rss search

next page next page close

Lofprijs en aanbidding verandert II

Lofprijs en aanbidding verandert mijn kerk.

De vorige keer kwamen we tot de conclusie dat lofprijs en aanbidding steeds meer aandacht krijgt in kerkelijk Nederland, maar dat het ons levens lang niet zo verandert als dat we verwachten. Enerzijds, omdat velen van ons de moeite niet nemen om Jezus dagelijks te aanbidden – één keer per week een half uur is al heel wat – anderzijds omdat er twee dingen missen die onmisbaar zijn: het liefhebben van God boven alles in het leven en het volledig vertrouwen van God met alles wat er gebeurt. Ik hoop van harte dat jullie hier mee bezig zijn gegaan sinds het lezen van deel 1. Waarom schrijf ik dit anders…

Ik blijf er bij, dat lofprijs en aanbidding mijn wereld verandert. Naarmate ik vaker en intensiever de teksten van Psalmen en andere liederen zing, vult mijn hoofd zich met de waarheid. De waarheid over mijn leven en de wereld waar ik in leef. Mijn wereld verandert van een plek waarin ik moet pakken wat ik pakken kan en strijden voor mijn eigen behoud, naar een veilige plek waar alles onder controle is. Niet mijn controle, maar Zijn controle. Dat maakt mij rustiger. Blijer. Vrij.

Is lofprijs en aanbidding dan iets tussen mij en God? Een soort van christelijke stille tijd wat je op je slaapkamer doet met een stapel aanbiddings-cd’s? Nee! Lofprijs en aanbidding is iets wat we samen doen. In onze kerkzalen, tijdens onze kringbijeenkomsten. En als we het zo doen als de Bijbel het ons voorschrijft, zal het een overweldigend effect hebben op onze diensten en onze kerken.

Hoe moeten we dat dan doen, de gezamenlijke lofprijs en aanbidding? Ik ben bang dat het antwoord op die vraag niet prettig zal zijn. Eerlijk gezegd heb ik er zelf best moeite mee. Het is iets wat ik zelf ook niet graag wil horen. Maar het staat in de Bijbel, in het Woord dat God ons gegeven heeft. En daar moeten we het mee doen.  Zoals alle christenen in alle landen en van alle tijden hebben we de neiging om zelf een invulling te geven aan wat lofprijs en aanbidding is. Dat moet niet! Daar gaan we in deel 3 uitgebreid op in: “Hoe mijn wereld en kerk lofprijs en aanbidding verandert”, maar nu richten we ons de vraag hoe bijbelse Lofprijs en aanbidding de kerk kan veranderen.

Ik ga hier een beeld van schetsen, en omdat dat de nodige weerstand zal oproepen, zal ik dat ruimschoots onderbouwen met Bijbelse en zelfs enkele wetenschappelijke argumenten. Tenslotte ga ik in op een aantal bezwaren. Mijn verlangen is dat u op het eind van deze preek begrijpt wat gezamenlijke lofprijs en aanbidding inhoudt en dat het u lukt om u daar aan over te geven.

Wat is gezamenlijke lofprijs en aanbidding? In de eerste plaats een opdracht. Kijken we naar het Oude Testament, met name de Psalmen, dan is het bewijs overweldigend. Heel vaak wordt in liederen opgeroepen om te loven en te prijzen. “Juich voor de Heer, heel de aarde” (Ps. 100:1), “Zing vrolijk in de Heer, rechtvaardigen!” (Ps. 33:1). Waarom zou iemand die in zijn eentje aan het zingen is, anderen oproepen om te juichen of te zingen? Dat doe je samen. Mensen zijn samen God aan het prijzen door elkaar op te roepen om samen God te prijzen. Het Nieuwe Testament geeft de opdracht ook, in Ef. 5:19: “…zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft.” De NBV heeft dit helaas verkeerd vertaald, waardoor de betekenis van de tekst gedeeltelijk verloren is gegaan. De juiste vertaling is: zing tot elkaar psalmen, hymnen en geestelijke liederen. Een lofprijzende gemeente is niet een groep individuen die allemaal tegelijkertijd dezelfde tekst reciteren. Nee, wanneer we lofprijzen praten we én met God, én met elkaar. Als we “Kom prijs de Heer, al gij knechten van de Heer” zingen dan moeten we niet in de verte staren, hopend dat er ergens een knecht luistert. Nee, die knechten zitten op dat moment naast je. Jullie roepen elkaar op, om God te prijzen. Jullie communiceren onderling. Eigenlijk zouden we elkaar moeten aankijken. Eigenlijk zouden we elkaar moeten overtuigen met onze stem, met ons mimiek en met ons lichaam. Zowel lofprijs als aanbidding is iets wat we met ons lichaam doen.
In het vorige stuk hebben we de definitie van aanbidding besproken: “Aanbidding is de daad van het neerknielen, zich neerwerpen of neerbuigen om onderwerping of verering uit te drukken.” Toen legden we de nadruk op de onderwerping en verering. Nu leggen we de nadruk op de daad. Aanbidding is een daad van het lichaam. Niet een geestelijke houding. Een lichamelijke houding. Wij doen dat niet zo vaak. En als we het doen, het liefst achter gesloten deuren. Maar om gezamenlijk op de knieën te gaan, of letterlijk te buigen, dat kennen we niet. “Klopt die definitie?” Ja, die definitie staat als een huis; zo hebben de Israëlieten in Bijbelse tijden aanbidding gedefiniëerd. “Moet het dan? Moeten we nu persé die lichamelijke houding aannemen? Kunnen we het niet op onze eigen manier doen?” Ik kan me voorstellen dat u zich dat afvraagt. Maar ik heb een tegenvraag: “Als wij willen leven naar wat Gods Woord – de Bijbel – ons voorschrijft, mogen we Gods Woord dan aanpassen op het moment dat we het niet zo prettig vinden wat er staan?”

Wat is lofprijs dan? De definitie van de New International Version hanteer ik hier, maar alle andere definities komen op hetzelfde neer: “Lofprijs is het vreugdevol danken en adoreren van God, het vieren van Zijn goedheid en genade.” Lofprijs is net zo lichamelijk als aanbidding. Het is een uiting van vreugde, een uiting van adoratie, het vieren van feest. Lofprijs is niet altijd ‘zingen’. Het is ook juichen, jubelen, schreeuwen. Je hele lichaam is daar bij betrokken, en het is vooral heel erg emotioneel. We hebben de opdracht gekregen om God gezamenlijk te prijzen en aanbidden. Dit betekent dat we met gebruik van ons lichaam en onze emoties ons richten op God en op anderen, om te vertellen hoe groot en liefdevol God is.

Ik kan me voorstellen dat sommige lezers onrustig beginnen te schuiven op de stoel. Ik zit ook niet zo prettig.Maar staan we de Bijbel toe om ons iets te onderwijzen, wat we niet zo prettig vinden? Als de Bijbel er onduidelijk over is, oké. Maar als er overdonderend bewijs voor is dan past het ons om het hoofd te buigen, letterlijk, en te luisteren.

En er is overdonderend bewijs. Ik begin met het Oude Testament. Weet dat wat ik noem maar een hele kleine selectie is. Exodus 33:10 beschrijft hoe het volk neerboog, iedere keer als de wolkkolom voor de ingang van de tabernakel stond. In Deut. 26:10 geeft God de instructie dat iedereen die een graanoffer aan komt bieden, moet neerknielen. In 2 Kron. 7:3 lezen we dat toen het volk, er moeten meer dan een miljoen samen zijn geweest, Gods glorie aanschouwde, iedereen massaal neerknielde met de gezichten naar de grond. Wat een uitzicht moet dat zijn geweest. Mozes is recordhouder. Hij lag 40 dagen en nachten op de grond voor Gods aanwezigheid, vertelt Deut. 9:9. Dit zijn beschrijvingen van hoe mensen aanbaden. Als we meer willen weten over lofprijs, gaan we het best naar de Psalmen. “Alle volken, klap in de handen; juich voor God met luide vreugdezang.” (Ps. 47:1) Klappen hoort dus bij lofprijs. Het is niet iets wat wij zelf verzonnen hebben. Psalm 134 vers 1 en 2: “Kom loof de Heer, alle dienaren van de Heer, u die nacht aan nacht in het huis van de Heer staat. Hef uw handen op naar het heiligdom en loof de Heer.” Ook het opheffen van handen en het staan zijn vormen om te lofprijzen. Psalm 149:3 noemt zelfs het dansen en muziek maken met instrumenten. Alle vreugde, dankbaarheid en andere emoties wordt altijd met het lichaam geuit.

De vrienden van Daniël werden, samen met alle inwoners van het Babylonische rijk, verplicht om een gouden afgodsbeeld te aanbidden. Zij deden dat niet, en dat viel nogal op. Al die inwoners doken namelijk bij het horen van muziek meteen naar de grond. Dat was aanbidding in hun beleving. Daniël zelf had het omgekeerde probleem. Er was een decreet in het Perzische rijk uitgevaardigd, dat iedereen die gedurende 30 dagen een verzoek tot een mens of God zou richten, behalve tot koning Darius, ter dood zou worden gebracht. Daniël bad en prees God drie keer per dag. Hij had er voor kunnen kiezen om in stilte te bidden en te aanbidden. Misschien had hij zelfs wat kunnen mompelen achter een boekrol. Maar nee, Daniël knielde neer om God te aanbidden. Waarom? Omdat Daniël vond dat God aanbidden terwijl je je tanden poetst, geen aanbidding is. Die overtuiging was zo sterk dat hij zijn leven er voor riskeerde. Dat zet ons toch aan het denken?

Ook in het Nieuwe Testament struikelen we, letterlijk, over de aanbidders. De wijzen in het oosten, komen in het huis van Maria en het eerste wat deze hoogwaardigheidsbekleders doen, is dat ze op de grond vallen. En vervolgens het kindje Jezus aanbidden. In de evangeliën lezen we geregeld dat mensen knielen of neerbuigen om te aanbidden. En in 1 Cor. 6:20 worden we opgeroepen om God niet alleen met onze geest, maar ook met ons lichaam te verheerlijken. Bent u daar nog?

Ik sla een enorm scala aan bewijsteksten over, wil alleen nog wijzen op een patroon wat we in de Bijbel vinden. Namelijk dat vaak een natuurlijke daad een geestelijk gevolg krijgt. God vraagt ons gehoorzaam te zijn, iets te doen wat we soms niet eens begrijpen, en vervolgens krijgt dat een enorm geestelijk effect. Ik noem een aantal voorbeelden:

  • Mozes werd, tijdens een veldslag met de Amelekieten, opgedragen zijn armen omhoog te houden. Hij had geen enkel idee waarom, wordt duidelijk uit de context van het verhaal. Het lag meer voor de hand dat hij leiding zou geven aan de veldslag. Maar hij was gehoorzaam en hield zijn armen omhoog. Deze lichamelijke pose zorgde er voor dat het legere van de Amelekieten verslagen werd (Exodus 17:11).
  • Josafat werd aangevallen door drie volken tegelijkertijd. God draagt hem op om zangers op te stellen op het slagveld. Dat is nog wel te doen, maar de zangers komen vóór de gewapende mannen te staan. Josafat begrijpt dit niet, maar doet het wel. Dan staat er in 2 Kron. 20:22: “Juist op de tijd dat zij met gejuich en lofzang begonnen, legde de Heer hinderlagen … en [de volken] werden verslagen.” De natuurlijke, lichamelijke daad van het lofprijzen en aanbidding heeft een geestelijke gebeurtenis in gang gezet.
  • Ook in het Nieuwe Testament zien we dit terug. Handelingen 16 beschrijft hoe Paulus en Silas gemarteld worden, en zonder enige vorm van proces worden opgesloten. Hun reactie is één die sterk tegen het gevoel in gaat. Vers 25: “Omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen lofzangen voor God.” Het effect van deze gehoorzaamheid is, dat er een aardbeving ontstaat, alle deuren open komen te staan, en de cipier uiteindelijk tot geloof komt in Jezus.

 

Drie voorbeelden van lichamelijke gehoorzaamheid, met grote geestelijke gevolgen. Ik geloof dat dit principe nog steeds van kracht is. Als wij in gehoorzaamheid God loven en aanbidden, dan verandert dat de kerk. Maar als we alleen maar een klein deel van ons lichaam willen gebruiken, als alleen onze mond beweegt, is het dan vreemd als we maar weinig merken van de kracht van lofprijs en aanbidding in ons leven.

Lofprijzen en aanbidden doe je met je geest, je emoties en je hele lichaam. Dat leren we uit Gods woord, maar we krijgen steun uit de hoek van de wetenschap.

Wat we allemaal weten is, dat aan ons lichaam te zien is hoe we ons voelen. Ik uit wat ik voel. Echter brengen recente onderzoeken aan het licht dat het omgekeerde ook waar is: Ik voel, wat ik uit. De manier waarop we ons lichaam gebruiken heeft invloed op hoe we ons uiteindelijk voelen. Tijdens een onderzoek zijn mensen gevraagd om een krachtdadige houding aan te nemen, voor ongeveer zes minuten. Daarna gingen ze een sollicitatiegesprek aan. Vergeleken met de controlegroep voerden ze betere gesprekken, ervoeren ze meer zelfvertrouwen en veranderde zelfs hun hormonale huishouden. Het ene na het andere experiment toont aan: je emoties volgen je lichamelijke houding net zo vaak als dat je lichaam volgt op je emoties. Het werkt vaak als een neerwaarts of opwaartse spiraal. Als je je slecht voelt, laat je je schouders hangen en ga je je nog slechter voelen. Maar als je je slecht voelt, en je gaat toch God prijzen met je lichaam, dan verdwijnt dat slechte gevoel. Je voelt meer en meer wat je belijdt.

Laat daarom je lichaamshouding niet afhangen van hoe je je voelt, maar van de waarheid van de teksten die je zingt. Uiteindelijk zal je gevoel volgen. En als anderen zien hoe jij God lofprijst en aanbidt, werkt dat aanstekelijk. Ook zij worden versterkt en bemoedigt door jouw – lichamelijk geuitte – lofprijzing en aanbidding. Dat is overigens ook de reden dat we voorzangers en voorzangeressen op het podium hebben. Zij nemen de gemeente in lofprijs en aanbidding, met hun stemmen en lichaamshouding, de gemeente neemt het van hen over, en de vocalisten worden weer geïnspireerd door de gemeente. Ik ben er sterk van overtuigd dat zulke lofprijs en aanbidding de kerk verandert. Dat je opgewekt, verfrist en veranderd de dienst uitgaat.

En toch wekt het idee van lichamelijke lofprijs en aanbidding weerstand op. Het idee van een enthousiaste zangdienst spreekt iedereen wel aan, maar jullie hebben waarschijnlijk hetzelfde als ik. Moet ik dan dingen doen die ik eigenlijk niet durf?  Wil God dat ik uit mijn comfort-zone stap. Ben ik dan wel mezelf? Moet ik iets forceren? Om het praktisch te maken noem en beantwoord ik een aantal bezwaren.

1. Stoten we bezoekers niet af?

Ik denk het niet. Ik ken verschillende mensen die ooit in hun leven naar Israël zijn gereisd, en twee van hen vertelden onafhankelijk van elkaar over de viering van het begin van de Sjabbat, bij de klaagmuur. Het dansen en het enthousiasme had een diepe indruk op hen achtergelaten. De Joodse cultuur en ook de Joodse godsdienst was hen niet eigen, maar het enthousiasme, iedere week weer. Deze twee mensen spraken er alleen maar positief over.
Als we ons enthousiasme uiten zal het juist interesse opwekken bij bezoekers. Ze zijn dat enthousiasme alleen gewend in uitgaansgelegenheden, of naast sportvelden. Nu zien ze dat het ook in de kerk gebeurt.

 

2. Ik voel het niet zo, en wil niet onecht zijn.

In Habakuk 3 staat: Al zal de vijgenboom niet in bloei staan,
en er geen vrucht aan de wijnstok zijn,
al zal de opbrengst van de olijfboom tegenvallen
en zullen de velden geen voedsel voortbrengen,
al zal het kleinvee uit de kooi verdwenen zijn
en er geen rund in de stallen over zijn –
ik zal dan toch in de HEERE van vreugde opspringen,
mij verheugen in de God van mijn heil.

Is Habakuk onecht? Hij springt van vreugde op, temidden van de diepste ellende. Hij baseert de bewegingen van zijn lichaam op zijn geloof, en niet op zijn gevoel. Je hoeft dus niet te wachten op een bepaald gevoel voordat je gaat staan of je hand opheft.

 

 3. Het is niet mijn ding.

De mensen die dit denken wil ik vragen wat zelfonderzoek te doen. Wat is niet je ding? Enthousiasme uiten? Liefde tonen? Sommige mensen hebben daar moeite mee. Dat heeft vaak te maken met het verleden van deze mensen. Als jij tot die groep behoort, forceer dan niets. Maar vraag de Heilige Geest om de wonden die geslagen zijn te genezen.

Andere mensen die dit denken, kunnen echter op het sportveld, op het werk of thuis heel erg enthousiast en liefdevol zijn. Ze hebben echter geleerd dat dat niet zo hoort in de kerk. Dat is een leugen. Zowel het Joodse volk als de vroege kerk kon feesten, huilen, juichen. Wij kunnen het ook.

 

4. Worden we dan niet zo’n extreme gemeente?

Een schrikbeeld voor velen is een gemeente waar word gegiecheld, gegild, gehuild, gemekkert, gehinnikt en ga zo maar door. Persoonlijk denk ik niet dat de Bijbel ons daar toe oproept. Sterker nog, Paulus geeft een duidelijke instructie, aangaande kerkdienst: “Laat alle dingen op een gepaste wijze en in goede orde gebeuren” (1Cor. 14:40). Deze bijbeltekst vertelt ons twee dingen. Ten eerste dat de diensten van de vroege kerk soms levendig en enthousiast waren, en ten tweede dat het de bedoeling is dat op dat gebied soms enige balans aangebracht moet worden.

 

5. Onze gemeente is er nog niet klaar voor.

Als mensen dat zeggen, dan maakt dat me verdrietig. Een vriendin van mij is tijdens een zangdienst in haar kerk gaan knielen op het podium. Ze heeft veel kritiek over zich heen gekregen. Terwijl ze eigenlijk alleen maar aanbad zoals dat op bijna iedere bladzijde van de Bijbel te vinden is.

Een vriend van mij, die voorganger is in een reformatorische kerk, heeft gemeenteleden uitgenodigd om na de preek te knielen bij het liturgisch centrum. Velen gaven gehoor en ervoeren de beste dienst sinds tijden, maar ook deze voorganger heeft de wind van voren gekregen.

Heel veel mensen in heel veel verschillende kerken willen niet dat lofprijs en aanbidding lichamelijk wordt uitgedrukt. “Dat is niets voor onze gemeente,” zeggen ze. Maar feitelijk zijn ze er zelf niet klaar voor. Want als je tijdens de lofprijs en aanbidding aan elkaar gaat laten zien wat er diep in jou gebeurt, voel je ontzettend kwetsbaar. En dat houdt de meesten van ons tegen.

 

Beste lezers, mag ik jullie vragen om de komende tijd steeds kleine stapjes te zetten? Klap eens enthousiast mee als anderen beginnen te klappen. Durf eens te knielen in de rij als anderen dat doen. Hef je handen eens op om overgave uit te drukken. Doe het op je eigen tempo, maar blijf niet in je comfort-zone zitten. Laat je broers en zussen zien hoe jij je geloof beleeft. Laat lofprijs en aanbidding niet alleen jou, maar de hele kerkdienst, de hele gemeente veranderen.


next page next page close
next page next page close

Lofprijs en aanbidding verandert – I

Dit stuk gaat over lofprijs en aanbidding. Heb je in het afgelopen jaar een preek over lofprijs en aanbidding beluisterd? De meerderheid zal met ‘nee’ antwoorden vrees ik. En dat is vreemd. Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw staat lofprijs, en met name aanbidding in toenemende mate in de belangstelling. Aanbidding is een hot topic geworden. En daar heb ik gemengde gevoelens over. Ik ben blij dat God meer dan ooit tevoren met muziek en zang wordt geprezen en aanbeden. Maar het wordt tijd dat we onze manier van lofprijzen en aanbidden gaan herijken aan wat de Bijbel daar over zegt. Om die reden houd ik in verschillende kerken een driedelige serie met als titel “Lofprijs en aanbidding verandert”. Dit stuk gaat over hoe lofprijs en aanbidding mijn kijk op de wereld verandert, de volgende over hoe lofprijs en aanbidding mijn kerk verandert en het derde stuk gaat over hoe de wereld en de kerk lofprijs en aanbidding veranderen.

 

Verandert lofprijs en aanbidding mij? Dat is mijn uitgangspunt. Door God te prijzen en te aanbidden, richt je je op hem. Je ontmoet de Schepper van hemel en aarde. Hoe kan het zijn dat dat niet een enorm effect op je heeft? Als andere mensen al zo’n invloed op ons uit kunnen oefenen, hoeveel te meer zal het zien van de heiligheid, grootheid en heerlijkheid van God ons niet een ander mens maken? Mozes ontmoette God en zijn gezicht straalde zo vel dat mensen er niet in konden kijken. Jesaja ontmoette God en hij schreeuwde het uit van doodsangst. Zijn bediening begon vanaf dat moment. Paulus probeerde de kerk te vernietigen, maar nadat hij Jezus ontmoette werd hij één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de kerk.

 

Hoe kan lofprijs en aanbidding mij nu niet veranderen? Zeker als ik tijdens de ontmoeting met God hem zingend vraag, om mij te veranderen? Als we Opwekking 252 zingen, zingen we dit: “Kneed mij en vorm mij, Heer, verander mij”. Met de auteur van Opwekking 488 zingen we “Heer, ik kom tot U, neem mijn hart, verander mij”. En het ligt niet aan Opwekking hoor. Gezang 180: “Hier zijn wij, Heer, een afgeweken schare, wij, die zo zorgeloos, zo ontrouw waren. Verander ons en reinig onze harten, o Man van smarten!” Zelfs onze kinderen zingen mee: “Hij verandert mij, mijn lieve Heiland, ´k ben niet dezelfde meer als toen, allang niet meer.”

 

En toch is de praktijk vaak anders. De zangdiensten en zelfs de hele kerkdienst lijkt zoveel mensen niets meer te doen. Het lijkt wel alsof we volstrekt immuun zijn geworden voor de woorden en de liederen. Dat ze niet meer doordringen. Vanwege mijn beroep kom ik in verschillende kerken en overal zie ik hetzelfde. De gemeente is vaak groter dan het aantal stoelen wat gevuld is, er wordt enigszins tam gezongen en als je goed luistert, kun je na het slotlied een zucht van verlichting horen. “Zo, dat hebben we weer gehad.” Thuis wordt de Bijbel in de kast gezet en er is weinig behoefte meer aan lofprijs en aanbidding door de week. Er was al weinig behoefte aan tijdens de dienst.

 

Wat mist er aan onze lofprijs en aanbidding? Waarom beleven we er zo weinig aan en waarom verandert het ons zo weinig? Om die vraag te beantwoorden moeten we eerst weten wat eigenlijk lofprijs en aanbidding is.

De Bijbel is geschreven in drie talen: Hebreeuws, Aramees en Grieks. Elk van die drie talen heeft een woord voor ‘aanbidding’ en de betekenis is telkens hetzelfde: “Aanbidding is de daad van het neerknielen, zich neerwerpen of neerbuigen om onderwerping of verering uit te drukken.” Op het eerste deel van deze zin komen we in het volgende stuk terug, maar nu richten we ons op het tweede deel: de intentie om onderwerping of verering uit te drukken. Als je iemand of iets aanbidt, dan zeg je twee dingen: 1) ik vertrouw u alles toe en 2) ik vind u geweldig. De definitie van lofprijs is iets ingewikkelder maar komt hetzelfde neer: ik ben enthousiast over u en ik wil dat overal rondbazuinen. Kortom: lofprijs en aanbidding veronderstelt dat je een groot fan bent van Jezus en dat je Hem blindelings vertrouwt. Als dat niet zo is, zal lofprijs en aanbidding je niet veranderen. Je kunt je handen opheffen. Je kunt dansen. Je kunt je op de grond werpen voor God, maar meer als spierpijn of blauwe plekken zal het je niet opleveren.

 

Vertrouw je God? Er gebeuren verschrikkelijke dingen in de wereld. Kinderen sterven. Natuurrampen op grote schaal. Mensen komen om van de honger. Mensen sterven aan kanker. Oppervlakkig gezien lijkt Hij nog niet in te grijpen. Sommigen van jullie gaan door een moeilijke tijd. Schreeuwen het uit vanuit een depressie. Zijn hun baan verloren en hebben geen enkele garantie dat hun hypotheek of zelfs dubbele hypotheek volgende maand nog betaald kan worden. Vertrouw je Hem? Hou je van Jezus? Vind je Hem zelfs wel aardig, wetende dat hij je partner terug uit de dood zou kunnen brengen, maar het niet doet? Wetende dat Hij met de vingers knipt en al je problemen zijn opgelost? Dat hij maar een fractie van een seconde iets van zichzelf hoeft te laten zien en al jouw twijfels de wereld uit zijn. Als je eerlijk bent, wat voel je dan voor Hem?

 

Het probleem van velen van ons is dat we doorgaan met lofprijzen en aanbidden, maar wel met de nodige reserves. Als God ons vraagt om geld, dan willen we wel een beetje geven. Maar eerst zorgen we dat we zelf genoeg overhouden. We willen best getuigen over wat God doet in ons leven, maar niet zo vaak, dat onze eigen reputatie in gevaar kan komen. We willen best voor iemands hoofdpijn bidden, maar eerst paracetamol. We willen best een loflied zingen, maar juichen gaat wel wat ver. Jezus is machtig en goed, en een vriend. Maar machtig in mijn leven? Goed voor mij? Heeft hij zich als een vriend betoond? Dat kunnen we niet zo zeggen. Dan hebben we eerst een appeltje met hem te schillen. Och, hadden we maar een krat appels staan.

Vochten we maar met God zoals Jacob deed, aan de Jabbok. Schreeuwden we onze twijfels maar uit en ploeterden we maar in gebed om Gods hart voor ons en ons hart voor God te ontdekken. Maar nee, Jesaja 29:13 is op ons van toepassing: we praten God naar de mond, we dienen hem met de lippen, maar ons hart is ver bij hem vandaan. En dus gaan we naar de kerk, bewijzen we God onze lippendienst, en stoppen we onze bijbels en liedboeken en ons hele geloofsleven in de kast.

 

We hebben het nodig iets meer van Jezus’ hart te zien. Waar anders dan in Gods eigen Woord, de Bijbel. Mattheüs 4, de geschiedenis van de verzoeking in de woestijn, kan ons enorm helpen om Jezus beter te begrijpen en hem oprecht lief te hebben en te vertrouwen.

 

Matt. 4:1-11

1 Toen werd Jezus door de Geest weggeleid naar de woestijn om verzocht te worden door de duivel.

2 En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij ten slotte honger.

3 En de verzoeker kwam bij Hem en zei: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden worden.

4 Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt. 5 Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en zette Hem op het hoogste gedeelte van de tempel, 6 en hij zei tegen Hem: Als U de Zoon van God bent, werp Uzelf dan naar beneden, want er staat geschreven dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven, en dat zij U op de handen zullen dragen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot. 7 Jezus zei tegen hem: Er staat eveneens geschreven: U zult de Heere, uw God, niet verzoeken.

8 Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg, en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien, met hun heerlijkheid, 9 en zei tegen Hem: Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt.

10 Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen. 11 Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.

 

In vers 2 vinden we de grootste understatement in de Bijbel. Jezus kreeg, na 40 dagen vasten, honger. En dan komt de duivel met een voorstel wat Jezus niet kan weigeren. Verander een paar stenen in brood. Daar doet Hij toch niemand kwaad mee? Niemand gaat die stenen missen. Bovendien zal één van Jezus’ eerste wonderen zijn dat hij water in wijn verandert. Als dat mag op een feest, dan kan er in deze uitzonderlijk zware omstandigheden ook wel een broodje van af. Maar Jezus zegt nee. “De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.” Jezus wilde wachten op het woord dat God zou spreken. Pas als de Vader zei: “jij mag eten”, zou Jezus eten. Hij wist niet hoe lang het vasten ging duren. Hij wist niet dat er engelen zouden komen om zijn verzwakte lichaam te verzorgen. Jezus had geen enkele controle. Geen zekerheid. Alleen maar zijn geloof en vertrouwen dat de Vader op tijd voor hem zou zorgen.

 

Hoe anders leven velen onder ons. Veel christenen leiden een leven waarbij het niet uitmaakt of God bestaat. Bestaat Hij wel, dan is dat mooi. Maar blijkt God niet te bestaan, dan is dat geen probleem. Toch een mooi leven gehad. Anderen brengen enorme offers van geld en tijd. Ze nemen risico’s die hen in het verderf zullen storten, tenzij God werkelijk bestaat. Ze ontzeggen zichzelf veel en zijn bereid te lijden voor het geloof. Als God niet bestaat hebben ze hun levens vergooid, maar dat is niet zo. Zij ontmoeten Jezus in de hemel en daar ontvangen ze hun beloning. Deze mensen begrijpen wat lofprijs en aanbidding is. “Een vaste burcht is onze God” heeft voor hen enorm veel betekenis en “Jezus, alles geef ik U” is hun levensbeschrijving. Hoe zit het met jou? Als je probeert je leven te behouden, zul je het verliezen. Als je bereid bent je leven te verliezen omwille van Jezus, zal je begrijpen waar het bij lofprijs en aanbidding werkelijk om gaat.

 

Waarschijnlijk kende Jezus Psalm 91 uit het hoofd. “Ik zeg tegen de Heere: Mijn toevlucht en mijn burcht, mijn God, op Wie ik vertrouw.” Die woorden krijgen pas betekenis als je al veertig dagen op water overleeft en je echt niet weet of je levend uit de woestijn zult komen. Ik stel het me zo voor dat Jezus op één van die stenen is gaan zitten en die Psalm ook heeft gereciteerd…

 

… en dat de duivel Hem onderbrak na vers 12 van die Psalm. Hij bracht hem naar het hoogste punt van de tempel. “Als U de Zoon van God bent, werp Uzelf dan naar beneden, want er staat geschreven dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven, en dat zij U op de handen zullen dragen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot.” Een doordacht idee, want we lezen een profetie over de Messias in Maleachi 3:1. “Let op, ik zal mijn bode zenden; hij zal de weg voor mij effenen. Opeens zal hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien.” Een betere start van Zijn bediening kan Jezus zich niet wensen. Terwijl hij de profetie vervult, maakt hij aan het drukbevolkte tempelplein duidelijk dat Hij de Messias is, door van het dak van de tempel te springen zonder ook maar een schrammetje op te lopen. Ideaal toch? En nog Bijbels ook. Zie daar, de duivel die de Bijbel citeert.

 

Maar Jezus zegt weer nee. “U zult de Heere, Uw God, niet verzoeken.” God mag niet gedwongen worden om aan ons reddingsplan mee te werken. Wij stellen ons beschikbaar voor Gods plan. God wil graag geprezen worden, maar niet op de manier van “Goed gedaan, goede en trouwe knecht.” Hij wil dat tegen ons zeggen, en niet dat wij dat tegen Hem zeggen. Het plan van Jezus leven verliep heel anders dan wat de duivel, en wie dan ook, had verwacht. Jezus werd verhoogd aan een kruis, niet verhoogd op een troon. Ook ons is niet gegarandeerd dat we als koningen door dit leven zullen gaan. God zal ons dragen, maar misschien niet in een draagstoel met dikke kussens. Komt al onze ergernis, onze woede en ons ongeduld niet voort uit het idee dat alles aan ons verwachtingen moet voldoen? Onze partner, ons werk, onze politiek, onze buren, onze kerk, onze samenkomsten, zelfs de liederen waarmee wij lofprijzen en aanbidden. Maar lofprijs en aanbidding betekent onvoorwaardelijke overgave aan God. Pas als jij kan zingen “Waar de weg mij brengen moge, aan des Vaders trouwe hand, loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land”, pas dan verandert lofprijs en aanbidding jou.

 

God is heel anders en doet heel anders dan dat wij op dit moment zouden willen. Maar er komt een dag, in dit leven of de volgende, dat we terugkijken op dit moment en tegen God zegen “God, U had gelijk. Het had niet anders moeten zijn. U hebt ook toen wijs gehandeld.” Nu hebben we zo’n last van wat er gebeurt. Maar Paulus vertelt ons het volgende in 2 Korinthiërs 4:17: “De geringe last die we tijdelijk te dragen hebben, brengt ons een eeuwige luister, die alles omvat en alles overtreft.”

 

De duivel probeert het nog één keer met Jezus. Hij liet de hele aarde zien, met alle koninkrijken en hun heerlijkheid. “Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt.” Jezus had in één klap een einde kunnen maken aan al het lijden. Geen oorlog, geen ziekte, geen rampen, geen pijn. Hij deed het niet. Hij koos er voor om afgewezen te worden, bespuugd, vernederd, uitgelachen, gemarteld, gedood. Waarom? Waarom huilde hij over Jeruzalem in wanhoop, in plaats van in te grijpen en de stad te redden? Waarom kwam hij niet van het kruis om iedereen voor eens en voor altijd te laten zien dat Hij de messias is? Er is maar één antwoord mogelijk. Hij wil dat we uit vrije wil hem aanbidden. Hij laat ons de keus. Er is geen enkele dwang. Wil jij deze Koning loven en aanbidden? Het zal je klein en dienstbaar maken. Kwetsbaar, liefdevol, menselijk. Hoe meer je met Hem omgaat, des te meer word je door Hem besmet.

 

In vers 11 lezen we dat de duivel vertrekt, en dat de engelen komen en voor Jezus zorgen. Hoe erg je nu ook gekweld wordt op dit moment, de Vader zal voor je zorgen. Hij zal niet meer beproeving toelaten dan dat je aan kan. Hij zal je vertroosten en beschermen. Hij is te vertrouwen.

 

 

 


next page next page close

Wie je bent als niemand kijkt…

Er schijnt een voorganger te zijn geweest die zijn preek eindigde met: “Volgende week spreek ik over waarheid en leugen. Ik zou graag willen dat iedereen ter voorbereiding Markus hoofdstuk 17 leest.” De week daarna vroeg hij wie het hoofdstuk had gelezen. Een aantal handen. Maar Markus heeft maar 16 hoofdstukken. Waarom steek je dan je hand op? Ik weet het niet.

Een onderzoek in Australië heeft uitgewezen dat 80% van de kerkgangers aangeeft een masker te dragen. 7000 kerkelijke Australiërs deden er aan mee en 5600 van hen deden zich anders voor dan dat ze werkelijk waren of voelden. 5600 Christenen die eerlijk konden zijn naar een onderzoeker toe, maar blijkbaar niet in staat zijn om eerlijk naar elkaar te zijn.

Maar dat is de andere kant van de wereld. Hoe is het hier? Hoe eerlijk zijn we naar elkaar?

Want de kerk moet echt zijn. Echte mensen die echte relaties met elkaar aanknopen. Een plek op aarde waar mensen nog echt te vertrouwen zijn. Waar je jezelf kunt zijn en je bloot kunt geven. Waar we kunnen huilen en lachen, als broers en zussen elkaar in de haren kunnen vliegen en in de armen kunnen vallen. Jezus was open, eerlijk en transparant. De kerk is Jezus’ lichaam op aarde. Hoe open en eerlijk zijn wij dan als kerk?

De wereld wil graag echtheid. We kijken het liever naar reality soaps dan naar dramaseries. En we sponsoren Wikileaks met vermogens in de hoop dat we eindelijk kunnen ontdekken hoe de wereld nu werkelijk in elkaar steekt: Hoeveel macht heeft de Bilderberg groep? Bestaan Illuminati? Waar staan de UFO’s geparkeerd? Wat is het telefoonnummer van de Men in Black? Wat wereldleiders zeggen wordt allang niet meer geloofd.

En we stellen nog veel meer vragen dan WikiLeaks kan beantwoorden. Zoals: Wat deed de kapitein van de Costa Concordia eigenlijk toen die boot op de klippen liep? En wie gebruikt er doping in de tour en wie niet?

Zo langzamerhand willen mensen wel eens weten wie er te vertrouwen is en wie niet. En de politiek scoort niet hoog in betrouwbaarheid. De kerk overigens ook niet, sinds de grootschalige misbruik van kinderen door priesters bekend is geworden, en de pogingen het in de doofpot te stoppen daarna.

Wat moeten we dan? Moeten we dan allemaal maar een grote monitor op ons hoofd installeren? Eentje waar al onze gedachten op verschijnen, op het moment dat we ze denken? Dat willen we niet! We willen alle sores van een ander weten, maar onze eigen vuile was houden we binnen. We willen helemaal niet open zijn. We verstoppen ons voortdurend en dat maakt de mensheid ontzettend onbetrouwbaar.

Dat begon al in het paradijs. Weten jullie wat het eerste wat Adam en Eva deden, nadat ze hadden gezondigd? Ze verstopten zich. Want ze waren naakt. Dat waren ze overigens al de hele tijd en was nooit een probleem geweest. Waarom nu wel? Ze hadden voor het eerst in hun leven iets om zich voor te schamen. Namelijk, hun ongehoorzaamheid. Sinds dat moment heeft de mens een binnenkant en een buitenkant. Sinds dat moment is er leugen en bedrog. Sinds dat moment doen mensen zich beter voor dan dat ze zijn.

Verstoppen ze hun angsten, twijfels, verlangens, gevoelens. Sindsdien zijn we een beetje menselijkheid verloren. En niemand wil een flatscreen scherm op zijn of haar hoofd dat laat zien wie hij of zij nu werkelijk is.

Jezus echter, had zo’n scherm niet nodig. Hoewel hij God en mens was, was hij meer mens dan jij en ik ooit zullen zijn. Oprecht, inside-out, niet bang om affectie te tonen en niet bang om mensen voor het hoofd te stoten. Hij kon zelfs drama spelen, zonder op zijn echtheid in te leveren. We lezen over een dramastukje in Lucas 11:37 tot 44.

37 Toen hij uitgesproken was, nodigde een Farizeeër hem uit voor de maaltijd. Hij ging naar binnen en ging aan tafel aanliggen. 38 Toen de Farizeeër dat zag, verwonderde hij zich erover dat hij zich niet eerst gewassen had voor de maaltijd.

Jezus onderwijst mensen in de stoffige straten van een stadje. Als hij uitgesproken is, komt een religieus leider, een Farizeeër naar hem toe. Helemaal onder de indruk van Jezus’ woorden, nodigt hij Hem uit om te komen eten. Jezus zegt toe en komt, zonder zichzelf vantevoren te wassen. Dat was vreemd. Dat is hetzelfde als dat u mij uitnodigt om te komen eten, en ik in vieze kleren en met modderlaarzen binnentreed. Dat is ofwel a-sociaal gedrag, ofwel het opvoeren van een dramastukje. In Jezus geval natuurlijk het laatste. Jezus was erg creatief in zijn manier van communiceren. Ik hoop dat wij als kerken Hem daarin ook volgen in onze kerkdiensten, maar dat terzijde.

En dan komt de uitleg:

39 Maar de Heer zei tegen hem: ‘Ach, jullie Farizeeën! De buitenkant van de beker en de schotel reinigen jullie, maar jullie eigen binnenkant is vol roofzucht en slechtheid. 40 Dwazen, heeft hij die de buitenkant gemaakt heeft niet ook de binnenkant gemaakt?

God had het volk Israël hygiënische wetten gegeven. Onder andere dat ze de binnenkant binnenkant van hun bekers en schotels grondig schoon moesten maken. Iets waar wij inmiddels wel het nut van inzien, maar destijds was dat helemaal niet bekend onder de volkeren. De Farizeeën waren flink fanatiek in het volgen van de wetten, dus wasten ze niet alleen de binnenkant van het servies, maar ook de buitenkant. Uiteraard volledig zinloos, want je eet niet aan de buitenkant van beker en bord. Vindt u ook niet!? Hoe dan ook: de Farizeeën zagen het leven als een langdurige wedstrijd nauwkeurig wetje-gehoorzamen en wilden uitblinken. Ze wilden een reputatie die nog mooier glansde dan hun bestek. Jezus prikt daar doorheen en geeft een advies:

41 Geef liever de inhoud van beker en schotel als aalmoes, dan is niets meer onrein voor jullie!

Met andere woorden: als het houden van wetten je zo in beslag neemt, laat dat dan maar zitten. Richt je liever op het welzijn van anderen. Vergeet jezelf, vergeet je reputatie. Zorg dat je hart op de juiste plaats zit en help mensen in nood.

42 Maar wee jullie Farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de gerechtigheid en de liefde tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten.

De Joden gaven een tiende van wat ze jaarlijks binnenhaalden aan de priesterdienst. De Farizeeën wilden daarin ook de vroomsten zijn. Dus gaven ze van alle piepkleine tuinkruiden ook een tiende. Een mooie prestatie, maar niemand zag waarom ze het deden. Ze deden het niet om het eten van de priesters wat smaakvoller te maken. Het was het wedstrijde wetje-gehoorzamen. Ze waren alleen maar bezig met zichzelf, met de eigen reputatie. Er was geen oprechtheid en ook geen onbaatzuchtigheid.

Waarom doen Farizeeën dat? Waarom spelen ze dat reputatie-spel? Beter gezegd: waarom doen mensen dat? Waarom doen wij dat? Waarom beschermen we onze reputatie en verstoppen we ons hart?

Ten diepste omdat we niet geloven dat iemand van ons kan houden zoals we zijn. En daarom boetseren we een reputatie en houden we de vuile was binnen. Wie we werkelijk zijn, de persoon Wie je bent als niemand kijkt, verstoppen we voor de buitenwereld. Zelfs voor God. Zelfs voor onszelf.

De Farizeeën waren zo goed in het opbouwen van een reputatie dat ze de ereplaatsen kregen in de synagoge. Jezus spreekt daarover:

43 Wee jullie Farizeeën, want jullie zitten graag op een ereplaats in de synagoge en worden graag begroet op het marktplein. 44 Wee jullie, want jullie zijn als ongemarkeerde graven waar de mensen overheen lopen zonder het te weten.’

Om te begrijpen wat Jezus zegt, moet je weten dat een Jood niet over graven heen mocht lopen. Dan zou de Jood onrein worden. Een ongemarkeerd graf is niet te onderscheiden van een gewoon stuk grond, dus je kunt, zonder het te weten, onrein worden met alle hygiënische en geestelijke gevolgen van dien.

Voor dit soort mensen geldt precies hetzelfde. Ze zien er uit als goede, godvruchtige mensen. Maar het zit niet goed aan de binnenkant. Deze mensen praten niet graag over wat ze uiteindelijk beweegt. Ze zijn niet bezig met goedheid en gerechtigheid. Ze worstelen niet met zonde, maar laten het woekeren en wortelen van binnen. En daarmee besmetten ze jou.

Maar hoe herken je deze mensen dan, deze ongemarkeerde graven? Ga spitten. Je komt vanzelf wat tegen. Vraag naar hun binnenkant, naar wie ze werkelijk zijn. Wat een droom als de hele gemeente bij elkaar gaat spitten. Als we de echte diepe vragen durven te stellen. Als we elkaar de gelegenheid geven om voor de draad te komen met hetgeen waar we mee worstelen.

Maak van je gemeente een ontzettend onveilige plek voor hypocriete mensen. Sla iedere doofpot stuk. Vorm een gemeenschap zonder lijken onder de grond of in de kast. En zie wat voor kracht daar vanuit gaat. Waar de maskers verdwijnen, ontstaat echte liefde. Maar waar maskers verschijnen, verdwijnt echte liefde.

Dat de synagoge ereplaatsen had, was zowiezo een slechte zaak. Zorg dat er geen ereplaatsen ontstaan in de gemeente. Gehoorzaam je leiders, geef ze alle ruimte en vertrouwen, maar geef ze geen ereplaats. Ze verdienen het niet, want ze zijn net zo verwrongen als jij. We zijn allemaal mensen en zitten allemaal in het hetzelfde schuitje.

Bovendien heeft het een verwoestend effect op ieder lid van de gemeenschap. Sommigen willen net zo geëerd worden als die persoon. Daardoor gaan ze zich beter voordien dan dat ze zijn en ontstaat hypocrisie. Anderen denken: “Ach, ik ben niet zo heilig als hij of zij, waar zou ik nog moeite voor doen.” Het effect is verslagenheid en sarcasme.

Word liever een gemeente van genade. Een gemeenschap waar iedereen van elkaar weet dat hij of zij met de regelmaat van de dag struikelt en valt. Waar niet iedere zondag jubelverhalen worden opgehangen over hoe geweldig het leven van de Heer is, maar waar het rauwe leven leven wordt verwoord, met overwinningen en nederlagen. En waar je geliefd wordt, wat je ook doet.

Hoeven we dan geen goede reputatie na te streven? Integendeel, een goede reputatie is heel belangrijk. 1 Tim. 3:7 schrijft voor dat leiders een goede reputatie moeten hebben en niet in opspraak mogen komen. Handelingen 2:47 vertelt dat de eerste christelijke gemeente in de gunst van het hele Joodse volk stond en dat was een goede eigenschap. En Spreuken 22:1 stelt een goede naam boven grote rijkdom.

Je reputatie moet echter een direct gevolg zijn van je karakter. Je begint met het ontwikkelen van karakter en daar uit volgt een goede reputatie. Als jij je omgeving wil laten zien wat voor mooie persoonlijkheid je hebt, dan word je niet vanzelf een mooi persoon. Je wordt arrogant. Als jij echter een mooie persoonlijkheid wil ontwikkelen, dan kun je er op rekenen dat je omgeving vanzelf ontdekt hoe mooi je van binnen bent. Een goede reputatie krijg je er gratis bij.

Hoe kun je dan een mooie persoonlijkheid ontwikkelen? Dat doe je op die momenten dat niemand kijkt. Als je je belastingpapieren invult. Als je keer op keer kiest om te vergeven en niet terug te slaan. Als jij thuis de rotzooi opruimt, die je niet hebt gemaakt. Als jij weigert een leugen te vertellen die je goed uitkomt. Of als je dat familielid blijft liefhebben, ongeacht wat hij of zij jou aandoet. God laat moeilijkheden, onrecht en lijden in je leven toe omdat het kansen zijn om een mooiere persoonlijkheid te ontwikkelen. Het is aan jou om de uitdaging aan te gaan en goede keuzes te maken.

Adam en Eva maakten twee zeer slechte keuzen. De eerste was het eten van de verboden vrucht. De tweede was dat ze zich verstopten voor God. God wilde na de zondeval nog steeds met hen omgaan. Ook nadat de mensheid vervloekt was, wilde God met de mens wandelen. Dat deed hij bijvoorbeeld met Henoch, familie van Kaïn. Maar Adam en Eva verstopten zich. “Vlug, Eva, duik achter dit bosje.” Wat waren ze aan het denken! Dachten ze nu werkelijk dat ze ook maar iets voor God konden verbergen? Hoe dom kun je wezen!? Kaïn, hun zoon, maakte dezelfde fout. Hij sloeg zijn broer Abel dood en toen God hem vroeg: “Waar is Abel eigenlijk, je broer?”, zei Kaïn: “Ik weet het niet. Heb géén idee”. Alsof God zou zeggen: “Goed, dan zoek ik nog even verder.”
En wat denken jullie. Als je zit te broeden op jaloerse gedachten of als je pornografische sites zit te bewonderen. Of als je vijftig euro van je baas achterover drukt. Dat God toch niet klikt? Dan heb ik nieuws. God klikt wel. Alles wat in het verborgene gebeurt, zal openbaar worden gemaakt. Geloof je me niet? Lees maar mee:

1 Intussen had er zich een enorme menigte verzameld. De mensen verdrongen elkaar, maar hij richtte zich eerst tot zijn leerlingen: ‘Hoed je voor de zuurdesem, dat wil zeggen de huichelarij van de Farizeeën. 2 Niets is verborgen dat niet onthuld zal worden, en niets is geheim dat niet bekend zal worden. 3 Alles wat jullie in het duister zeggen, zal in het licht worden gehoord, en wat jullie binnenskamers in iemands oor fluisteren, zal vanaf de daken bekend worden gemaakt.

Wij worden 24 uur per dag gefilmd met de hemelse camera. Feitelijk wonen we in een heel groot Big Brother huis. Alles wordt opgenomen. En straks, na je leven, stroomt de grote hemelse bioscoopzaal vol. Allemaal engelen met enorme bakken popcorn op de schoot. Jouw hele leven wordt ongemonteerd vertoond. Je daden op het scherm, je gedachten als voice-over.

Hoe voel je je hier over? Heb je al zin in de premiere? Of vrees je voor de vertoning? Ik heb gelukkig iets kunnen regelen met de grote Regisseur, Jezus. Hij zorgt er voor dat mijn levensvideo wordt gemonteerd. Hele, hele grote stukken worden er uitgeknipt want hij heeft mij die gedeelten vergeven. En ‘vergeven’ betekent bij Hem hetzelfde als ‘vergeten’.

Hoe ga jij om met de zonde in je leven? Je kunt je stoepje schoonvegen en zeggen dat het niet jouw schuld is, maar die van een ander. Dat deden Adam en Eva. Je kunt jezelf voor de gek houden en zelfs proberen God om de tuin te leiden. Dat deed Kaïn. Je kunt het compenseren door je geweldig goed aan iedere wet te houden. Dat deden de Farizeeën.

Maar besef wel dat je zonde blijft staan. En dat komt tussen jou en God in te staan. Niet omdat God jou wegstuurt, maar omdat jij vlucht voor Gods heiligheid. Stop daarmee.

God nodigt je uit om Zijn liefde en Zijn vergeving tot in het diepst van jouw wezen door te laten dringen. Houd op met verstoppen. Hij weet heus wel waar je zit. Hij wacht alleen uit respect totdat je zelf uit je schuilplaats komt kruipen. Vlucht niet weg. Blijf staan en voel Zijn armen om je heen.


next page next page close

De lastige Maleachi

Maleachi is onbekend. Zo onbekend dat ik zelfs even moet vertellen dat het een boek is. Een klein boekje in de Bijbel. Het is best begrijpelijk dat u het niet hebt gelezen, want Maleachi heeft zijn PR niet op orde. Het eerste woord van het boek is: “Massa”. Het Hebreeuwse woord Massa betekent “Last, gewicht”. Ofwel: hier komt een lastige boodschap. Dat staat niet in uw NBG of NBV-vertaling, dat hebben zij neutraler vertaald met “uitspraak”, misschien omdat zij het ook geen goede reclame voor het boek vonden.

Wat denken jullie als jullie een mail krijgen met “Lastige boodschap” in de onderwerp-regel? Je gaat je zorgen maken. Je houdt je adem in, klikt de mail open en gaat aandachtig lezen. Zo snel mogelijk.

Of, je doet het niet. Je gooit de mail weg. Tenslotte lossen de meeste problemen zichzelf wel op, toch?
Dat is nu de kern van de boodschap van Maleachi. We hebben een groot probleem, een last. En het volk massaal de verkeerde kant uit. Maleachi is het boek van het onbegrip. God spreekt rechtstreeks en het volk reageert telkens verbaasd en verongelijkt. “Hoezo minachten wij Uw naam?” “Hoezo hebben wij U verworpen?” “Hoezo vermoeien wij Hem?” “Hoezo moeten wij terugkeren?”, “Hoezo bestelen wij U?” “Wat hebben wij dan over U gezegd?” en “Wat heeft het voor nut U te dienen?”

En hoe reageren wij op Maleachi? Ook wij zullen gepijnigd worden door dit boek. Maar ik nodig jullie uit om deze mail te openen, want het is nog nooit zo relevant geweest. De situatie waarin Maleachi leefde komt namelijk vrijwel overeen met de situatie waar wij in leven.

  1. Economisch gezien was het een zware tijd. De oogsten vielen tegen, de steden waren klein, de Tempel voor de tweede keer opgebouwd, maar lang niet zo mooi als onder koning Salomo en het Perzische Rijk vroeg nog steeds belastingen.
  2. Er gebeurde niets bijzonders. Geen oorlogen of rampen, geen wonderen of tekenen, geen plannen of visioenen. Het was een alledaagse tijd. Onder de Bijbelse profeten is dat uniek. Alle andere profeten profeteerde juist in hele spannende, instabiele tijden.
  3. Er was vrijheid van godsdienst en er werden diensten gehouden. Maar niet van harte. Het mocht allemaal niets kosten, het werd met weinig passie en vuur gedaan, en God leek er helemaal niet in aanwezig te zijn. En tenslotte:
  4. De mensen waren uitermate teleurgesteld. In het leven én in God. Waar bleef de opleving? Waar bleef de Messias? Wanneer zouden de beloften vervuld worden: een grotere tempel, een soevereine staat? Veel  mensen konden niet langer geloven dat God bestond. Veel anderen vonden het geloof niet langer relevant. God had geen nut meer.

Komt dit bekend voor? Ja. Een vrij en veilig land met enige economische tegenspoed, geen interesse in godsdienst en geen enkele verwachting meer van God. Heel erg bekend, toch?

En God antwoordt door Maleachi. Het antwoord is niet prettig. God dreigt met vervloeking, met de hel, met volledige vernietiging van het hele land. Een boodschap die zeer doet aan de oren. Nergens in het Oude Testament, dat is de eerste helft van de Bijbel, spreekt God zo intens als in het boek Maleachi. Tel de verzen maar eens: in 47 van de 55 verzen spreekt God in de eerste persoon.

Waarom sprak God zo intens? Omdat zijn geduld op was. Israël was oorspronkelijk een slavenvolk dat door God uitgekozen werd. Hij bevrijdde hen uit Egypte, onderhield hen in de woestijn, gaf hen vruchtbaar land, veel voorspoed, maar zij deden negeerden Hem, verzonnen nieuwe goden en gingen hen aanbidden. Toen heeft hij het volk gestraft, door hen het land uit te deporteren. Ze verloren hun vrijheid, hun rechten, hun eigendommen, hun grondgebied en bijna hun identiteit. En toen kwam er een tweede kans. Op een wonderlijke manier mochten de Israëlieten opnieuw hun land en godsdienst opbouwen. De tempel werd hersteld, de stad Jeruzalem werd herbouwd, een nieuw begin. Maar het duurde geen 50 jaar, of de hele natie Israël was weer ongehoorzaam. God was er klaar mee en gaf deze boodschap af aan het volk en zweeg vierhonderd jaar lang.

Wat ging hier verkeerd, en wat kunnen wij, in onze vergelijkbare omstandigheden, hier van leren?

 

Voordat we bezig gaan met die vraag, wil ik je vragen om jezelf een drietal vragen te stellen:

  1. Is God altijd blij met wat ik doe? Zo niet, sta ik voldoende open voor Zijn mening?
  2. Wat zou een profeet zeggen over mij, onze gemeente, ons land? Zou ik daar naar willen luisteren?
  3. Wat vind ik van het idee dat God boos kan zijn en kan straffen?

 

Waarom werd God zo kwaad? Om te beginnen: God houdt van hen (Maleachi 1:2a)! De mensen die mij het meest gemakkelijk kwaad kunnen krijgen, zijn de mensen waar ik het meest van houd. Mijn gezin bijvoorbeeld. Naar hen stel ik mij kwetsbaar op, zij kunnen mij het ergste teleurstellen. Er is dan ook geen volk op aarde waar God zo vaak boos op is geworden. Nou ja, misschien de kerk. Maar God houdt dan ook heel veel van Israël en de kerk! Het is een constructieve boosheid. Dat wil zeggen: het werkt. God verandert ons mensen niet alleen door zijn liefde, maar ook door zijn toorn.

Maleachi 3 kondigt de komst van Jezus aan, en vertelt dat Hij, de Here Jezus, ons zal zuiveren: “Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert; de zonen van Levi zal hij zuiveren en zeven als goud en zilver…”. Iemand die zilver zuivert verhit het onzuivere zilver en wacht heel geduldig tot alle onzuivere elementen naar boven komen drijven. Vervolgens schept Hij deze elementen weg. Net zo lang, totdat het spiegelbeeld van de edelsmid zichtbaar wordt. Door het zuiveringsproces ga je dus Jezus weerspiegelen.

“…en dan zullen ze op de juiste wijze offeren aan de HEER. De offers van Juda en Jeruzalem zullen de HEER met vreugde vervullen, zoals in vroeger jaren, zoals in de dagen van weleer.” Gods toorn is zuiverend, tenminste als jij wilt luisteren.

Waar maakte God zich dan kwaad over? God maakte zich kwaad over de ontwrichtende ongehoorzaamheid van de Israëlieten. Het kwaad wat de jonge maatschappij meteen al ontwrichtte. In Maleachi 3:5 worden een aantal categorieën genoemd, zoals tovenaars en echtbrekers. Veel mannen stuurden hun eigen vrouw om niets weg om met een meisje van de omliggende volken te trouwen. Niet alleen was dat traumatisch voor de vrouwen en kinderen, ook haalden de mannen de valse en occulte religies van omliggende volken daarmee binnen.

Ook economische ontwrichting wordt genoemd. Mensen die hun dagloners uitbuiten. Ook voor ons is dat een actueel probleem. Arbeiders in andere landen worden uitgebuit om onze producten te maken. In hoeverre verzet u zich daar tegen? Welke stappen zet u om dat tegen te gaan? Het aanschaffen van Fair Trade producten of UTZ certified producten, of het uitzoeken naar kleding dat niet door kinderen is gemaakt zou hoog op onze agenda moeten staan, want het staat hoog op Gods agenda. God haat uitbuiting. En in ons geval ontwricht het niet een maatschappij, maar onze hele wereld-economie. De huidige economische crisis is veroorzaakt door hebzucht en een gebrek aan solidariteit. De oplossing is rechtvaardigheid. Zouden wij, als kinderen van een rechtvaardig God, niet voorop moeten lopen?

Vervolgens noemt Maleachi wezen, weduwen en vreemdelingen die worden onderdrukt en weggedrukt. Dat waren de meest kwetsbare groepen in de maatschappij. Zij konden niet voor zichzelf zorgen. En wat is onze houding naar asielzoekers, buitenlanders, chronisch zieken, gehandicapten, bejaarden? Het laat zich raden waar Jezus te vinden zou zijn als hij in deze tijd in Nederland naar de aarde was gekomen. In asielzoekercentra, bejaardentehuizen, ziekenhuizen.

Waar gaat jouw tijd en aandacht naar uit? Naar je loonstrookje of naar de dagloner in een ander land. Je zaken-netwerk, of de eenzamen en buitengeslotenen? We zijn zo intens bezig met onze staatsschuld en de beurs, dat we vergeten wat echt belangrijk is in het leven.

Dan zijn we net als een kersverse vader, die minuten lang gebogen staat over een wiegje waarin een kind slaapt. Met een blik vol onbegrip, ontroering en verwondering. Die vol ongeloof zijn hoofd schudt, zijn mond open van verbazing. En tenslotte stottert en stamelt tegen zijn vrouw: “Hoe is het mogelijk hè. Ik begrijp werkelijk niet hoe ze zo’n wiegje kunnen maken voor maar 49,95″.

God toornde niet alleen over de ontwrichtende ongehoorzaamheid, maar ook over de oninteressante offers die gebracht werden in de tempel. Dieren die kreupel of gebrekkig waren, mochten niet worden geofferd. Dat vinden we in één van de eerste boeken van de Bijbel, Deuteronomium 15:21. Waarom niet? Omdat ons offer een uiting is van onze hartsgesteldheid. Als God onze eerste liefde, onze eerste prioriteit is, dan offeren we het beste wat we hebben. En het omgekeerde is ook waar. Waar je schat is, zal ook je hart zijn. Als je het beste aan God offert wat je hebt, zal je hart op God gericht blijven. Maar Israël bracht oninteressante offers:

“Als jullie met een blind offerdier aankomen, zeggen jullie: ‘Wat geeft dat nu?’ En ook als jullie met een kreupel of ziek dier aankomen, zeggen jullie: ‘Dat geeft toch niets?’ Bied de gouverneur zo’n dier maar eens aan en zie of hij er tevreden mee is en jullie goedgezind zal blijven – zegt de HEER van de hemelse machten.”

Maleachi beschrijft hoe vermoeid de priesters zijn om offers te brengen en hoe God zich daar aan ergert. Wil alstjeblieft iemand die tempeldeuren dicht doen en nooit meer open doen? Dat liever dan deze grote ergernis! 
Hoe passen we dit nu toe op eigen leven? We hebben immers geen offercultus meer, sinds Jezus het ultieme offer bracht. Het Nieuwe Testament laat echter zien dat er nog steeds geofferd wordt, maar dan op een overdrachtelijke manier.

  1. Romeinen 12:1 vraagt ons om onszelf als levend, heilig, God welgevallig offer in Gods dienst te stellen. In onze dienstbaarheid aan elkaar en aan de gemeente geven we God het beste.
  2. In Filippenzen 4:18 worden de financiële middelen die zijn gegeven voor Paulus bediening als een offer beschouwt. Onze centen zijn offers die we aan God kunnen geven. Valt die Euro die in de collectezak is gevallen er onder? Ik denk het niet. Die kunt u te makkelijk missen.
  3. Hebreeën 13:15 noemt het prijzen van God een dankoffer. Dat betekent dat de lofprijs en aanbidding in de kerk helemaal niet voor onszelf bedoeld zijn, maar voor God. Waarom stellen we onszelf dan de vraag of we het wel mooie liederen vinden, op zondagochtend? Waarom wegen we af of we wel of niet last hebben van de band? Waarom moeten de teksten afgestemd zijn op onze eigen theologische voorkeur? Dat is allemaal niet belangrijk. Onmiddellijk na het zingen moet je je afvragen: heb ik God alles gegeven wat hem toekomt? Was het een mooi, groot, overvloedig offer zonder gebrek?
  4. En Hebreeën 13:16 noemt nog twee offers: de liefdadigheid en onderlinge solidariteit. Da’s mooi: als je iets voor een ander doet, sla je blijkbaar twee vliegen in één klap. Je offert immers tegelijkertijd aan God!

 

Voordat we naar ons laatste item gaan, wil ik jullie vragen kort na te denken over deze vragen:

  1. Ben ik gehoorzaam aan God als consument, als werkgever/werknemer en als echtgeno(o)t(e)?
  2. Waar offer ik de meeste tijd, energie en geld aan op? En wil ik dat blijven doen?
  3. Ben ik me er ten volle bewust dat lofprijs niet om mijn beleving, maar Gods beleving gaat?

 

God is boos over de ontwrichtende ongehoorzaamheid, de oninteressante offers en, tenslotte, het ontkennen van het oordeel. Lees maar mee wat de Israëlieten durfden te zeggen tegen elkaar (in Mal. 3:14,15):

“Jullie hebben gezegd: ‘Wat heeft het voor nut om God te dienen, wat hebben we eraan dat we zijn voorschriften in acht nemen en ons in een boetekleed hullen voor de HEER van de hemelse machten? We moeten de hoogmoedigen wel gelukkig prijzen, want wie zich goddeloos gedraagt gaat het voor de wind, en wie God beproeft komt er goed vanaf!’”

Komt dat ook bekend voor? Je leeft maar één keer, pak alles wat je pakken kan. Maar Maleachi en de hele Bijbel is er duidelijk over. Er komt een oordeel. Voor iedereen, ook voor christenen. Het grote oordeel gaat gelukkig aan ons, volgelingen van Jezus, voorbij. Romeinen 8:1 stelt dat voor iedereen die “in Christus Jezus is”, ofwel wie door Jezus is gered, geen veroordeling meer mogelijk is. Maar daarna volgt nog wel een beoordeling. Wat we gedaan hebben wordt geëvalueerd. En hoe zullen jouw daden worden bekeken in het licht van de hemel? Iets om over na te denken. Ik wens het je toe dat onze Papa in de hemel tegen jou zal zeggen: goed gedaan!

Maar hoe het ook zij, wat je ook gedaan hebt, doet en gaat doen, Jezus heeft het belangrijkste voor ons gedaan. Dankzij hem geldt voor iedereen die ontzag voor Jezus heeft en op Hem vertrouwt, deze tekst in Maleachi: Maar voor jullie die ontzag voor mijn naam hebben zal de zon stralend opgaan, de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt. Huppelend als kalveren die op stal hebben gestaan zullen jullie naar buiten komen.” Ik ben niet zo’n buitenmens, maar heb van verschillende mensen gehoord dat dat een prachtig gezicht is, als koeien na een winter op stal plotseling in de wei komen en een soort van gaan dansen. Dat is onze belofte, ongeacht onze daden.

Maleachi eindigt het Oude Testament met het woord “vernietiging” of “vloek”. Maar maak je geen zorgen. Zo eindigt de Bijbel niet. De Bijbel eindigt met Openbaringen 22:21. Daar staat: “De genade van onze Heer Jezus zij met u allen.”


next page next page close

Het is maar aarde-werk

Onze oudste dochter leunt tegen de basisschool-leeftijd aan en wordt steeds slimmer. Ze leert niet alleen hoe alles in de wereld werkt, maar kan zelfs haar eigen conclusies trekken. Zo had ze geleerd dat je bij een voetgangers-oversteekplaats op een knop moet drukken, wil je dat het stoplicht op groen springt. Een tijdje later stonden we met de auto voor een rood stoplicht. Dat duurde Lilian iets te lang, dus zei ze: “Hé, waar is het knopje nou?”

Natuurlijk hebben we onze beide dochters regelmatig complimenten gegeven over hun slimheid, maar mijn vrouw las laatst een kort artikeltje in een blad en we zijn gaan betwijfelen of dat nu wel een goed is. Als wij onze dochters regelmatig bevestigen omdat ze intelligent, handig, sportief, mooi of muzikaal zijn, wat gaan ze denken wanneer ze later een schooljaar niet halen? Of het laatste worden in een team worden gekozen bij een sportwedstrijd? Of wanneer op een gruwelijke ochtend een weerzinwekkend jeugdpuistje de kop op steekt? Of twintig tegelijk? We zullen ze hebben geleerd dat ze bevestigd worden op grond van hun prestaties. Dat je alleen okay bent als je er op een bepaalde manier uitziet of bepaalde talenten bezit. Willen we onze dochters zo opvoeden? Nee. Daarom proberen we hen nu te complimenteren voor hun inzet. We zeggen nu vaker: “Wat heb je jezelf mooi gemaakt” of “Wat goed dat je zo geconcentreerd bezig bent met kleuren”, of: “Wat heb je goed je best gedaan”.

En zo zou het ook op het podium in de kerk moeten zijn. Wat minder van: “Wat heb je een mooie stem” en wat meer van: “Wat goed dat je alle teksten al bijna kent.” Wat minder van: “Wat ben jij een getalenteerde muzikant”, en wat meer van: “Gaaf dat je trouw op de oefenavond komt”. Laten we elkaar vaker beoordelen op grond van onze inzet en motivatie, dan op grond van onze talenten.

Waarom? Om twee redenen. Ten eerste om te voorkomen dat iemand onder ons trots wordt. Ten tweede om te voorkomen dat iemand onder ons de moed verliest. Laat me dat tweede uitleggen.

Het leven is namelijk niet zo dat je altijd op je toppen presteert. Het leven is soms vermoeiend, verwarrend, oneerlijk en ronduit pijnlijk. Als je dan op de oefenavond komt en het gaat alleen maar om presteren, kwaliteit verhogen, de gemeente dienen en het rechtzetten van ieder zestiende nootje, dan gaan we onszelf vroeg of laat tegenkomen. Want dat lukt niet altijd. Iemand die vermoeid is, is niet geconcentreerd. Iemand die verdrietig is, heeft geen authentieke uitstraling bij “Alle mensen dansen, want… wij zijn zo vrolijk!” En iemand die worstelt met zijn geloof, wil eigenlijk helemaal niet zingen of spelen. Liever wil hij of zij een avondvullend gesprek met een wijze medemuzikant. Kan dat en mag dat bij jullie? Zijn de muziek- en techniekteams prestatie-georiënteerd of inzet-georiënteerd? Wordt God geëerd door de prestaties tijdens kerkdienst en de oefenavonden, of wordt God geëerd door de inzet en het enthousiasme van de mensen?

Ik hoop het laatste, want dat is niet alleen goed voor iedere individuele medewerker, maar ook voor de gemeente als geheel. Jezus wordt namelijk niet zichtbaar door topprestaties, maar door mensen heen. Echte mensen. Lees maar in 2 Kor. 4:7:

7 Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. 8 We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. 9 We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. 10 We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. (NBV)

Het is heel gewoon voor een Christen om onder druk te leven. Niemand van ons wordt gespaard. En Paulus vergelijkt ons daarbij met een aarden pot. Zo’n pot had twee eigenschappen. Het was niet zo waardevol en het ging gemakkelijk stuk. Ten eerste Paulus benadrukt hiermee dat al jouw talenten, prestaties, uiterlijk en intellect maar beperkt is. Het heeft niet veel waarde. Dit in tegenstelling tot de enorme schat die in jou is. En het tweede wat Paulus benadrukt is, dat je gemakkelijk kapot gemaakt kan worden. De omstandigheden kunnen je talent, je energie, je gezondheid, je plek in de maatschappij gemakkelijk wegnemen.

Maar wat gebeurt er als de pot onder druk komt te staan en klappen oploopt? Wat ga je zien op het moment dat de stukken er af vliegen en je zelfs breekt? Goud. Zilver, diamanten. Een schat! Het zwak zijn en beschadigd worden is blijkbaar niet alleen onvermijdelijk, maar zelfs nodig voor de gemeente. Klinkt dat te radicaal? Lees dan 2 Kor. 12:10 eens:

Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.

Hoeveel goud en zilver durf je te laten zien aan de medewerkers om je heen? En hoeveel goud en zilver mogen de mensen zondag in de zaal zien, als je op het podium staat? Wat als we kwetsbaar durven te zijn, eerlijk over wie we zijn en hoe we leven? Wat als we allemaal echt zijn en echt laten zien wat we voelen en denken? Zou dan ons hele christelijke wereldje uitelkaar barsten? En komt dan misschien alle goud en zilver tevoorschijn?

Het is moeilijk en spannend om jezelf te delen met anderen. Maar niemand is volmaakt. We zijn allemaal gebarsten aardewerk. En we bevinden ons in goed aardewerken gezelschap (overgenomen uit The Emotionally Healthy Church van Peter Scazzero):

  • Mozes stotterde.
  • David’s wapenrusting paste niet.
  • Johannes Markus liet Paulus in de steek.
  • Timotheüs had last van een maagzweer.
  • Hosea’s vrouw was een hoer.
  • De enige opleiding die Amos heeft gehad, was op een boerderij werken.
  • Jacob was een leugenaar.
  • David ging vreemd.
  • Naomi was een weduwe.
  • Paulus had een doorn in het vlees.
  • Mozes was een moordenaar.
  • Jona liep weg voor Gods wil.
  • Thomas twijfelde.
  • Jeremia was depressief en suïcidaal.
  • Elia kreeg een burn-out.
  • Martha maakte zich voortdurend zorgen.
  • Noach was een dronkaard.
  • En Petrus had een kort lontje.

next page next page close

Jezus Plus

Wat betekent Christen-zijn? Wat is de essentie daarvan? Deze vraag stel je meestal pas wanneer je in gesprek komt met anders-gelovigen. Mijn vrouw en ik bezochten een aantal jaren geleden een christelijk congres dat ging over de wetenschappelijke basis van het christelijk geloof. Dat deden we samen met een bevriend stel, dat – om het correct uit te drukken – andersgelovig was. Niet alleen het congres was leerzaam, maar ook de gesprekken met deze twee.

Eén lezing kan ik me nog goed herinneren, omdat ik me daar zo aan geërgerd heb. Het ging over het verschil tussen het Christendom en andere godsdiensten. De spreker informeerde de luisteraars over het feit dat er godsdiensten waren die best veel op het Christendom leken. Maar, zei hij, het Christendom is uniek omdat de Christenen Jezus hebben. Ik ergerde me wild. En alle wonderen en tekenen dan? En het unieke karakter van de Bijbel? En alle archeologische vondsten? En de sterke historische en wetenschappelijke onderbouwing van ons geloof? Moeten die niet eerst genoemd worden?

Mijn ergernis was, denk ik, deels terecht. Mijn vrienden hadden geen boodschap Jezus, want zij kenden hem niet. Maar deels had hij gelijk. Het Christendom is in essentie niet een geloofssysteem. Het is geen religie of traditie, geen set van normen en waarden, geen filosofie en geen theorie van alles. Het is een connectie. Een verbinding met een Persoon. Dat is alles. Meer is niet nodig. De rest is bijzaak. Leven in connectie met Jezus is alles wat je nodig hebt. En dat vinden we al tweeduizend jaar zo moeilijk om te vatten, dat we er voortdurend alles omheen verzinnen.

Als we kijken naar de kerkgeschiedenis, dan zien we dat christenen keer op keer verbeteringen hebben aangebracht. Door de genade van God werden die “Verbeteringen” later weer verworpen, maar al te vaak kwamen er andere “verbeteringen” voor terug. Wat vinden wij, mensen, het moeilijk om ons te houden bij de kern: de verbinding met Jezus.

Ik noem een aantal historische voorbeelden.

In de eerste tweehonderd jaar van het Christendom stond er weinig wijn en vlees op het menu. Sommige christenen hongerden zichzelf uit omdat Christus volgen voor hen betekende dat je je eigen vlees minachtte. Lichamelijke verlangens – denk aan eten, drinken, sex en zelfs slaap werden onderdrukt. Geestelijke groei kon eigenlijk niet zonder deze manier van leven. Wat Paulus zei over het leven in de geest en niet in het vlees, werd dus heel erg letterlijk genomen.

Antonius van Egypte was een extreem voorbeeld. Hij trok zich terug in de woestijn om daar in eenzaamheid te gaan leven. Ook Origenes was streng voor zichzelf. Hij verminkte zijn lichaam op zo’n manier dat hij geen sexuele verlangens meer voelde. Mensen die zeggen dat we terug moeten naar het geloof van de eerste christenen, kunnen dus maar beter oppassen met hun woorden! Weinig mensen willen tegenwoordig op die manier christen-zijn, en gelukkig maar. Inmiddels weten we dat het Christendom niet om zelfkastijding gaat.

In de vierde eeuwen maakte de Romeinse keizer Constatijn het Christendom de staatsgodsdienst. Een verhaal vertelt dat Hij dit deed nadat de Christelijke God hem een overwinning had gegeven. Vanaf dat moment stond het Christendom voor kracht, macht en grootsheid. Mensen werden christen omdat dat voordelen met zich mee bracht. Er werd voor je gezorgd door de kerk. Je hoorde bij de gemeenschap als je zei dat je christen was. Je kon wekelijks naar prachtige muziek en symboliek kijken en luisteren in een indrukwekkend gebouw. Koos je er voor iets anders te geloven, dan kreeg je te maken met vervolging, inquisitie of kruistochten.

Vergis je niet: ook in die tijd waren er mensen die Jezus centraal stelden in hun verering. Maar voor de meeste christenen van die tijd was Jezus niet zo belangrijk meer. Hij moest zijn plaats delen met Maria, de Paus en een toenemende schare heiligen. Misschien was het christendom in die tijd wel het meest van zijn kern, van Jezus, verwijderd.

In latere tijden verzon men weer nieuwe dingen bij het Christendom. De Puriteinen in de zestiende eeuw, bijvoorbeeld, benadrukten het belang van een zuivere levenswandel. Er mocht worden gedanst, maar alleen in de groep zodat er geen seksuele wellust zou ontstaan. Het christendom stond grotendeels symbool voor levensheiliging en het houden van Bijbelse wetten. De Methodisten in de achttiende eeuw leken daar wel op. Ze streefden naar morele en geestelijke volmaaktheid door hun leven strak te organiseren. Zowel de Puriteinen als de Methodisten hadden een sterke connectie met Jezus, maar ontkwamen er ook niet aan om veel toe te voegen aan de essentie van het christendom.

En wij dan? Belijden wij een zuiver christendom? De tijd zal het leren.

Waarom ben jij Christen? “Geloof geeft mijn leven zin en inhoud,” zeggen sommigen. Goed om te horen. “Het geloof verbetert mijn manier van denken en maakt mij gelukkiger,” zeggen anderen. En dat klopt; statistisch schijnen gelovige mensen iets gelukkiger te zijn. (Dat geldt overigens voor alle geloven.) “Het geloof heeft mijn huwelijk hersteld,” zeg je misschien. Fijn. Anderen noemen hun bevrijding van demonische machten, lichamelijke genezing tijdens een dienst of de wetenschappelijke overtuigingskracht van de Bijbel. En hoewel dit allemaal geweldige redenen zijn om Christen te zijn, raakt niets van dit alles de essentie.

Er is een betere reden om Christen te zijn. Een reden die al deze argumenten in de schaduw zet. De beste reden om christen te zijn, is Jezus. Als Paulus over Jezus wil vertellen, begint hij spontaan te zingen. Vertaald klinkt dat als zo:

Beeld van God, de onzichtbare is Hij,
Eerstgeborene van heel de schepping:
in Hem is alles geschapen
alles in de hemel en alles op aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
vorsten en heersers, machten en krachten,
alles is door Hem en voor Hem geschapen.
Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.
Hij is het Hoofd van het lichaam, de kerk.
Oorsprong is Hij, Eerstgeborene van de doden
om in alles de eerste te zijn:
in Hem heeft heel de volheid willen wonen
en door Hem en voor Hem alles met zich willen verzoenen,
alles op aarde en alles in de hemel,
door vrede te brengen met Zijn bloed aan het kruis. (1 Col. 1:15-20)

 

Om de diepte van dit gedeelte te vatten kunnen hele boeken worden geschreven. Ik bespaar me nu even de moeite en zeg het zo. Jezus is alles. Hij maakte alles, Hij is de reden dat alles bestaat en als Hij er geen zin meer heeft, dan verdwijnt alles. Die gedachte is zo groots, dat we het niet kunnen vatten. En omdat we het niet vatten, denken we er niet over na. We richten ons vervolgens op bijzaken. Bijzaken die in het niet vallen bij het belang van het verbinden met Jezus. Maar die bijzaken kunnen we tenminste vatten. En we hebben meteen wat aan de bijzaken. Een warm gevoel, een genezing en een gezellige gemeente zijn prettige bijzaken. Dat het heelal draait om Jezus, en niet om mij, is iets waar ik wat langer aan moet wennen.

Ook in de tijd van de Bijbel had men moeite om de hoofdzaken van de bijzaken te scheiden. In Johannes 5 en 6 lezen we dat Jezus mensen geneest en met een wonder duizenden mensen van voedsel voorziet. Op dat moment had Hij een grote hoeveelheid volgelingen. Dan begint Jezus hen te vertellen dat het niet om de wonderen en tekenen gaat, maar om Hem zelf. We lezen dan in Johannes 6 vers 60:

Veel leerlingen die het gehoord hadden zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daar naar luisteren?’

Even later haakt bijna iedereen af. Behalve de twaalf discipelen. Simon Petrus zegt:

Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven en wij geloven en weten dat U de Heilige van God bent. (Joh. 6:68, 69)

Waarom bleef Simon Petrus? Vanwege de comfortable woning van Jezus? Had hij niet. Omdat Jezus zo in trek was bij het volk? Nee, Jezus was toen al een zeer omstreden persoonlijkheid. Petrus bleef bij Jezus om Jezus zelf. En hoe zit het met jou?

Een christendom zonder verbinding met Jezus, is flinterdun. Zo dun als een strookje pakpapier. Alle gemeentelijke activiteiten, wonderen, tekenen, mooie muziek en boeken, pastorale en diaconale zorg hebben uiteindelijk de gezamenlijke dikte van een pakpapiertje.

Dit pakpapier zit om een groot cadeau heen. Denk aan een heel groot cadeau. Vergroot dit cadeau nog duizenden malen. En nog staat het cadeau niet in verhouding tot de grootheid van Jezus.

En nu opnieuw de vraag: waarom ben jij Christen? Om het cadeau dat je krijgt, namelijk Jezus? Of om het pakpapiertje? Pak het cadeau dan uit. Ik weet dat het cadeau nu nog niet zichtbaar is. Maar zet even door, hoe meer je ziet van het cadeau, des te meer zul je gemotiveerd zijn om verder te zoeken. En ja, het pakpapier gaat er soms moeilijk af. Maar doe je best.

Hoe doe je dat dan? Ik noem een aantal praktische handreikingen:

Besef, ten eerste, dat lofprijs en aanbidding de manier is om in verbinding met Jezus te komen. Als de verbinding met Jezus de kernzaak van het christelijke geloof is, dan is aanbidding de kerntaak van het christelijke geloof. Doen we onze kerntaak dan alleen een half uurtje op zondagmorgen? Hebr. 13:15 zegt: Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die zijn naam belijden. Ruim er dus tijd voor in. En als dat even niet lukt, doe het dan tijdens de afwas, in de auto, op de fiets, in gedachten tijdens een oninteressant deel van een vergadering, als je in bed ligt, onder de douche staat en op de bus wacht. Maak het je levensprioriteit.

Ten tweede: Neem de zangdiensten tijdens de dienst serieus. Het is niet even inzingen. Het is een mogelijkheid om gezamenlijk Jezus te ontmoeten. Bereid je er ‘s ochtends op voor. Stuur tijdens de dienst je gedachten en bedenk wie Jezus is. En bovenal: stel Jezus centraal. De zangdienst is een lofoffer voor Jezus, niet een recreatief moment voor jezelf. Het doel van de zangdienst is niet dat de kerkgangers een warm gevoel van binnen krijgen. Het doel is dat iedereen de gelegenheid krijgen om zich met ziel, geest en lichaam over te geven aan Jezus.

Om die reden, muzikanten (en met muzikanten bedoel ik zowel instrumentalisten als vocalisten), stel Jezus centraal. Weersta de neiging om je eigen eer te zoeken. Probeer niet op te vallen op het podium. Vestig de aandacht op Jezus. Werk daar aan. Wees bewust van de verleiding om ijdel en trots te zijn. Muzikanten, geniet van de muziek die je maakt. Muziek maken is een genot en je raakt er van in vervoering. Dat is niet erg, dat hoort bij het geschenk dat je hebt gekregen. Maar blijf onthouden dat het alleen nog maar verpakking is. Als de gemeente van je vraagt om zachter te spelen, of melodieën die je niet prettig vindt, om muziek wat beslist je stijl niet is, breng dan het offer. Muziek is een bijzaak. Jezus is de hoofdzaak.

En ook jullie, beste niet-muzikanten, stel Jezus centraal in de zangdienst. Zeg niet “De muziek sprak mij niet aan, vanochtend.” De muziek was niet bedoeld om jullie te entertainen. De muziek was voor Jezus. En als het geluid te zacht of te hard is, als de liederen te nieuw of te oud zijn, als er te veel of te weinig Engels wordt gezongen, al

bedenk dan dat het maar pakpapier is. We krijgen allemaal hetzelfde enorme Cadeau, wat maakt de kleur, de opdruk of zelfs de kwaliteit van het pakpapier dan nog uit? Richt je op Jezus tijdens de zangdienst. De zangdienst is er voor Hem, en niet voor jou.

We moeten oppassen voor de zonde van Hofni en Pinechas, de zonen van de priester Eli. Deze mannen stalen kortgezegd het offervlees dat nog geofferd moest worden aan God. In 1 Sam. 2:17 staat dat deze zonde zeer groot was voor het aangezicht van de Heer. Chofni en Pinechas deden wel meer slechte dingen. Zo sliepen ze met de meisjes die dienst deden in de tempel. Wij zouden dat aanwijzen als de grootste zonde. Maar God vindt het veel erger als we de offers stelen die voor Hem bedoeld zijn.

Voor lofoffers geldt ongetwijfeld hetzelfde. Draait de aanbidding om onze muziekkeuze? Ons volume? Onze gitaarsolo’s? Onze muziekbundel? Ons warme gevoel van binnen? Ons ervaren van de Heilige Geest? Of is onze aanbidding een offer voor Jezus, hoe we ons ook maar voelen?

Mijn derde praktische handreiking is: Richt jezelf op Jezus. Praat met mensen over Jezus. Lees de Evangeliën. Lees andere boeken over Jezus. Helaas gaat slechts één op de vijfentwintig christelijke boeken over Jezus. Maar zoek ze op.

En ten slotte: Bekeer je zo nodig opnieuw. Christelijke bekering is niet zozeer een verandering van gedrag, maar een verandering van connectie. Als je merkt dat je je bezighoudt met bijzaken in plaats van de Hoofdzaak, en je meer van pakpapier geniet dan van het cadeau zelf, pak je zelf dan aan. Bekeer je. Geen Jezus plus meer, gewoon Jezus. Wanneer? Nu is misschien een goed moment?


next page next page close

Wat voert Hij in zijn schild?

Na een lange werkdag kwam rechter Alexander Sanders thuis, om daar een kleine familiecrisis aan te treffen. Zijn dochtertje van drie was hartverscheurend aan het huilen en ieder aanwezig gezinslid zat met de handen in het haar omdat ze zo ontroostbaar was. Haar schildpad, een huisdiertje waar ze zelf voor mocht zorgen, was gestorven. En dat was meer dan het meisje verdragen kon. Moeders had al verscheidene onvruchtbare pogingen gedaan om haar te troosten en liet deze situatie graag aan haar man over.

De rechter stond voor een moeilijke taak. Zoiets als de dood was al moeilijk te begrijpen voor volwassenen, laat staan voor een kind. Dus hij nam haar op schoot, slikte zijn filosofische verhandeling weg en zei: “schat, morgen kopen we een nieuw schildpadje.” Het gehuil zwol aan als een optoerende sirene. Dit meisje begreep maar al te goed dat een levend wezen nooit te vervangen is. Zij wilde háár schildpad terug.

Rechter Sanders gooide het over een ander boeg. “Weet je wat, we gaan een begrafenis houden voor de schildpad.”
“Wat is een begrafenis?”
“Eh, dat is een viering ter ere van de dode schildpad.”
“Wat is dat papa, een viering?” antwoordde het dochtertje snikkend, terwijl de tranen weer bij haar bovenkwamen.
De rechter besefte dat hij het niet zou redden met afleiding alleen, dus ging hij ronduit liegen.
“Weet je, een begrafenis is een soort van verjaardagsfeestje. We gaan ijs en cake eten, we drinken limonade en hangen ballonnen op en alle kinderen van de buurt mogen komen spelen.”
“Allemaal omdat de schildpad is doodgegaan?” De rechter antwoordde met enthousiast geknik, opgelucht dat zijn tactiek aansloeg.

Het hele gezin begon met de voorbereidingen. Een cake bakken, ballonnen uitpakken, uitnodigingen maken, noem maar op. En toen gebeurde er iets onverwachts. De schildpad begon te bewegen. Rechter Sanders was met stomheid geslagen, maar de dochter maakte snel een inschatting van de situatie. En in haar kinderlijke onschuld riep ze: “Papa, vlug! Maak de schildpad dood!”

Precies zo was de reactie van de hogepriesters, de godsdienstige leiders in de tijd van Jezus. Jezus was een paar dagen geleden gestorven en ze hoorden dat Hij toch niet zo dood was als dat ze al hoopten. Dit schrijft Mattheüs er over, lees Matthe√ºs 28:11-15 eens.

11 Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was. 12 Die vergaderden met de oudsten en besloten de soldaten een flinke som geld te geven 13 en hun op te dragen: “Zeg maar: ‘Zijn leerlingen zijn ’s nachts gekomen en hebben hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen’. 14 En mocht dit de prefect ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.” 15 Ze namen het geld aan en deden zoals hun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de Joden de ronde.

Bewakers komen naar de hogepriesters met een wonderlijk verhaal die niet paste in hun theologie. Het was hun bewuste keuze om geen onderzoek te treffen over het waarheidsgehalte van dit verhaal. En ook hebben ze besloten om te zorgen dat niemand dit verhaal kwam te horen. Ze betaalden er zelfs voor. Zij vonden Religie belangrijker dan Realiteit. Zekerheid, duidelijkheid en stabiliteit komen voor integriteit en waarheid.

Dat lijkt wel een beetje op het begrafenisfeestje van de schildpad. De vrome mannen was er veel aan gelegen om hun schildpad, Jezus Christus, zo dood mogelijk te houden. Zou Jezus nog leven, om wat voor reden dan ook, dan zou dat erg veel ellende opleveren. Misschien wilde hij wel wraak nemen op hen? Of hij zou zoveel invloed krijgen door dit wonder dat zij aan gezag moesten gaan inleveren…

Ik denk niet dat ze heel bewust God aan de kant hebben gezet voor hun godsdienst. Ik denk dat ze het helemaal niet bewust door hebben gehad. Waarschijnlijk leefden en werkten ze al zo lang zonder God, dat ze Hem niet herkenden toen Hij voor hen stond. Herken ik God eigenlijk wel als hij voor me staat? En jij?

Paulus was ook niet zo behendig in het herkennen van Gods werk. Lees maar eens in Fil. 3:3-10.

3 Wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf, 4 hoewel ik redenen genoeg zou hebben om op mezelf te vertrouwen. Als anderen menen dat te kunnen doen, dan kan ik dat zeker. 5 Ik werd besneden toen ik acht dagen oud was en behoor tot het volk van Israël, tot de stam Benjamin, ik ben een geboren Hebreeër met de wetsopvatting van een Farizeeër 6 en heb de gemeente fanatiek vervolgd. Aan wat er in de wet over gerechtigheid staat, voldeed ik volledig. 7 Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. 8 Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen 9 en één met hem zijn: niet door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus. 10 Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood…

Dit stuk uit de Bijbel is lastig te begrijpen, dus lopen we het stap voor stap door. In vers 3 maakt Paulus duidelijk dat we geen reden hebben om trots te zijn op wat God door ons heen doet. Waarom niet? Omdat de Geest van God het doet, en niet wij. Het is een beetje dom als je trots bent op iets wat je eigenlijk helemaal niet gedaan hebt. Dus is het een beetje dom als je trots bent om het werk van Gods Geest. Al gebeurt het door jou heen, je hebt het nog steeds niet gedaan. Simpel toch?

Maar Paulus’ gezag werd ondergraven door mensen die zeggen dat wat Paulus zegt, niet zo belangrijk is. Dus besloot Paulus in vers 4 het spelletje mee te spelen. Hij ging zijn curriculum vitae presenteren; want er liepen mensen in Filippi rond die daar van onder de indruk kwamen. De ¬†verzen 6 en 7 waren speciaal voor die mensen. Waar bestond Paulus CV uit?

1. Paulus was besneden toen hij acht dagen oud was. Dat is precies volgens de wetten van God. Goed begin.
2. Paulus behoorde tot het volk van Israël. Geen proseliet dus, geen Samaritaan. Een volbloed Jood, en daar hielden andere Joden wel van. Ook de Joden in Filippi.
3. Paulus behoorde tot de stam Benjamin. Dat was iets om trots op te zijn. Benjamin was de enige zoon van Jacob die in het beloofde land geboren was. De eerste koning werd door deze stam geleverd, koning Saul. En deze stam was altijd trouw gebleven aan het koningshuis van David. Misschien geen geweldige argumenten voor jou en mij, maar in die tijd sneed het hout.
4. Paulus had de wetsopvatting van een Farizeeër. De farizeeërs waren de meest serieuze, devoute, vrome en gepassioneerde gelovigen van die tijd. Ze volgden de wet in alles, ook waar het minder goed uitkwam. Radicale lui dus. Paulus was daar ook één van geweest en niet een gemiddelde farizeeër ook. Hij was bloed-fanatiek. Toen mensen uit de synagoge wegliepen en zich aansloten bij een soort van hippie, deed hij er alles aan om dat recht te zetten. Te vuur en te zwaard bestreed hij het christendom. En ja, daar werden mensen bij vastgezet en kwamen zelfs mensen bij om.
5. Paulus voldeed volledig aan alles wat de wet zegt. Dit zegt wel wat. Heb je de wet wel eens gelezen? Die is lastig om te houden. Eén kanttekening: het betreft de wet van de Tenach met de interpretaties van de Farizeeën. Jezus zijn interpretatie van de wet is een stuk zwaarder; daar voldeed alleen Jezus aan.

Een indrukwekkende CV, maar Paulus zei: in de prullenbak er mee. En dat waren niet alleen woorden. Hij bekrachtigde dat met daden door weg te lopen van het godsdienstige systeem waar hij in zat. Daarmee vergooide hij zijn sociale zekerheid, zijn status, zijn leergezag, alle vastigheid. En ook nog zijn trots. Want hoe keek hij naar zijn beroemde verleden? Hij voelde het bloed aan zijn handen. Het bloed van de eerste christenen. En daarom refereert hij naar zichzelf met “de minste van de apostelen”.

Stel dat je vader, moeder of partner ’s avonds thuiskomt met dit verhaal: “Ik ben gestopt met mijn werk, heb mijn studie beëindigd, heb een meningsverschil met de leiders van de kerk gekregen en ben buiten de kerk geplaatst.” Wat zeg je dan? Juist, daar word je stil van. Waarom deed Paulus dit dan? Lees vers 7 en 8 nog een keer. Het kennen van Jezus overtreft alles. Als Jezus niet zou bestaan, zou Paulus dat dan zeggen? Nee. Het ging echt om Jezus en Jezus alleen. Er kleefden immers geen verdere voordelen aan! Paulus gaat zelfs zo ver om vers 10 te stellen dat hij samen met Jezus wil lijden en sterven!

Een radicaal type, die Paulus. Maar nog steeds bestaan er Paulussen. Mensen die de waarheid belangrijker vinden dan een religieus systeem. Voor hen is de schildpad belangrijker dan het begrafenisfeestje. Hoe zit dat met jou? Wanneer heeft de Schildpad het laatst bewogen in jouw leven? En in jouw kerk? En in jullie kerkdiensten?

Wanneer heeft de Heilige Geest voor het laatst duidelijke aanwijzingen gegeven in de dienst? Hoe lang is het geleden dat diensten geheel anders werden georganiseerd omdat Jezus zelf een uitdaging gaf aan de gemeenten? Word er geprofeteerd en hoe wordt daar uiting aan gegeven? Staat gewoon in de Bijbel hoor, dat je de profetie niet moet uitdoven. Dat is klaarblijkelijk wel mogelijk.

Jezus leeft! En omdat Hij leeft, zegt hij ook nog steeds wel eens wat tegen deze en gene. En er gebeuren nog steeds wonderen, grote en kleine. Het valt me echter op dat de rechtzinnige kerken in Nederland in toenemende mate aan het verstarren zijn. Er is weinig vernieuwing in theologie en liturgie. Maar waar onze theologieën in steen gebeiteld lijken te zijn, zijn onze liturgieën soms in diamant gebeiteld. Waarom? Waarom moeten alle kerkdiensten op elkaar lijken? Beseffen de organisatoren van de diensten dan niet dat mensen in slaap worden gesust door een patroon iedere keer opnieuw te herhalen?

Ik zeg het nog maar een keer: Jezus leeft! En deze Schildpad voert heel wat in Zijn schild. Hij heeft grote plannen. Hij is gevaarlijk, opstandig, avontuurlijk. Als we statische, voorspelbare en gezapige diensten houden dan staan we mijlenver van de Revolutionair af waar alles is mee begonnen.


next pagenext page

Lofprijs en aanbidding verandert II

Lofprijs en aanbidding verandert mijn kerk. De vorige keer kwamen we tot de conclusie dat...
article post

Preek Willem Ouweneel: 5 wijze en 5 dwaze meisjes

Goede preek van Willem Ouweneel. Luister maar!
article post

Lofprijs en aanbidding verandert – I

Dit stuk gaat over lofprijs en aanbidding. Heb je in het afgelopen jaar een preek over...
article post

Wie je bent als niemand kijkt…

Er schijnt een voorganger te zijn geweest die zijn preek eindigde met: “Volgende week...
article post

De lastige Maleachi

Maleachi is onbekend. Zo onbekend dat ik zelfs even moet vertellen dat het een boek is....
article post

Het is maar aarde-werk

Onze oudste dochter leunt tegen de basisschool-leeftijd aan en wordt steeds slimmer. Ze...
article post

Jezus Plus

Wat betekent Christen-zijn? Wat is de essentie daarvan? Deze vraag stel je meestal pas...
article post

Wat voert Hij in zijn schild?

Na een lange werkdag kwam rechter Alexander Sanders thuis, om daar een kleine...
article post