rss search

Jezus Plus

line

Wat betekent Christen-zijn? Wat is de essentie daarvan? Deze vraag stel je meestal pas wanneer je in gesprek komt met anders-gelovigen. Mijn vrouw en ik bezochten een aantal jaren geleden een christelijk congres dat ging over de wetenschappelijke basis van het christelijk geloof. Dat deden we samen met een bevriend stel, dat – om het correct uit te drukken – andersgelovig was. Niet alleen het congres was leerzaam, maar ook de gesprekken met deze twee.

Eén lezing kan ik me nog goed herinneren, omdat ik me daar zo aan geërgerd heb. Het ging over het verschil tussen het Christendom en andere godsdiensten. De spreker informeerde de luisteraars over het feit dat er godsdiensten waren die best veel op het Christendom leken. Maar, zei hij, het Christendom is uniek omdat de Christenen Jezus hebben. Ik ergerde me wild. En alle wonderen en tekenen dan? En het unieke karakter van de Bijbel? En alle archeologische vondsten? En de sterke historische en wetenschappelijke onderbouwing van ons geloof? Moeten die niet eerst genoemd worden?

Mijn ergernis was, denk ik, deels terecht. Mijn vrienden hadden geen boodschap Jezus, want zij kenden hem niet. Maar deels had hij gelijk. Het Christendom is in essentie niet een geloofssysteem. Het is geen religie of traditie, geen set van normen en waarden, geen filosofie en geen theorie van alles. Het is een connectie. Een verbinding met een Persoon. Dat is alles. Meer is niet nodig. De rest is bijzaak. Leven in connectie met Jezus is alles wat je nodig hebt. En dat vinden we al tweeduizend jaar zo moeilijk om te vatten, dat we er voortdurend alles omheen verzinnen.

Als we kijken naar de kerkgeschiedenis, dan zien we dat christenen keer op keer verbeteringen hebben aangebracht. Door de genade van God werden die “Verbeteringen” later weer verworpen, maar al te vaak kwamen er andere “verbeteringen” voor terug. Wat vinden wij, mensen, het moeilijk om ons te houden bij de kern: de verbinding met Jezus.

Ik noem een aantal historische voorbeelden.

In de eerste tweehonderd jaar van het Christendom stond er weinig wijn en vlees op het menu. Sommige christenen hongerden zichzelf uit omdat Christus volgen voor hen betekende dat je je eigen vlees minachtte. Lichamelijke verlangens – denk aan eten, drinken, sex en zelfs slaap werden onderdrukt. Geestelijke groei kon eigenlijk niet zonder deze manier van leven. Wat Paulus zei over het leven in de geest en niet in het vlees, werd dus heel erg letterlijk genomen.

Antonius van Egypte was een extreem voorbeeld. Hij trok zich terug in de woestijn om daar in eenzaamheid te gaan leven. Ook Origenes was streng voor zichzelf. Hij verminkte zijn lichaam op zo’n manier dat hij geen sexuele verlangens meer voelde. Mensen die zeggen dat we terug moeten naar het geloof van de eerste christenen, kunnen dus maar beter oppassen met hun woorden! Weinig mensen willen tegenwoordig op die manier christen-zijn, en gelukkig maar. Inmiddels weten we dat het Christendom niet om zelfkastijding gaat.

In de vierde eeuwen maakte de Romeinse keizer Constatijn het Christendom de staatsgodsdienst. Een verhaal vertelt dat Hij dit deed nadat de Christelijke God hem een overwinning had gegeven. Vanaf dat moment stond het Christendom voor kracht, macht en grootsheid. Mensen werden christen omdat dat voordelen met zich mee bracht. Er werd voor je gezorgd door de kerk. Je hoorde bij de gemeenschap als je zei dat je christen was. Je kon wekelijks naar prachtige muziek en symboliek kijken en luisteren in een indrukwekkend gebouw. Koos je er voor iets anders te geloven, dan kreeg je te maken met vervolging, inquisitie of kruistochten.

Vergis je niet: ook in die tijd waren er mensen die Jezus centraal stelden in hun verering. Maar voor de meeste christenen van die tijd was Jezus niet zo belangrijk meer. Hij moest zijn plaats delen met Maria, de Paus en een toenemende schare heiligen. Misschien was het christendom in die tijd wel het meest van zijn kern, van Jezus, verwijderd.

In latere tijden verzon men weer nieuwe dingen bij het Christendom. De Puriteinen in de zestiende eeuw, bijvoorbeeld, benadrukten het belang van een zuivere levenswandel. Er mocht worden gedanst, maar alleen in de groep zodat er geen seksuele wellust zou ontstaan. Het christendom stond grotendeels symbool voor levensheiliging en het houden van Bijbelse wetten. De Methodisten in de achttiende eeuw leken daar wel op. Ze streefden naar morele en geestelijke volmaaktheid door hun leven strak te organiseren. Zowel de Puriteinen als de Methodisten hadden een sterke connectie met Jezus, maar ontkwamen er ook niet aan om veel toe te voegen aan de essentie van het christendom.

En wij dan? Belijden wij een zuiver christendom? De tijd zal het leren.

Waarom ben jij Christen? “Geloof geeft mijn leven zin en inhoud,” zeggen sommigen. Goed om te horen. “Het geloof verbetert mijn manier van denken en maakt mij gelukkiger,” zeggen anderen. En dat klopt; statistisch schijnen gelovige mensen iets gelukkiger te zijn. (Dat geldt overigens voor alle geloven.) “Het geloof heeft mijn huwelijk hersteld,” zeg je misschien. Fijn. Anderen noemen hun bevrijding van demonische machten, lichamelijke genezing tijdens een dienst of de wetenschappelijke overtuigingskracht van de Bijbel. En hoewel dit allemaal geweldige redenen zijn om Christen te zijn, raakt niets van dit alles de essentie.

Er is een betere reden om Christen te zijn. Een reden die al deze argumenten in de schaduw zet. De beste reden om christen te zijn, is Jezus. Als Paulus over Jezus wil vertellen, begint hij spontaan te zingen. Vertaald klinkt dat als zo:

Beeld van God, de onzichtbare is Hij,
Eerstgeborene van heel de schepping:
in Hem is alles geschapen
alles in de hemel en alles op aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
vorsten en heersers, machten en krachten,
alles is door Hem en voor Hem geschapen.
Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.
Hij is het Hoofd van het lichaam, de kerk.
Oorsprong is Hij, Eerstgeborene van de doden
om in alles de eerste te zijn:
in Hem heeft heel de volheid willen wonen
en door Hem en voor Hem alles met zich willen verzoenen,
alles op aarde en alles in de hemel,
door vrede te brengen met Zijn bloed aan het kruis. (1 Col. 1:15-20)

 

Om de diepte van dit gedeelte te vatten kunnen hele boeken worden geschreven. Ik bespaar me nu even de moeite en zeg het zo. Jezus is alles. Hij maakte alles, Hij is de reden dat alles bestaat en als Hij er geen zin meer heeft, dan verdwijnt alles. Die gedachte is zo groots, dat we het niet kunnen vatten. En omdat we het niet vatten, denken we er niet over na. We richten ons vervolgens op bijzaken. Bijzaken die in het niet vallen bij het belang van het verbinden met Jezus. Maar die bijzaken kunnen we tenminste vatten. En we hebben meteen wat aan de bijzaken. Een warm gevoel, een genezing en een gezellige gemeente zijn prettige bijzaken. Dat het heelal draait om Jezus, en niet om mij, is iets waar ik wat langer aan moet wennen.

Ook in de tijd van de Bijbel had men moeite om de hoofdzaken van de bijzaken te scheiden. In Johannes 5 en 6 lezen we dat Jezus mensen geneest en met een wonder duizenden mensen van voedsel voorziet. Op dat moment had Hij een grote hoeveelheid volgelingen. Dan begint Jezus hen te vertellen dat het niet om de wonderen en tekenen gaat, maar om Hem zelf. We lezen dan in Johannes 6 vers 60:

Veel leerlingen die het gehoord hadden zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daar naar luisteren?’

Even later haakt bijna iedereen af. Behalve de twaalf discipelen. Simon Petrus zegt:

Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven en wij geloven en weten dat U de Heilige van God bent. (Joh. 6:68, 69)

Waarom bleef Simon Petrus? Vanwege de comfortable woning van Jezus? Had hij niet. Omdat Jezus zo in trek was bij het volk? Nee, Jezus was toen al een zeer omstreden persoonlijkheid. Petrus bleef bij Jezus om Jezus zelf. En hoe zit het met jou?

Een christendom zonder verbinding met Jezus, is flinterdun. Zo dun als een strookje pakpapier. Alle gemeentelijke activiteiten, wonderen, tekenen, mooie muziek en boeken, pastorale en diaconale zorg hebben uiteindelijk de gezamenlijke dikte van een pakpapiertje.

Dit pakpapier zit om een groot cadeau heen. Denk aan een heel groot cadeau. Vergroot dit cadeau nog duizenden malen. En nog staat het cadeau niet in verhouding tot de grootheid van Jezus.

En nu opnieuw de vraag: waarom ben jij Christen? Om het cadeau dat je krijgt, namelijk Jezus? Of om het pakpapiertje? Pak het cadeau dan uit. Ik weet dat het cadeau nu nog niet zichtbaar is. Maar zet even door, hoe meer je ziet van het cadeau, des te meer zul je gemotiveerd zijn om verder te zoeken. En ja, het pakpapier gaat er soms moeilijk af. Maar doe je best.

Hoe doe je dat dan? Ik noem een aantal praktische handreikingen:

Besef, ten eerste, dat lofprijs en aanbidding de manier is om in verbinding met Jezus te komen. Als de verbinding met Jezus de kernzaak van het christelijke geloof is, dan is aanbidding de kerntaak van het christelijke geloof. Doen we onze kerntaak dan alleen een half uurtje op zondagmorgen? Hebr. 13:15 zegt: Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die zijn naam belijden. Ruim er dus tijd voor in. En als dat even niet lukt, doe het dan tijdens de afwas, in de auto, op de fiets, in gedachten tijdens een oninteressant deel van een vergadering, als je in bed ligt, onder de douche staat en op de bus wacht. Maak het je levensprioriteit.

Ten tweede: Neem de zangdiensten tijdens de dienst serieus. Het is niet even inzingen. Het is een mogelijkheid om gezamenlijk Jezus te ontmoeten. Bereid je er ‘s ochtends op voor. Stuur tijdens de dienst je gedachten en bedenk wie Jezus is. En bovenal: stel Jezus centraal. De zangdienst is een lofoffer voor Jezus, niet een recreatief moment voor jezelf. Het doel van de zangdienst is niet dat de kerkgangers een warm gevoel van binnen krijgen. Het doel is dat iedereen de gelegenheid krijgen om zich met ziel, geest en lichaam over te geven aan Jezus.

Om die reden, muzikanten (en met muzikanten bedoel ik zowel instrumentalisten als vocalisten), stel Jezus centraal. Weersta de neiging om je eigen eer te zoeken. Probeer niet op te vallen op het podium. Vestig de aandacht op Jezus. Werk daar aan. Wees bewust van de verleiding om ijdel en trots te zijn. Muzikanten, geniet van de muziek die je maakt. Muziek maken is een genot en je raakt er van in vervoering. Dat is niet erg, dat hoort bij het geschenk dat je hebt gekregen. Maar blijf onthouden dat het alleen nog maar verpakking is. Als de gemeente van je vraagt om zachter te spelen, of melodieën die je niet prettig vindt, om muziek wat beslist je stijl niet is, breng dan het offer. Muziek is een bijzaak. Jezus is de hoofdzaak.

En ook jullie, beste niet-muzikanten, stel Jezus centraal in de zangdienst. Zeg niet “De muziek sprak mij niet aan, vanochtend.” De muziek was niet bedoeld om jullie te entertainen. De muziek was voor Jezus. En als het geluid te zacht of te hard is, als de liederen te nieuw of te oud zijn, als er te veel of te weinig Engels wordt gezongen, al

bedenk dan dat het maar pakpapier is. We krijgen allemaal hetzelfde enorme Cadeau, wat maakt de kleur, de opdruk of zelfs de kwaliteit van het pakpapier dan nog uit? Richt je op Jezus tijdens de zangdienst. De zangdienst is er voor Hem, en niet voor jou.

We moeten oppassen voor de zonde van Hofni en Pinechas, de zonen van de priester Eli. Deze mannen stalen kortgezegd het offervlees dat nog geofferd moest worden aan God. In 1 Sam. 2:17 staat dat deze zonde zeer groot was voor het aangezicht van de Heer. Chofni en Pinechas deden wel meer slechte dingen. Zo sliepen ze met de meisjes die dienst deden in de tempel. Wij zouden dat aanwijzen als de grootste zonde. Maar God vindt het veel erger als we de offers stelen die voor Hem bedoeld zijn.

Voor lofoffers geldt ongetwijfeld hetzelfde. Draait de aanbidding om onze muziekkeuze? Ons volume? Onze gitaarsolo’s? Onze muziekbundel? Ons warme gevoel van binnen? Ons ervaren van de Heilige Geest? Of is onze aanbidding een offer voor Jezus, hoe we ons ook maar voelen?

Mijn derde praktische handreiking is: Richt jezelf op Jezus. Praat met mensen over Jezus. Lees de Evangeliën. Lees andere boeken over Jezus. Helaas gaat slechts één op de vijfentwintig christelijke boeken over Jezus. Maar zoek ze op.

En ten slotte: Bekeer je zo nodig opnieuw. Christelijke bekering is niet zozeer een verandering van gedrag, maar een verandering van connectie. Als je merkt dat je je bezighoudt met bijzaken in plaats van de Hoofdzaak, en je meer van pakpapier geniet dan van het cadeau zelf, pak je zelf dan aan. Bekeer je. Geen Jezus plus meer, gewoon Jezus. Wanneer? Nu is misschien een goed moment?



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *