rss search

next page next page close

Preek over aanbidding

Wil je de PowerPoint downloaden van de preek over aanbidding? klik hier.

Ook kun je meer informatie vinden over lofprijs en aanbidding.

Lofprijs & aanbidding verandert, deel 1

Lofprijs & aanbidding verandert, deel 2

Lofprijs & aanbidding verandert, deel 3

Lofprijs & aanbidding verandert, deel 4

Als je de preek gehoord hebt; laat je dan ook een reactie achter?


next page next page close

Psalm 63

Het schema dat hoort bij de preek “Beter dan het leven” is hier te downloaden.

 

uitdeelblad psalm 63

 


next page next page close

Waarvoor dient de kerk?

Ik heb een boek in de kast staan met als titel „They like Jesus, but not the Church”. Dat beschrijft heel accuraat de houding van een groot deel van het westen tegen over de kerk. Je zou kunnen zeggen dat de reputatie van de kerk op z’n dieptepunt is. In het zuiden en oosten houden mensen niet van de kerk omdat de kerk niet is zoals hun religieuze leiders: Mohammed, Boeddha of de Hindu-goden. In het westen houden de mensen niet van de kerk omdat de kerk niet is zoals de eigen religieuze leider: Jezus. Misschien is dit wat te zwart-wit gezegd, maar iedereen voelt wel aan dat de kerk in het westen na moet denken over zichzelf. Daarom moet deze vraag gesteld worden: „Waarvoor dient de kerk?”

Ik heb mezelf dat ook vaak afgevraagd. Heel, heel lang geleden, toen ik zes of zeven was, herinner ik mij dat we ons opmaakten om naar de kerk te gaan. Het was oudejaarsavond en ik had, zoals altijd, beslist geen zin om te gaan. Mijn vader zei: „Toe nou, jongen. Het is de laatste keer van het jaar.” „Ik vroeg: hoef ik dan het hele jaar niet meer naar de kerk?” „Dat klopt”, zei mijn vader. Maar ik wist niet dat het nieuwe jaar de volgende dag al zou beginnen. En dat ik binnen een paar dagen al in de houten banken zou zitten.

En ik haatte dat! Ik haatte het om naar de kerk te gaan. En dat wist iedere kerkganger die de pech had om in een straal van een meter naast mij te zitten. Op goede zondagen tekende ik een kladblokje vol en zong ik zelf verzonnen stempartijen op de psalmen en gezangen. Op wat mindere zondagen rolden pepermuntjes onder de banken door, probeerde ik daar achteraan te duiken en becommentarieerde ik de preek in het oor van ieder die het wel of niet wilde horen. In een bepaalde duistere fase van mijn jeugd werd ik standaard naar mijn kamer gestuurd na afloop van letterlijk iedere kerkdienst. Mijn ouders hoefden op het laatst niets meer te zeggen: ik schopte mijn schoenen uit, hing mijn jas op en liep direct door naar boven.

Wat een ironie dat ik nu een bedrijf heb in het verbeteren van de kerkdienst! Dat is precies hoe God werkt. Hoe minder een bepaalde taak bij je past, hoe groter de kans dat Hij je precies dat laat doen. Dus als je er niet tegen kunt dat mensen lopen te klagen over hun problemen, dan word je misschien al klaargestoomd voor het pastoraat. En als je kinderen niet kunt uitstaan, geef je dan maar alvast op voor de crèche. En als je je eigen TV niet eens aan kunt krijgen ligt er misschien wel een bediening in de geluidstechniek voor je in het verschiet. Je weet maar nooit.

Maar terug naar ons thema: waarvoor dient de kerk? Als iemand op school of op je werk vraagt waarom je eigenlijk naar de kerk gaat, wat antwoord je dan? Er zijn veel theologische boeken over geschreven maar ik betwijfel of je daar mee verder kunt. Zo noemt een bepaalde professor 21 redenen. Onder andere „om een gewoonte vol te houden”, „om een traditie voort te zetten”, „een bijdrage te leveren”, „eventueel een ambt te dragen” en „het kerkelijk jaar mee te maken”. Dat kan wel waar zijn, maar ik heb er niets aan. Ik ga niet elke zondagochtend vroeg uit bed komen, mijn hele gezin meesleuren, een poos in de auto zitten, de dienst uitzitten en terugrijden om een bepaalde traditie vol te houden. Die prijs is best hoog. Té hoog om het te doen omdat het nu eenmaal altijd zo gedaan is.

We gaan op zoek naar een beter antwoord. En waar beter dan daar waar de kerk ontstaan is? Dat is net na de dood, opstanding en hemelvaart van Jezus. De volgelingen van Jezus maken mee dat de Heilige Geest plotseling in hen komt. Daardoor worden ze zo enthousiast dat ze letterlijk in vuur en vlam staan. Ze vertellen omstanders wat er met hen is gebeurd en dat gebeurt een beetje chaotisch. Totdat onze stoere visser, Petrus, wat harder gaat praten en zich richt tot alle omstanders. Hij steekt de eerste preek af. We lezen verder in handelingen 2:41-47.

Vers 41: „Zij nu die zijn woord met vreugde aannamen, werden gedoopt; en ongeveer drieduizend zielen werden er op die dag aan hen toegevoegd.” Opmerkelijk vers. Heb je de preek van Petrus wel eens gelezen? Laat me hem voor je samenvatten in één zin. „Jullie hebben Jezus vermoord en  aangezien Hij God zelf was, hebben jullie daarmee de ultieme kosmische fout gemaakt aller tijden. Zo’n blunder is er nog nooit begaan, en dat zal ook nooit meer gebeuren. Dus: bekeer je.” Respons: 3000 mensen zijn blij om dat te horen en nemen een nat pak op de koop toe.

Deze mensen, die blij werden om de gekste dingen, vormden de eerste kerk. En wat deden ze? We gaan naar vers 42. En let nu goed op, want ik heb iets moois ontdekt.
Vers 42: „Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.”

Hier staan vier dingen. Het eerste is: „Ze bleven trouw aan het onderwijs van de apostelen”. Dat onderwijs ging met name over Jezus. Over Zijn leven, Zijn dood en het feit hij was opgestaan. Dat laatste was voor hen niet een kwestie van: „Dat staat in onze oeroude belijdenisgeschriften”, maar meer een kwestie van „Bij Jonathan is hij langs geweest op donderdag, Bij Phillis op vrijdag en op Sjabbat at Hij een matze mee met Mattheüs”. In 1 Korinthiërs 15 lezen we dat maar liefst 500 mensen hebben verteld over een ontmoeting met Jezus na Zijn dood.

Punt 1 is onderwijs, punt 4 is gebed. Waarvoor dient de kerk? Om de waarheid omtrent God door te vertellen en het contact met God te herstellen en te onderhouden. En wat staat daar precies tussen in? Punt 2 en 3. Samen een gemeenschap vormen. Samen eten en herinneringen ophalen. Met de officiële en dure woorden gezegd: „Het gedenken van de Here Jezus” en „het vormen van een gemeenschap”. Met dat laatste woord moet een beetje opgepast worden, want heel veel mensen denken daarbij aan iets anders.

Punt 1 en 4 zijn zogenaamde „verticale” punten. Verticaal betekent van boven naar onder. God is boven, en wij zijn beneden. Het gaat over onze relatie met God. Punt 2 en 3 zijn horizontale punten. Van links naar rechts. Wij staan naast elkaar. De punten gaan over onze relatie met elkaar. En een verticale lijn en horizontale lijn vormt samen… Het kruis.

Lezen we vers 43 tot 47, dan ontdekken we exact hetzelfde. Vers 43 spreekt over wonderen die gebeurden, waardoor de hele omgeving ademloos toe zat te kijken. En vers 47 spreekt over aanbidding. De kerk liet zien dat ze van Jezus hield en zong, juichte, knielde. En dacht de omgeving „Wat een weirdo’s, wat doen ze gek”? Nee, ze stonden in aanzien bij het volk en God zorgde dat mensen vanzelf de deur van de kerk plat werd gelopen. Punt 1 en punt 4 in dit rijtje zijn verticale punten. God en mensen die samenwerken. En punt 2 en 3? Weer exact hetzelfde als in vers 42. Weer de gemeenschappelijkheid en het samen eten en gedenken.

Dit noemen we een „inclusio”. Niet alleen in de woorden en zinnen zit een boodschap, maar ook in de manier waarop het is opgeschreven. De boodschap van deze inclusio is dit: Het hebben van een relatie met elkaar is omsloten door het hebben van een relatie met God. Dat klinkt heel erg moeilijk, dus laat het me op een andere manier zeggen.

Je neemt een bolletje van de bakker, en snijdt hem open. Daartussen doe je het beleg; bijvoorbeeld kaas. En dan heb je een broodje kaas in handen. Aan het broodje zelf zit weinig smaak. En alleen kaas vult niet. Maar als je kaas laat omsluiten door het brood, dan heb je een voedzame en smaakvolle maaltijd.

Zo is het ook met de kerk. Als een kerk alleen bezig is met God en het goddelijke dan wordt het een kille, droge kerk. Een kerk waar geen liefde is, maar wel spanningen, haat, nijd, achterdocht, machtsmisbruik en desinteresse in elkaar… Dat is een droog brood. Het voedt je. Maar met weinig plezier.

Je hebt ook kerken waar het gezellig is. Het gaat daar om de gezamenlijke geloofsreis en het geloofsgesprek maar echte kennis van wie God is en wie Jezus is ontbreekt. Men bidt nauwelijks en de Bijbel wordt niet serieus genomen. Zo’n kerk is een plakje kaas. Lekker, maar het vult niet. Je loopt net zo leeg de deur van de kerk uit, als dat je de kerk binnenkwam.

De kerk heeft een verticale functie en een horizontale functie. Ze zijn niet los van elkaar verkrijgbaar. Waarvoor de kerk dient? De kerk is er om elkaar te dienen en God te dienen.

In de prekenserie „spreken met God” vertel ik heel wat over de omgang van God; nu richt ik me meer op de omgang met elkaar. Met heel veel plezier zelfs, want er zitten nog twee geheimen verstopt in deze verzen.
Terug naar vers 42. Daar staat dat de gedoopten een gemeenschap vormden. Dat is zwak uitgedrukt. Het ging namelijk wat verder dan het oprichten van een vereniging. Het woord dat gebruikt wordt voor „gemeenschap” is koinonia. En dat woord had zowel voor de Grieken (aan wie Lucas het boek handelingen met name schreef) en voor de Joden een bijzondere betekenis. Het was het hoogst haalbare qua harmonieus samenleven. Zowel beroemde Griekse wijsgeren – denk aan Pythagoras – als invloedrijke sekten in het Jodendom – denk aan de Essenen, beroemd van de Dode Zee Rollen – streefden er naar om op die manier samen te leven. En Lucas zegt: hier is het gelukt. Hier is koinonia. De manier waarop er binnen de kerk met elkaar omgegaan werd, was jaloersmakend. Dat maakte de kerk woest aantrekkelijk.

Is dat nog steeds zo? Verdringen mensen zich om bij de kerk thuis te horen vanwege de liefde en de zorg en de aandacht?

In de verzen 44-46 wordt precies verteld wat nu zo bijzonder aan die gemeenschap was. „Ze hadden alles gezamenlijk”. Er was niemand rijker dan de andere, want iedereen stelde zijn bezit beschikbaar. Er was dus vertrouwen onderling. Iedereen vond de ander net zo belangrijk als zichzelf. Niemand kreeg een groter stuk van de taart.

Armoede teistert onze planeet.
1% van de wereldbevolking heeft de helft van het bezit
De 85 rijkste mensen op de aarde hebben evenveel bezit als de armste 50% van de wereld.
In bijna alle landen is het verschil tussen rijk en arm groter geworden.
Sinds de crisis zijn de rijken opgekrabbeld en de armen nog armer geworden.

Deze wereld heeft weer een kerk nodig die durft te delen. Dit is uitdaging 1.

Verder lezen we dat er in de eerste kerk dagelijks bijeenkomsten waren. Ze kenden elkaar. Ze vluchten de tempel niet uit nadat Petrus’ preek was afgelopen. Nee, ze bezochten elkaar en spraken met elkaar. Geen jachtigheid; nee. Echt contact.

Wist je dat dertig jaar geleden 7% van de mensen aangeeft dat ze geen niemand hebben om belangrijke dingen mee kunnen delen? Dat is bijna één op de tien. Maar dat is een oud gegeven. Duke University heeft een nieuw onderzoek uitgevoerd. Want sinds dat laatste onderzoek is internet en social media opgekomen en hebben mensen honderden vrienden. Kijk maar eens achter je naam op Facebook. En wat blijkt? 25% van de mensen geeft aan dat ze niemand hebben om belangrijke dingen mee te delen. Eén op de vier.

Waarvoor dient de kerk? Daarvoor. Dit is uitdaging 2.

Lucas heeft nog één geheim verstopt in dit stukje tekst.

Lees eerst Handelingen 2:47 en daarna uit het andere boek van dezelfde schrijver; Lucas 2:52. Wat is de grote overeenkomst? Jezus stond in het begin in de gunst van de mensen, en later niet meer. De kerk stond in de gunst bij de mensen, maar later niet meer. De gemeente in Jeruzalem werd na korte tijd ook vervolgd. Waar de schrijver Lucas naar toe stuurt is: de kerk vertelt niet alleen over verschijningen van Jezus op aarde, maar is zelf de verschijning geworden. De kerk is Jezus. Of zoals de schrijver Paulus zegt in één van zijn brieven (1 Cor. 12): wij zijn het lichaam van Jezus. Wij zijn lichaamsdelen van elkaar.
En dat heeft een aantal consequenties:
Als één lichaamsdeel pijn heeft – zeg je kleine teen – dan lijdt het hele lichaam mee. Lijd jij mee met andere leden?
We kunnen niet weglopen van elkaar. Als jij uit je kerk weg loopt, dan betekent dat een amputatie. Die gemeente mist iets vanaf dat moment.
Als jij elke zondag naar de kerk gaat en verder niets doet binnen dat lichaam, dan ben je waarschijnlijk een blinde darm. Er is maar één blinde darm in een lichaam. En zelfs die kan gerust verwijderd worden. Wees geen blinde darm!
Van lichaamsdelen mag worden verwacht dat ze naar het Hoofd luisteren. Het hoofd is Jezus Christus. Doe je dat niet, dan heeft het lichaam een tic. Dan beweegt het spastisch. En o, wat zie je een hoop spastische bewegingen bij kerken de laatste tijd. Mensen die dingen doen of zeggen waarvan ik zeker weet dat dat niet uit opdracht van het Hoofd is geweest.

Waarvoor dient de kerk? De kerk dient God en mensen. Net zoals Jezus dat deed. Want de kerk is als Jezus.

En jij, ben jij de kerk? Hoor jij er bij? Wil jij je vereenzelvigen met dit krimpende, ruziënde, ernstig onvolmaakte mensen? Ik hoop het. Want misschien, met jou er bij, kunnen we er wat aan veranderen.


next page next page close

Lofprijs en aanbidding verandert alles

God is Heilig. Hij is ontzagwekkend. Beangstigend. Hij doet dingen die we niet begrijpen en wat ons bang maakt. Als we iets zien gebeuren als de dood van Uzza (1 Kr. 13:5-14) dan rennen we het liefst weg van God. We snappen het niet, we willen het niet snappen, maar we willen onze God als oude man met een witte wollige baard terug. Een God die lijkt op Sinterklaas en doet als Sinterklaas. Maar ook al is Hij oneindig Goed en oneindig Lief. Hij is ook Heilig. Hij is een verterend vuur.

Wegrennen van God heeft weinig zin. Vraag Jona maar. Hij is overal. Hij is dus hier. Hij zit naast je. Hij staat achter je. Het enige wat je kunt doen is, doen alsof Hij er niet is. Je kunt God negeren. Hem vergeten. Maar wat gaat er mis als we God vergeten?

  • We doen dingen die hij verboden heeft. We gaan zondigen. Daardoor beschadigen we onszelf en anderen.
  • We worden hoogmoedig. Omdat we niet zien hoe klein we zijn in vergelijking met God, denken we dat we groot en belangrijk zijn. Een kaarsje in het donker verlicht de hele kamer, maar zet een kaarsje in de zon, dan is het niet meer te zien.
  • We worden bang en bezorgd. Er is niemand die op ons past, denken we. Dus we zijn overal bezorgd en bang over. Johnny van 6, bijvoorbeeld, was bang in het donker. Zijn moeder vroeg hem een blik tomatensoep te halen uit de kelder. Het was daar donker, dus hij durfde het niet. Zijn moeder zei: “Toe maar jongen, Jezus zal daar ook zijn, dus je hoeft niet bang te zijn.” Johnny liep naar de kelder, deed de deur op een kier en riep in de donkere kelder: Jezus, als u daar bent in de kelder, kunt u dan een blik tomatensoep aangeven? Johnny had beter dan wie dan ook begrepen hoe belangrijk het is om Jezus ook in dagelijkse zaken te betrekken.
  • We worden roekeloos met het geestelijke. We roepen geesten aan die we niet aan moeten roepen, we spreken vloeken uit zonder ons daar bewust van te zijn en we misbruiken Gods naam.

Uzza ging roekeloos om met de Ark, want hij zag niet in hoe heilig God is. Daarom stierf hij. Weet je wat ik lastig vind? Uzza bedoelde het goed. Hij wilde voorkomen dat de Ark viel. En David bedoelde het ook goed. Nadat Saul God en de ark jarenlang had genegeerd, wilde David God in het centrum van het dagelijks leven plaatsen. Niets dan goedheid. Maar onze goedheid is niet goed genoeg. Al hebben onze politici de beste bedoelingen, ons land kan nog steeds ten onder gaan. Al hebben onze oudsten de beste bedoelingen, ons gemeente kan uiteen vallen. En al hebben we als ouders de beste bedoelingen, ons gezin kan door ons toedoen kapot gemaakt worden. Onze goedheid is niet goed genoeg. We hebben God nodig. We moeten God zien in ons leven.

Hoe kunnen we God zien? Door te gaan prijzen en aanbidden. Dat betekent dat je nergens aan denkt, dan aan God. Dat je alles en iedereen vergeet om je heen. En dat je nadenkt en leest over God. Door te zien en te ervaren hoe groot, goed en heilig God is. En dan verandert alles. Lofprijs en aanbidding verandert alles.

Waar ging het mis bij Uzza? Al aan het begin van het verhaal. 1 Kron. 13:1-4: “Nadat David met al zijn legeraanvoerders had beraadslaagd …

zei hij tegen de gemeenschap van Israël: Als u het ermee eens bent … laten we de ark van onze God naar ons terughalen, want in de dagen van Saul hebben wij er niet naar gevraagd. Toen zei heel de gemeente, dat men het zo doen zou, want die zaak was goed in de ogen van heel het volk.”

Waarom gaat David te rade bij het volk? Zou hij dit niet aan God moeten voorleggen? Eerst vraagt hij de legeraanvoerders; maar wat hebben die er mee te maken? En dan het hele volk. Weet het volk meer dan God Zelf? David weet heel goed dat hij dit soort vragen aan God moet stellen. Rond die tijd voert hij oorlogen met de filistijnen, en wat lezen we in 2 Sam. 5:19: “David vroeg de Heere, zal ik optrekken de Filistijnen?” en in vers 23: “David vroeg de Heere om raad”. Ook nadat Uzza is gestorven geeft David deze fout toe. “De Heere, onze God, [heeft] ons een zware slag toegebracht, omdat wij Hem niet hebben geraadpleegd overeenkomstig de bepaling.”

Waarom vraagt David bij zo iets belangrijks het volk, en niet de Heere God? Het is goed te begrijpen als je weet dat David nog maar net koning is. En hij wil aardig gevonden worden. Hij wil dat het volk hem accepteert als koning. Dus doet hij heel voorzichtig. En wil hij niemand van volk en zeker van de legeraanvoeders boos maken. Als hij ‘s nachts in zijn bed ligt, ziet hij de boze gezichten van het leger en het volk. Hij ziet de mensen die kritisch op zijn. En hij ziet God niet, die veel belangrijker en wijzer is. Als we God niet zien, nemen we domme beslissingen. Als we God wel zien, ontvangen we wijsheid.

Hoe zit het met jou? Als je een beslissing moet nemen, wie zie je dan voor je? Je baas? Je moeder? Een kritische klant? Degene die je pest op school? Of God? Welke stemmen hoor je? Van kritische mensen, of van God? Lofprijs en aanbidding helpt je om te richten op het zien en horen van God.

David maakt nog een cruciale fout. Hij legt de ark op een kar, met twee runderen er voor. Dat was niet goed. God had precies verteld hoe de ark gedragen moest worden. Met draagbomen, die rusten op de schouders van Levieten. Dat is veel veiliger. Als er één struikelt, vangen de drie anderen de ark op. Zonder daarbij de ark aan te hoeven raken.

David had de boekrollen van de wet gewoon in bezit. Hij had dat kunnen lezen. Uzza had van zijn grootouders en ouders moeten leren dat je voorzichtig moet zijn met de Ark. In de tijd van zijn opa en oma had de ark een tijdje in een gebied gestaan, genaamd Beth Semes. Een paar mensen wilden graag weten wat er in de ark lag en konden hun nieuwsgierigheid niet beteugelen. Ze gluurden even onder het deksel. Die dag vonden zeventig mannen de dood.

Het moet een tijd zijn geweest als de onze; er gebeurden weinig bovennatuurlijke dingen. Het leven ging door, zonder dat Gods kracht ergens werd gezien. In zo’n tijd wordt je gemakkelijk roekeloos met alles wat geestelijk of bovennatuurlijk is. Je neemt het niet zo serieus. Je merkt er toch niets van? En er stierven 70 mannen die dag, omdat ze roekeloos waren met alles wat bovennatuurlijk, geestelijk en heilig was.

Ik vraag me af waarom Uzza dit niet gehoord heeft van zijn opa en oma. Of vader of moeder? Wat leren wij onze kinderen aangaande het occulte en het heilige? En, beste grootouders, wat is jullie geleerd? Weten jullie genoeg?

Uzza sterft door onbedachtzaamheid. Zo noemt de Bijbel het in 2 Samuël 6:7. Roekeloosheid, domheid, naïviteit. Is dat eerlijk of niet? Mag God iemand straffen die goede bedoelingen heeft, maar gewoon een beetje dom handelt? Je mag er van vinden wat je wilt. David was er in ieder geval erg boos over. Maar dit is de waarheid: Domheid kan je duur komen te staan. Zorg daarom dat je voorzichtig wordt als het op Goddelijke en geestelijke zaken aankomt. Maar voorzichtig wordt je vanzelf, wanneer je leert om naar God te kijken.

De ark wordt voor drie maanden ergens in een woonhuis geparkeerd. In die drie maanden haalt David de schade in; hij gaat studeren. En hij leert 1) dat het vervoer en de muziek uitgevoerd moet worden door priesters en Levieten,  2) Dat de Ark met draagstokken moet worden gedragen, 3) Dat de priesters en Levieten zichzelf moesten heiligen en reinigen, en 4) dat je best boos mag worden op God, maar dat je uiteindelijk toch moet erkennen dat Hij gelijk heeft. Uiteindelijk belijdt David schuld. In 2 Sam 6:13 lezen we:  “En het gebeurde, nadat de dragers van de ark van de Heere zes stappen gedaan hadden, dat hij een rund en een gemest kalf offerde.” Waarom zes stappen? Waarom niet zeven zoals meestal het geval is? Zes is het getal van de onvolmaakte mens. David zegt hiermee: ik heb fout gehandeld. Het is mijn schuld. En hij brengt een schuldoffer.

Velen van ons zondigen, zonder het te weten. We doen verkeerde dingen, gaan tegen Gods wil in maar hebben daar geen flauw benul van. Maar per ongeluk zondigen, is nog steeds zondigen. Het maakt jou en je omgeving kapot. En je gaat er mee door want je weet het niet. Hoe is het gesteld met onze bijbelkennis? Door de Bijbel heen, leren we God zien. Hij openbaart zichzelf op iedere pagina en laat je weten hoe je leeft naar Zijn wil. Interesseert het je? Wil je het weten?

Veel mensen komen alleen naar de kerk om te horen over hoe ze meer vreugde kunnen ervaren. Of hoe ze stress en zorgen tegen kunnen gaan, of hoe ze met anderen om moeten gaan. We willen het maximale uit het leven halen. Stuk voor stuk belangrijke onderwerpen, maar wie bekommert zich er nog om hoe we geestelijk kunnen strijden? Hoe we ons moeten reinigen en heiligen, iedere dag? Hoe lofprijs en aanbidding werkt? Welke vloek of zegen op de gemeente rust en hoe engelen en demonen door ons gebed en vasten en aanbidden en lofprijzen worden beïnvloed? Weet je inmiddels hoe er stromen van levend water uit je kunnen vloeien en hoe de Heilige Geest de ruimte krijgt? Als je Christen bent geworden, ben je bevrijd van de schuld van de zonde, maar leef je daadwerkelijk vrij van de macht van de zonde? In hoeverre leef je vanuit de Geest, in plaats van uit het vlees?

In 1 Kor. 3:17 staat “De Heere nu is de Geest; en waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid. Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.” Een ingewikkeld vers misschien, maar het vertelt ons dat als we naar God kijken, we door de Heilige Geest veranderen. We gaan sprekend op Hem lijken. Als we God zien, worden we heilig, zoals Hij heilig is. Als we God zien, ontvangen we heiligheid.

David had drie maanden nodig om God weer te kunnen zien. Eerst was hij boos, daarna werd hij bang voor God. Hij bestudeert vervolgens de wetten, drie maanden lang. Pas dan ontdekt hij zijn fout en wordt zijn blijdschap hersteld. Om God opnieuw te zien heb je soms een flinke pak bijbelstudie nodig. Ga niet te gauw lofprijzen en aanbidden. Zorg dat je de God kent die prijst en aanbidt. God is niet blij met alle lofprijs en aanbidding. Soms is onze lofprijs en aanbidding juist een bewijs dat we God helemaal niet kennen. Dat we Hem niet zien.

Toen de Israelieten Egypte verlieten en hun leider Mozes een lange tijd afwezig was, wilden ze God tastbaarder maken voor hun aanbidding. Dus maakten ze een gouden kalf en zeiden ze: Dit is de God die ons uit Egypte geleid heeft! Was God hier blij mee? Nee! Het beeld van wie God werkelijk is werd verschrikkelijk verwrongen. God is geen gouden kalf. Hij is geen Egyptische God.

David liet de ark op een wagen laden, getrokken door twee runderen. Dat was al een keer eerder gedaan. Door de Filistijnen. Nadat zij de ark buit hadden gemaakt, werden ze vreselijk gestraft en wilden ze zo snel mogelijk van deze God af. Ze laadden de ark op een kar met twee runderen er voor. David vervoert de Ark op exact dezelfde wijze en zegt daarmee eigenlijk dat God een Filistijnse God is. Hij accepteert dat niet.

God is geen Egyptische God en ook geen Filistijnse God. Maar Hij is ook geen Nederlandse of Belgische God. Hij wil gezien worden en geen masker opgedrukt krijgen. Dat is het ergste wat je kunt doen. Lees de Bijbel en lees over hoe Hij is. Druk niet je eigen stempel op Hem.

De ark wordt Jeruzalem in gedragen. Nog even en God is het centrum van de Israëlische maatschappij. Achteraf weten we dat vanaf dit moment de gouden eeuw van Israël is aangebroken. God wil zo graag in het centrum van ons leven staan. En David wil God graag in het centrum van de maatschappij. Muziek klinkt overal en een grote menigte danst voor de Ark. David heeft weinig kleren aan, alleen een linnen priesterhemd. Hij staat letterlijk in zijn hemd.

Zijn vrouw Michal ziet het en ze ergert zich. Zij ziet maar één ding tijdens de ceremonie. Namelijk haar man die voor gek staat. En ze beseft dat zij, als koningin, daar op wordt aangekeken.

Michal ziet God niet. De geestelijke realiteit is voor haar onzichtbaar. Het enige wat ze ziet is status. Mensen die God niet zien, raken gemakkelijk onder de indruk van mensen. En natuurlijk van zichzelf.

David daarentegen is zichzelf helemaal vergeten. Hij ziet niet wat hij draagt of hoe hij zich beweegt. Heb je ooit zo geprezen en gebeden dat je jezelf volledig vergeet? Dat je alleen God nog ziet. Dat moet je meemaken. Het is letterlijk: Heerlijk. Mijn droom is dat iedere zondagochtend de hele gemeente zichzelf vergeet en dat niemand nog op zichzelf of een ander let. Dat iedereen naar God kijkt.

Want als we God zien, ontvangen we nederigheid. Hij is zó groot dat onze zogenaamde deftigheid en waardigheid compleet oplost in Zijn overweldigende grootheid.

Hoe kunnen we meer van God zien?

De profeet Elisa zag God (2 Koningen 6). Hij leefde in een tijd dat de koning van Syrië aanvallen uitvoerde op Israëlisch grondgebied. Maar Elisa kreeg het inzicht van God om precies te weten waar de Syriërs zouden gaan aanvallen. Zo kon de koning van Israël zich telkens verdedigen tegen de aanvallen. De koning van Syrië ontdekte al gauw wat de profeet Elisa deed en wilde Elisa te grazen nemen.

Op een dag stond de knecht van Elisa vroeg in de morgen op. Hij ontdekte, lichtelijk in paniek, dat de hele stad omsingeld was met soldaten. Elisa kalmeerde de knecht en vroeg God om ook Zijn ogen te openen. De knecht keek nog een keer rond en zag allemaal vurige paarden en wagens om zich heen. Eén gebed en de knecht zag de geestelijke werkelijkheid om hem heen.

Soms is één gebed genoeg. “Heer, open onze ogen.” Velen van ons leven in de mist. Ze zien geen hand voor ogen, en doen maar wat. Er is geen wijsheid, er is geen bedachtzaamheid, er is geen heiligheid en geen nederigheid. Ze leven hun leven want ze weten niet beter. Als jij zo iemand bent, bid God dan dat die mist gaat optrekken. En zet je gebed om in actie en ga de Bijbel lezen. Wisten jullie dat als een kleine stad en de hele omgeving daar om heen wordt bedekt door een dikke mist, die mist in vloeibare vorm minder dan een badkuip kan vullen? Al die problemen en obstakels die we zien in het leven zijn in werkelijkheid een paar druppels water. Het is er niet echt. Soms is er maar één gebed nodig, en de mist trekt op.

De natuurlijke wereld die we om ons heen zien is niet de echte wereld. De geestelijke wereld is vele malen echter. Als we God lofprijzen en aanbidden richten we ons op het geestelijke. We onttrekken ons niet aan de realiteit, we erkennen juist de realiteit. Als we onszelf disciplineren in het prijzen en aanbidden van God, thuis en in de kerk, groeien we in wijsheid, bedachtzaamheid, heiligheid en nederigheid. Want we leren te kijken naar God.


next page next page close

Lofprijs en aanbidding veranderd

Lofprijs en aanbidding veroveren de wereld. En dat is goed; Als je het eerste deel over lofprijs en aanbidding hebt gelezen dan weet je inmiddels dat lofprijs en aanbidding je verandert. je anders tegen de wereld aan gaat kijken. De wereld draait niet langer om jou, maar om God. Je bent minder gauw bang, minder gauw boos en jouw geluk staat los van je omstandigheden. Door in de nabijheid te komen van God, word je een mooier mens.

Het tweede deel ging over hoe lofprijs en aanbidding de kerk transformeert. Als we met onze lichaamshouding, mimiek en stem God gezamenlijk groot maken en aanbidden, richten we elkaar op God en beleven we Gods grootheid nog veel meer.

Dus het is goed dat lofprijs en aanbidding onder de aandacht komen en dat steeds meer kerken moeite doen om de zangdiensten te versterken.

Maar soms heb je het gevoel dat er iets niet klopt. Dat er hier en daar cruciale fouten worden gemaakt. Heeft iemand al eens goed gekeken naar de titel? Wat klopt daar niet? Veranderd met een D. Toevallig is het deze keer geen spellingsfout. De titel is nog niet afgemaakt. Het moet zijn: “Lofprijs en aanbidding (wordt) veranderd door mijn kerk en wereld.” Ofwel: “Mijn kerk en wereld veranderen lofprijs en aanbidding. In ons enthousiasme hebben we het bijbelse concept van lofprijs en aanbidding opgepakt en er een eigen ding van gemaakt. Naarmate ik er studie van ging maken werd ik verontrust over de kloof die er bestaat tussen wat de Bijbel en wat de kerk in praktijk brengt. Waarom is dat erg? Omdat Bijbelse lofprijs en aanbidding levensveranderd is. Hoe verder onze visie op lofprijs en aanbidding van de Bijbelse visie af komt te staan, des te zwakker zal het zijn. Als de duivel de hernieuwde enthousiasme voor het prijzen en aanbidden van God niet kan uitdoven, zal hij proberen het te veranderen in iets krachteloos.

In dit artikel ga ik drie moderne opvattingen bespreken in het licht van wat de Bijbel zegt. En ik vertel nu alvast dat ze alledrie de toets niet zullen doorstaan.

 

Misvatting 1. Lofprijs en Aanbidding doen we op zondag.

Nergens in de Bijbel worden lofprijs en aanbidding beperkt tot één dag in de week. Laat staan één half uur in de week. In de Bijbel lezen we iets heel anders. Psalm 34:1: “De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof”. En nog een andere tekst over lofprijs: “Ik zing u dagelijks zevenmaal lof om uw rechtvaardige voorschriften”. Zevenmaal per dag! Dat is pas geestelijke discipline.

Wat voor excuus kunnen we mogelijkerwijs verzinnen om hier onder uit te komen? Dat we het te druk daarvoor hebben? Deze keer hebben we geluk. Daniël had het ook heel erg druk als regeringsfunctionaris (Dan. 6:11). Hij deed het maar drie keer per dag. Dat valt dan weer mee!

Maar nu zonder gekheid: Lofprijs en aanbidding hoort niet alleen thuis op de zondagochtend, het behoort deel te zijn van je dagelijkse routine. En dat spreekt voor zich. God prijzen en aanbidden zuivert je geest. Het verwijdert leugens uit je gedachten, zet je wil op het goede spoor, heiligt jouw emoties. Wie gelooft nu dat dat maar één half uurtje per week moet? Als ik kijk naar wat voor gedachten en ideeën er in mijn hoofd rondspoken dan besef ik dat ik maar beter voor de zeven keer per dag optie kan gaan.

Het leven is een beetje zoals een Twitter-account. Om de zoveel seconden komen er nieuwe twitterberichten in je account. De oudere berichten schuiven telkens naar beneden. Als jij je maar zo heel nu en dan vult met besef van Gods aanwezigheid, dan verdwijnt dat besef na korte tijd op de achtergrond. Je hoofd wordt gevuld met meningen, televisie, werk, studie en elke dag honderden reclameberichten. Meerdere keren per dag God prijzen en aanbidden is zo gek nog niet.

Met je dan persé letterlijk zingen of bidden of knielen? Ja. Ik heb gestudeerd en gestudeerd maar hoe graag ik ook wil, ik kom tot geen andere conclusie. Sommige mensen zullen zeggen: “Nee. Aanbidding is een levensstijl. Als jij leeft zoals God dat wil, aanbid je hem met je daden.” Helaas is dit christelijke lariekoek. Ik kan er kort over zijn: het is nergens in de Bijbel te vinden. In het Engels taalgebied baseert men dit wel eens ten onrechte op een bijbeltekst, te weten: Rom 12 vers 1. Dit komt echter voort uit een vertaalfout. Daar komt nog bij dat het onverstandig is om je visie op aanbidding aan één vers op te hangen. Nee, aanbidding is geen levensstijl. Het is iets wat je doet met je lichaam. Het kost tijd en aandacht.

Stel dat we vanaf nu allemaal elke dag de tijd nemen om ons te richten op God en hem te prijzen en te aanbidden. Wat zal er dan gezongen worden op zondagochtend. Wat een droom.

 

Misvatting 2. Lofprijs en aanbidding geeft een plezierig gevoel.

Hoor je dit wel eens:  “Ik ben naar die-en-die conferentie geweest. De aanbidding was fantastisch!” Of: “Ik hou meer lofprijs dan van aanbidding. Aanbidding vind ik een beetje saai.” Of: “Welke cd zullen we eens opzetten? Doe maar die blauwe, ik heb wel zin in een beetje aanbidding.”

Het zijn allemaal symptomen van een verkeerd begrip van aanbidding. Lofprijs en aanbidding zijn een product geworden. Aanbidding is een cd of een evenement. De kerk is de aanbieder van lofprijs en aanbidding en jij kiest die kerk uit die het beste voldoet aan jouw wensen. En als de lofprijs en aanbidding een keer tegenvalt, dan zijn we teleurgesteld en vragen we ons zelfs af wat we nog bij die kerk doen.

Dit komt voort uit een misvatting wat niemand zou durven zeggen, maar wat opgaat voor velen van ons en misschien wel ons allemaal: Lofprijs en aanbidding gaat om mij. Om mijn plezier. Mijn behoefte.

Deze gedachte is een zware overtreding. Wie was ook alweer de eerste die dit zei? Juist. De satan.

De Bijbel zegt precies het tegenovergestelde. Lofprijs en aanbidding is een offer. Eén van de eerste keren dat het woord “aanbidden” in de Bijbel voorkomt, is te vinden in Genesis 22:5: Abraham zei tegen zijn knechten: Blijven jullie hier met de ezel, dan zullen ik en de jongen daarheen gaan. Als wij ons neergebogen hebben, zullen wij bij jullie terugkeren.

Waar wij het woord ‘neergebogen’ lezen wordt het woord “Shacha”gebruikt: aanbidden. Wat verstaat Abraham onder dat aanbidden? Wat gaat hij doen? Hij staat op het punt zijn eigen zoon te offeren. Aanbidding geeft Abraham geen plezierig gevoel.

De eerste keer dat we het woord ‘aanbidding’ in het Nieuwe Testament tegenkomen, is Mattheüs 2:2. “[De wijzen uit het oosten] zeiden: Waar is de pasgeboren Koning van de Joden? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden.”

Wat hield aanbidden voor hen in? Het genieten van beschuit met muisjes? Nee. Ze hadden wekenlang gereisd om een enorm financiëel offer te brengen. Het ging om Jezus.

En ook bij ons gaat het om Jezus. Kom niet wat halen tijdens de kerkdienst, kom wat brengen. Beoordeel de zangdienst niet, maar word deel van de zangdienst. Ga staan, hef je handen op, zing luid en geef jouw lofprijs en aanbidding aan God. Soms voel je de kracht van de Heilige Geest door je heen stromen, en soms voel je niets. Soms echter welt er enorme angst in je op. Want in Jesaja 8:13 staat: “Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig, voor hem zijn angst en ontzag op hun plaats.”  De aanwezigheid van God is niet alleen heerlijk, het is ook beangstigend. Heilig. Zuiverend. Alles wat niet goed is in je leven, brandt weg in zijn aanwezigheid. En als je de moed hebt om niet weg te rennen zal Hij je reinigen. Door de lofprijs en aanbidding heen. Tot dat je rein van hart bent. Want wat zegt Jezus in de zaligsprekingen (Mt. 5:8). Wie zullen God zien? Wie zullen door lofprijs en aanbidding dicht bij Zijn troon naderen? De reinen van hart.

Uiteindelijk levert aanbidding de grootste vreugde op, maar het komt niet goedkoop.

Hoe zit het dan met lofprijs? Lofprijs is heel blij van aard. Het is vrolijk. Geeft dat niet een plezier gevoel? Ook hier geldt: niet altijd. Wie kent Habakuk 3 (vers 17-18) niet:

“Al zal de vijgenboom niet bloeien, al zal de wijnstok niets voortbrengen,

al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,

al zal er geen koren op de akkers staan,

al zal er geen schaap meer in de kooien zijn

en geen rund meer binnen de omheining –

toch zal ik juichen voor de HEER,

jubelen voor de God die mij redt.”

 

Misvatting 3. Lofprijs en aanbidding is niet mijn ding.

Dit is een misvatting omdat lofprijs en aanbidding wél jouw ding is. Lofprijs en aanbidding is namelijk universeel. Iedereen lofprijst. Bezoek maar eens tijdens een concert of een sportwedstrijd. Iedereen aanbidt. Sommigen aanbidden het geld, anderen aanbidden hun moeder en weer anderen aanbidden zichzelf. Iedereen is vol van iets. Iedereen stelt z’n vertrouwen ergens in. Iedereen is ergens dienstbaar aan. Bob Dylan zong het al: “You’re Gonna Serve Somebody”. Het is niet de vraag of je aan lofprijs en aanbidding doet; het is de vraag wie of wat je prijst of aanbidt.

Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over. Als jouw hart vol is van wie God is zul je niet anders kunnen dan lofprijzen en aanbidden. Extraverte mensen zullen dat uitbundig doen, introverte mensen niet. Mensen die muzikaal zijn kiezen meteen voor muzikale lofprijs en aanbidding. Mensen die niet zoveel met muziek hebben kiezen voor de niet-muzikale vormen. Dat kan allemaal. De meeste aanbidding in de Bijbel is zonder muziek. En er is ook lofprijs zonder muziek: denk aan het juichen. Het valt me op dat er steeds meer wordt gejuicht in de kerk. Ik vind dat erg mooi en enthousiast klinken.

Maar waar Gods grootheid en heerlijkheid zichtbaar worden, gaan mensen automatisch lofprijzen en aanbidden. Daarom is het verstandig om eerst uit Gods Woord te onderwijzen en daarna pas te lofprijzen en te aanbidden. Zo gebeurt het ook in Nehemia 9:3: Zo stonden ze daar, en gedurende een vierde deel van de dag werd er voorgelezen uit het boek van de wet van de HEER, hun God, en nog eens een vierde deel van de dag beleden ze schuld en [aanbaden ze] de HEER, hun God.”  Eerst luisteren naar Gods Woord, en daarna reageren in aanbidding. Dezelfde tendens vinden we in Kolossenzen 3:16: “Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft.” Eerst het onderwijs van Christus’ woorden, daarna pas lofprijzen.

Moeten we de volgorde van de dienst dan niet omdraaien? De spreker aan het begin en de lofprijs en aanbidding aan het eind? Ik ben daar een voorstander van. Maar het kan ook anders. Een bijbelgedeelte aan het begin van de dienst. Of een getuigenis; ik leg de uitdaging bij de lezer neer.

De grootste misvatting heb ik voor het laatst bewaard: Namelijk dat God niet op jouw lofprijs en aanbidding zit te wachten. Het is een begrijpelijke gedachte. God weet hoe groot en goed Hij is. Waarom moet een nietig mensje als jij en ik Hem dat vertellen? Dat heeft Hij toch niet nodig? Wat maakt het dan uit of ik, in een koor van miljoenen stemmen, voor Hem zing?

Dit is de grootste misvatting ooit. Jezus zegt in Johannes 4:23 dat God op zoek is naar mensen die Hem aanbidden. Zijn ogen gaan over de aarde en Hij speurt de hele tijd naar mensen die voor Hem wil zingen. Niet dat Hij dat nodig heeft, Hij vindt het gewoon heerlijk. Jij bent Zijn zoon, zijn dochter en Hij kan zijn ogen niet van af houden als je aanbidt.

Een paar weken geleden was mijn vrouw jarig. Die dag sloop ik vroeg in de ochtend het bed uit en samen met mijn twee dochters gingen we naar de ouderlijke slaapkamer met een dienblad vol met lekkere dingen. We duwden de deur open en begonnen luidkeels voor haar te zingen. Ik zong technisch perfect. Loepzuivere tonen, goede articulatie en uitstekend ritmegevoel. Mijn vrouw heeft geen één keer mijn kant uit gekeken. Mijn oudste dochter van vijf kan best goed zingen maar vloog hier en daar een beetje uit de bocht. En mijn jongste dochter van twee? Ze stootte enthousiaste kreetjes uit. En Carolien straalde. Ze kon haar ogen niet van onze twee dochters afhouden. Ze straalde van oor tot oor.

Zo kijkt God naar ons als we aanbidden. We aanbidden niet voor onszelf maar voor die God die straalt van oor tot oor. Die zijn ogen niet van jou af kan houden. En als je iets anders aanbidt, als je Hem niet meer aanbidt maar voortdurend met iets anders bezig bent, dan wordt hij een jaloers God. Hij kan dat niet verdragen; Hij kan daar niet tegen. Zo gek is Hij op jou.

Aanbid God. Prijs God. Alleen Hij is het waard!

 

 

 

 


next page next page close

vGK Noordwolde – de liturgie

Aanstaande zondagavond speel & spreek ik in de voortgezet Gereformeerde Kerk te Noordwolde (in Friesland). Hieronder de liturgie en  hoe het tot stand gekomen is.

 

Thema: PRATEN MET GOD (Neem de rode pil)

 

Dienst programma

  • Zingen: Geest van hierboven (Gez. 477, in D)

Opening door Gertie

Medley: Opw. 40 Opw 42 en Opw 244 (allemaal in D)

  • Opw 40: Zoek eerst het koninkrijk van God
  • Opw 42: Stel mijn vertrouwen
  • Opw 244: Welzalig de man die niet wandelt

Schriftlezing: Joh. 10: 1-4 door Gerrit

  • Opw 281: Als een hert dat verlangt naar water

Preek deel 1

  • Opw 731: Jezus ik hou van U

Preek deel 2

  • Opw 488: Heer ik kom tot U

Afsluitingsgebed

  • Opw 569: Regeer in mij (slotlied)

 

Totstandkoming

Het voorbereiden van een dienst begint met een thema, en een thema begint met een doelstelling. Afgelopen maandagavond hebben we (een aantal jongeren, iets minder jongere jongeren en ik) gebrainstormd over welke onderwerpen interessant gevonden worden door zowel buitenkerkelijken als kerkelijken. Onze doelstelling was om daar een  aantal diensten over te houden. We hebben uit die thema’s een selectie gemaakt en die selectie weer samengevat (met enig hangen en wurgen) in één thema: PRATEN MET GOD.

Dit thema ga ik in vier diensten uitbouwen. Zet het in je agenda:

  • 21 april: Neem de rode pil
  • 2 juni: Age doesn’t matter
  • 14 juli: Onzichtbare kracht
  • 3 nov: De Hemelse Finale

Tijd: 19.00 tot 20.00 uur

Plaats: Dwarsvaartweg 1, 8391 MH NOORDWOLDE (Friesland)

De liederen zijn uitgezocht door Adine Versluis, Gerrit Bouius en Trijntje Hoekstra. Vervolgens heb ik daaruit een selectie gemaakt. Deze stappen heb ik gevolgd:

  • Beginlied: Een bekend lied, niet meteen te druk, maar wel krachtig beginnen. “Geest van Hierboven” staat wel hoog, maar we doen hem anderhalve toon lager (in toonsoort D).
  • Daarna doet Gertie de opening, votum, groet, inleiding thema.
  • De liederen 40, 42 en 277 zijn liederen die qua stijl goed bij elkaar passen en ze leren ons iets. Er wordt nog geen toewijding verwacht van de bezoekers; dat doen we pas na de preek. Ik begeleid dit met gitaar.
  • Vervolgens komt Gerrit met de tekstgedeelten die de kern van de preek raken. We lezen over Jezus als Goede Herder en blijven in het Fauna-thema met het volgende lied. Jammer dat er niet een lied is als “Als een schaap dat verlangt naar vers gras” 🙂
  • De preek bestaat uit twee delen. Twee korte preken is beter te volgen dan één lange preek.
  • We onderbreken de preek met Opw. 731: Jezus ik hou van U. Dit sluit aan met hoe het eerste deel wordt afgesloten.
  • Tenslotte onderstrepen Opw. 488 en Opw. 569 het thema en kunnen mensen hun toewijding uitspreken.

 


next page next page close

Kijk, water

Een paar jaar geleden maakte ik samen met nog een aantal mensen een kleine documentaire over een niet gelovig iemand die voor het eerst naar de kerk ging. Daar heb ik bijzonder veel van geleerd. Ook veel respect gekregen voor mensen die de drempel naar de kerk over durven te komen.

Eén opmerking is me altijd bij gebleven. Toen deze jongeman werd gevraagd wat volgens hem het verschil was tussen christenen en niet-christenen, zei hij: “Christenen leven volgens de regels van een boek. Ik heb niet zo’n boek. Maar volgens mij is er verder niet veel verschil.”

Dit antwoord boeit mij. Is ons kenmerk dit boek? Betekent Christen zijn “leven naar het boek?” Ja. Dat is gedeeltelijk waar. Maar Jezus volgen betekent meer. Het betekent dat je dag aan dag optrekt met iemand die je onderwijst. Zijn liefde aan je duidelijk maakt. Die jou vraagt om dingen te doen. Of juist niet. Advies geeft. Christenen zijn niet alleen mensen van het boek, maar ook de mensen van de directe lijn met God.

Tweeduizend jaar geleden heeft een arts, genaamd Lucas, een geschiedenis opgeschreven over een ontmoeting tussen een man die een directe lijn met God  had en een belangrijk politicus die alleen maar de Bijbel kende als een set met leefregels. We gaan dat nu lezen: Handelingen 8 vers 26 tot 40.

26 Een engel van de Heer zei tegen Filippus: ‘Ga tegen de middag naar de verlaten weg van Jeruzalem naar Gaza.’ 27 Filippus deed wat hem gezegd werd en ging naar die weg toe. Daar kwam hij een Ethiopiër tegen, een eunuch, een hoge ambtenaar van de kandake, de koningin van Ethiopië, die belast was met het beheer van haar schatkist. Hij was in Jeruzalem geweest om daar God te aanbidden 28 en zat nu op de terugweg in zijn reiswagen de profeet Jesaja te lezen. 29 De Geest zei tegen Filippus: ‘Ga naar die man daar in de wagen.’ 30 Filippus haastte zich naar hem toe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, waarop hij vroeg: ‘Begrijpt u ook wat u leest?’ 31 De Ethiopiër antwoordde: ‘Hoe zou dat kunnen als niemand mij uitleg geeft?’ Hij nodigde Filippus uit om in te stappen en bij hem te komen zitten. 32 Dit was het schriftgedeelte dat hij las: ‘Als een schaap werd hij naar de slacht geleid; als een lam dat stil is bij zijn scheerder deed hij zijn mond niet open. 33 Hij werd vernederd en hem werd geen recht gedaan, wie zal van zijn nakomelingen verhalen? Want op aarde leeft hij niet meer.’ 34 De eunuch vroeg aan Filippus: ‘Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft? Over zichzelf of over een ander?’ 35 Daarop begon Filippus met hem te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij deze schrifttekst als uitgangspunt nam. 36 Onderweg kwamen ze bij een plaats waar water was, en de eunuch zei: ‘Kijk, water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?’  38 Hij liet de wagen stilhouden en beiden liepen het water in, zowel Filippus als de eunuch, waarna Filippus hem doopte. 39 Toen ze uit het water kwamen, greep de Geest van de Heer Filippus en nam hem mee, en de eunuch zag hem niet meer, maar vervolgde zijn weg vol vreugde. 40 Filippus werd gevonden in Azotus; van daar reisde hij verder en verkondigde in alle steden het evangelie, tot hij in Caesarea aankwam.

Uit welk Bijbelboek hebben we net gelezen? Handelingen. Handelingen van wie? Handelingen van de apostelen? Nee. Filippus was immers geen apostel… De titel klopt eigenlijk niet. Een betere naam voor dit Bijbelboek is: “de Handelingen van God.”

Het laat namelijk zien hoe God ingrijpt in de geschiedenis.

  • We lezen hoe Hij de gemeente laat ontstaan met pinksteren,
  • Hoe Hij wonderen door de handen van de volgelingen van Jezus doet,
  • Hoe hij duidelijk maakt aan iedereen dat het evangelie ook voor niet-Joden is,
  • En hoe Godsmannen en –vrouwen worden geleid en gestuurd door God, soms zelf tot op het kleinste detail.

En deze tijd duurt nog steeds voort. Sommige christenen denken echter dat de tijd van een sprekende en handelende God voorbij is. Ze zijn mensen van het boek. Ze bidden, leven christelijk en gaan naar de kerk. Ze lezen de Bijbel en leven daar naar, maar zijn zich niet geheel bewust van het feit dat de God waar ze over lezen een aanwezige, levende en handelende God is.

Maar de God van de Bijbel, van het boek Handelingen is een God die handelt! Lees bijvoorbeeld eens wat hij doet in deze geschiedenis. Vers 26: Een engel van de Heer zei tegen Filippus: ‘Ga tegen de middag naar de verlaten weg van Jeruzalem naar Gaza.’ Hij stuurt Filippus naar de weg richting Gaza. Soms fluistert de Heilige Geest je iets in. Een voorganger van een grote kerk liep een paar jaar geleden op het vliegveld en de Heilige Geest maakte hem duidelijk dat hij twee jongemannen moest aanspreken. Hij wist niet waarom, maar hij deed het toch maar. Na een kort gesprek kwam hij er achter dat zij dat weekend voor het eerst in een kerk waren geweest. Om precies te zijn: die waar hij voorganger was. Ze waren onder de indruk van wat ze hadden meegemaakt maar hadden allebei God gevraagd of Hij, nog voordat ze op het vliegtuig zouden stappen, hen een teken wilde geven. Wat als die voorganger niet had geluisterd? Gelukkig deed hij dat wel, en gelukkig deed Filippus in deze geschiedenis het ook, anders was het een kort verhaal geweest.

Pas als Filippus op die weg richting Gaza wandelt, krijgt hij verdere instructies. Vers 29: De Geest zei tegen Filippus: ‘Ga naar die man daar in de wagen.’ En tenslotte, nadat deze missie voltooid is, neemt de Geest Filippus mee naar Azotus. Volgende missie. Wat een leven!

Twee dingen vallen op. Ten eerste geeft God heel weinig informatie. Ook in onze levens laat God telkens maar één stap zien. Hij verwacht van ons dat we gehoorzamen en komt dan pas met de vervolgstappen. Je verliest feitelijk de controle over je leven.

Filippus was succesvol in het gebied Samaria. De mensen hingen aan zijn lippen en velen kwamen tot geloof. Als het geloof daar zo effectief en efficiënt verbreid kan worden, waarom dan weggaan. Er was geen enkele reden om naar die weg te gaan lopen. Ten eerste is het een flinke wandeling, ten tweede: je gaat dat hele eind toch niet lopen tegen de middag? Het is bloedheet daar op de weg! En er is niemand. Als de Heilige Geest het hem had ingefluisterd, had Filippus het van hem afgeschud, maar gelukkig werd het gezegd door engel. Uiteindelijk leidt het er toe dat een invloedrijk persoon een getuige van Jezus wordt. De eerste Afrikaanse christen.

En vandaag werkt God precies hetzelfde. Als je een opdracht krijgt van God, voer ‘m dan uit. Achteraf kom je er vaak wel achter waarom. Soms ook niet trouwens. De wereld zit ingewikkeld in elkaar. Wij mensen kunnen het niet doorzien.

Wat ook opvalt: Het leven wordt geregiseerd. God heeft duidelijk de regie in handen. Kijk eens naar de ‘toevalligheden’ in deze geschiedenis. Filippus komt aanlopen, en net is de Ethiopiër bezig in Jes. 53. Dan heeft Filippus net de doop uitgelegd, en ja hoor. Kijk, water.

God werkt nog steeds op dezelfde manier. Toeval bestaat natuurlijk gewoon, maar soms is het net té toevallig. Een paar maanden geleden waren wij bezig onze achtertuin te verbouwen, en op woensdag zou een grote hoeveelheid zand, 12 kuub, aan de voorzijde van ons huis worden afgeleverd. Hoe wij die enorme berg naar onze achtertuin zouden verhuizen, daar hadden we nog niet over nagedacht.

Die zondag sprak ik in een kerk en na afloop van de dienst schudde ik de handen van de mensen. Bij één man die me de hand kwam schudden, leek het alsof God tegen mij zei: met die man moet je gaan praten. Ik sta nog niet een minuut met hem te praten en hij begint uit zichzelf te vertellen dat hij net dat weekend met een groep mensen 12 kuub had gekruid naar iemands achtertuin. Natuurlijk zeg ik: “Dat is toevallig, woensdag wordt bij ons ook zoveel zand gebracht.” De conclusie van het verhaal is dat mensen die wij helemaal niet kenden, ons uit de brand hebben geholpen.

God bestaat en Hij is niet veranderd. Hij is te vertrouwen en Hij handelt, ook nu nog.

 

God handelt als wij gehoorzamen.

Wat leren we uit dit tekstgedeelte? God handelt als wij gehoorzamen. Als Filippus niet had gehoorzaamd, was dit niet gebeurd. Als ik niet had geluisterd naar Gods Geest in die kerk, dan hadden mijn vrouw en ik 12 kuub moeten verhuizen over ongeveer 100 meter.

Je hoeft niet supergeestelijk te zijn. Wij hadden niet eens gebeden voor die bult zand. Wij hadden met ons mosterdzaad-geloof moeten zeggen: “Berg zand, richt u op en stort u in de achtertuin.” Maar wonderen hangen niet af van ons geloof, maar van de grootheid van God. Maar we moeten wel bereid zijn. Soms is Gods werk in ons leven helemaal niet leuk. Kijk eens naar de profeet Hosea, God vroeg hem te trouwen met een ontrouwe prostituee. Of kijk naar de profeet Jeremia; Jeremia’s profetieën werd hem echt niet in dank afgenomen.

De vraag is niet hoe geestelijk je bent, of hoe religieus. De vraag is: ben je bereid om te gehoorzamen.

 

God handelt als wij bereid zijn los te laten.

Ten tweede: God handelt, als wij bereid zijn los te laten.

Er zit een boodschap verborgen in de tekst. Die boodschap zit in vers 39 en 40: 39 Toen ze uit het water kwamen, greep de Geest van de Heer Filippus en nam hem mee, en de eunuch zag hem niet meer, maar vervolgde zijn weg vol vreugde. 40 Filippus werd gevonden in Azotus. In de NBV vertaling staat dat hij in Azotus terecht kwam, maar dat is om de zin mooi te laten lopen. Het staat niet in de oorspronkelijke Griekse tekst. Waarom staat het daar zo?

Ongetwijfeld, om te verwijzen naar een andere tekst in de Bijbel, namelijk 2 Koningen hoofdstuk 2. Daar wordt precies dezelfde zinsbouw gebruikt. In dat hoofdstuk lezen we dat Elia wordt opgenomen in de hemel. Elisa ziet dat en weet dat hij, Elisa, de nieuwe profeet zal zijn voor Israël. De andere profeten kunnen kunnen dat niet accepteren. Elia was hun geloofsheld. Dat was hun Godsman. Die wist hoe het zat. En nu moesten ze het doen met Elisa? In vers 16 lezen we dat ze met een ander voorstel komen:

16 de profeten zeiden: ‘We hebben vijftig flinke mannen bij ons. Laat die uw meester gaan zoeken. Misschien heeft een geest van de HEER hem opgetild en ergens op een berg of in een dal neergeworpen.’ ‘Doe dat niet,’ zei Elisa, 17 maar ze drongen zo aan dat hij ten slotte hun aanbod aannam. Vijftig mannen werden erop uitgestuurd en zochten drie dagen lang, maar ze vonden Elia niet. 18 Toen ze terugkwamen bij Elisa, die in Jericho zijn intrek had genomen, zei hij tegen hen: ‘Ik had u toch gezegd dat u niet moest gaan zoeken?’

Terug naar onze tekst: De Ethiopiër is net gedoopt. Hij droogt zijn hoofd af met een handdoek en als hij de handdoek wegtrekt, is Filippus weg. Hoe reageert hij? Gaat hij zoeken? Nee. Hij vervolgde zijn weg vol vreugde.  En Filippus ‘werd gevonden’ in Azotus. Met een dikke knipoog naar Elia, die niet gevonden werd.

God handelt, als wij bereid zijn los te laten. Als God alleen kan werken door onze godsmannen heen, onze methoden, onze kerk, onze structuren, onze organisatie en onze theologie heen, dan gaan we veel missen. Want God is groter dan onze methoden, kerk, structuren, organisatie, godsmannen en –vrouwen, en zelfs groter dan onze theologie.

Vraag God in gebed om alles, maar vertel hem niet HOE hij dat moet doen. Je verspilt je adem. Denk je nu werkelijk dat de God die het heelal schept en onderhoudt, zich aan jouw regels gaat houden.

 

God handelt als wij geen uitvluchten verzinnen.

Tenslotte: God kan door ons heen handelen, als wij geen uitvluchten verzinnen. Als Filippus had getwijfeld, dan waren ze het water al voorbij geweest. Hoeveel waterplasjes denkt u dat er zijn op de route van Jeruzalem naar Gaza? Niet veel. God biedt ons kansen, telkens opnieuw. Mist u een keer een aanwijzing van Gods Geest, dan komt er wel weer een nieuwe kans. Maar dit leven is eindig. Als je weet dat je iets moet doen: je aansluiten bij de gemeente, een taak op je nemen, een bezoek brengen aan iemand, vergeving vragen, noem maar op, waarom doe je het dan niet vandaag? Als je weet dat je je moet laten dopen, waarom stel je dat dan uit? Ik daag je uit om vandaag nog God te volgen. Laten we niet alleen de mensen van het boek zijn, maar ook de mensen met het lijntje met God.


next page next page close

Sprekers, luister…

Wel eens een gesprek gehad met iemand die heel enthousiast aan het vertellen is, maar jou niet zo kan boeien? Vast wel en dat is niet zo erg. Even geïnteresseerd knikken, vriendelijk antwoorden en dan gauw van onderwerp of gesprekspartner wisselen. Wel is het erg, als je verplicht bent vijftien of zelfs veertig minuten te moeten luisteren naar deze persoon. En het is verschrikkelijk als vijftig of zelfs duizend mensen tegelijkertijd moeten gaan luisteren naar iets wat maar niet kan boeien.

Sommige predikers in de kerk krijgen het voor elkaar om honderden mensen soms meer dan een half uur te vervelen. En dan ook nog met Gods Woord! Hoe doen ze dat? Hier een aantal adviezen die je als spreker niet moet gaan opvolgen.

  1. Maak je punt door jezelf voortdurend te herhalen. Zeg het nog een keer maar dan op een andere manier. Gebruik net even andere woorden. Je moet het ook nog anders omschrijven. Breng op verschillende wijze dezelfde boodschap, opnieuw herformuleren. Melk het zo lang mogelijk, zo uitgebreid mogelijk, zo vaak mogelijk, zo frequent mogelijk, zo breedsprakig mogelijk uit.
  2. Maak weinig gebruik van werkwoorden en vooral veel gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. Zo houd je een saaie, oninteressante, slaapverwekkende, ondoorkombare, onbegrijpelijke, langdurige preek.
  3. LEG NADRUK OP IEDERE ZIN. ROEP HET UIT DOOR DE ZAAL. NEGEER HET FEIT DAT JE EEN MICROFOON HEBT GEKREGEN (DIE ZULLEN ZE INMIDDELS TOCH AL HEEL ZACHT HEBBEN GEZET). DOE ALSOF JE EEN PROFEET BENT DIE OP EEN BERG STAAT TE SCHREEUWEN.
  4. Maak veel uitstapjes. Daarmee bedoel ik: Grijp regelmatig de gelegenheid om van je onderwerp af te dwalen. Op een gegeven moment zijn mensen de weg kwijt in de preek en weten ze niet meer wat een uitstapje is en waar de preek over moest gaan. Blijkbaar is het onderwerp van de preek niet interessant genoeg, dat je die uitstapjes denkt nodig te hebben om mensen bij de les te houden? Misschien is de boodschap te simplistisch? Sprekers onderschatten regelmatig hun gehoor.
  5. Vertel veel clichés. 80% van de mensen in de zaal zitten daar (bijna) elke week en zullen moeten worstelen om hun aandacht te houden bij een preek die ze bijna kunnen voorspellen.
  6. Spreek zonder emotie. Combineert heel mooi met punt 3. Spreek zonder emotie op luide toon.
  7. Geef informatie die helemaal niet relevant is voor de mensen. Volgende week misschien een vers uit het telefoonboek?
  8. Geef indirecte boodschappen af. Spreek bijvoorbeeld een zin uit als: “Wij mogen elkaar dienen.” Daarmee zeg je niet alleen dat we elkaar behoren te dienen, maar ook dat we dat vanzelfsprekend leuk behoren te vinden. Een ander voorbeeld is: “In onze stille tijd vergeten we soms God te danken.” Daarmee wijzen we onze toehoorders niet alleen op het gebrek aan dankbaarheid, maar wordt ook aan de toehoorder duidelijk dat iedereen vanzelfsprekend trouw stille tijd houdt. (Tenminste, als de toehoorder weet wat stille tijd is.)
  9. Spreek uitsluitend uit overbekende bijbelgedeelten. De Bijbel is een dik boek met genoeg informatie om een leven lang te bestuderen, maar beperk je tot de evangeliën, Genesis, de makkelijkste brieven van Paulus en Jesaja 53 en dan is het dienstbezoek wel tevreden. Waarom zou je ploeteren op de tekstgedeelten die je minder goed kent, als je mensen zo fijn in slaap kunt sussen met een bijbeltekst die ze al bijna op kunnen zeggen?

Een beetje sarcastisch geschreven misschien, maar de boodschap is duidelijk. En ach, ik spreek zelf ook, dus ik neem mezelf ook een beetje op de hak.

Beste sprekers, luister: laten we iedere seconde van de preek inslaan als een bom? Dat moet lukken; de Bijbel heeft atoomkracht.


next page

Preek over aanbidding

Wil je de PowerPoint downloaden van de preek over aanbidding? klik hier. Ook kun je meer...
article post

Psalm 63

Het schema dat hoort bij de preek “Beter dan het leven” is hier te...
article post

Waarvoor dient de kerk?

Ik heb een boek in de kast staan met als titel „They like Jesus, but not the Church”....
article post

Lofprijs en aanbidding verandert alles

God is Heilig. Hij is ontzagwekkend. Beangstigend. Hij doet dingen die we niet begrijpen...
article post

Lofprijs en aanbidding veranderd

Lofprijs en aanbidding veroveren de wereld. En dat is goed; Als je het eerste deel over...
article post

vGK Noordwolde – de liturgie

Aanstaande zondagavond speel & spreek ik in de voortgezet Gereformeerde Kerk te...
article post

Kijk, water

Een paar jaar geleden maakte ik samen met nog een aantal mensen een kleine documentaire...
article post

Sprekers, luister…

Wel eens een gesprek gehad met iemand die heel enthousiast aan het vertellen is, maar jou...
article post