we onze kerkdiensten op? Op veertigplussers met een goede baan? Of op de werklozen, tieners, bijstandsmoeders en asielzoekers? Ik besef heel goed dat ook kerken geld nodig hebben om goed te functioneren, maar misschien kunnen we de mensen met twee auto’s, drie vakanties en dertien maanden vragen wat meer geven. Daarmee helpen we ze tenslotte, die arme stakkers.


next page

Emerging Church V: Einde evangelisatie.

U leest een artikel die hoort bij een serie genaamd “The Emerging...
article post
thumbnail Nieuwe cd van S en C article post

Waarvoor dient de kerk?

Ik heb een boek in de kast staan met als titel „They like Jesus, but not the Church”....
article post

Lego Kerkdienst

Ooit een Lego Kerkdienst gezien? Er zit in ieder geval wel flow in.
article post

Emerging Church IV – Over appels, bomen en bijeenkomsten

U leest een artikel die hoort bij een serie genaamd “The Emerging...
article post

Lofprijs en aanbidding verandert alles

God is Heilig. Hij is ontzagwekkend. Beangstigend. Hij doet dingen die we niet begrijpen...
article post

Psalmen in de kerkdienst

Waarom zingen we zo weinig Psalmen in de kerk? In reformatorische kerken doen de gezangen...
article post

Zangles

Een tijdje geleden vroeg ik via facebook en twitter wie een zangdocent(e) kent en kan...
article post

Kerk en dertigers 2.0

In september 2012 bracht de PKN een verkennend onderzoek uit: Kerk en Dertigers 2.0. Voor...
article post

Lofprijs en aanbidding veranderd

Lofprijs en aanbidding veroveren de wereld. En dat is goed; Als je het eerste deel over...
article post

vGK Noordwolde – de liturgie

Aanstaande zondagavond speel & spreek ik in de voortgezet Gereformeerde Kerk te...
article post

De 10 voordelen van arm zijn

Denk je ook wel eens dat je te weinig geld hebt? Als je in Nederland woont is dat...
article post