rss search

Lofprijs en aanbidding veranderd

line

Lofprijs en aanbidding veroveren de wereld. En dat is goed; Als je het eerste deel over lofprijs en aanbidding hebt gelezen dan weet je inmiddels dat lofprijs en aanbidding je verandert. je anders tegen de wereld aan gaat kijken. De wereld draait niet langer om jou, maar om God. Je bent minder gauw bang, minder gauw boos en jouw geluk staat los van je omstandigheden. Door in de nabijheid te komen van God, word je een mooier mens.

Het tweede deel ging over hoe lofprijs en aanbidding de kerk transformeert. Als we met onze lichaamshouding, mimiek en stem God gezamenlijk groot maken en aanbidden, richten we elkaar op God en beleven we Gods grootheid nog veel meer.

Dus het is goed dat lofprijs en aanbidding onder de aandacht komen en dat steeds meer kerken moeite doen om de zangdiensten te versterken.

Maar soms heb je het gevoel dat er iets niet klopt. Dat er hier en daar cruciale fouten worden gemaakt. Heeft iemand al eens goed gekeken naar de titel? Wat klopt daar niet? Veranderd met een D. Toevallig is het deze keer geen spellingsfout. De titel is nog niet afgemaakt. Het moet zijn: “Lofprijs en aanbidding (wordt) veranderd door mijn kerk en wereld.” Ofwel: “Mijn kerk en wereld veranderen lofprijs en aanbidding. In ons enthousiasme hebben we het bijbelse concept van lofprijs en aanbidding opgepakt en er een eigen ding van gemaakt. Naarmate ik er studie van ging maken werd ik verontrust over de kloof die er bestaat tussen wat de Bijbel en wat de kerk in praktijk brengt. Waarom is dat erg? Omdat Bijbelse lofprijs en aanbidding levensveranderd is. Hoe verder onze visie op lofprijs en aanbidding van de Bijbelse visie af komt te staan, des te zwakker zal het zijn. Als de duivel de hernieuwde enthousiasme voor het prijzen en aanbidden van God niet kan uitdoven, zal hij proberen het te veranderen in iets krachteloos.

In dit artikel ga ik drie moderne opvattingen bespreken in het licht van wat de Bijbel zegt. En ik vertel nu alvast dat ze alledrie de toets niet zullen doorstaan.

 

Misvatting 1. Lofprijs en Aanbidding doen we op zondag.

Nergens in de Bijbel worden lofprijs en aanbidding beperkt tot één dag in de week. Laat staan één half uur in de week. In de Bijbel lezen we iets heel anders. Psalm 34:1: “De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof”. En nog een andere tekst over lofprijs: “Ik zing u dagelijks zevenmaal lof om uw rechtvaardige voorschriften”. Zevenmaal per dag! Dat is pas geestelijke discipline.

Wat voor excuus kunnen we mogelijkerwijs verzinnen om hier onder uit te komen? Dat we het te druk daarvoor hebben? Deze keer hebben we geluk. Daniël had het ook heel erg druk als regeringsfunctionaris (Dan. 6:11). Hij deed het maar drie keer per dag. Dat valt dan weer mee!

Maar nu zonder gekheid: Lofprijs en aanbidding hoort niet alleen thuis op de zondagochtend, het behoort deel te zijn van je dagelijkse routine. En dat spreekt voor zich. God prijzen en aanbidden zuivert je geest. Het verwijdert leugens uit je gedachten, zet je wil op het goede spoor, heiligt jouw emoties. Wie gelooft nu dat dat maar één half uurtje per week moet? Als ik kijk naar wat voor gedachten en ideeën er in mijn hoofd rondspoken dan besef ik dat ik maar beter voor de zeven keer per dag optie kan gaan.

Het leven is een beetje zoals een Twitter-account. Om de zoveel seconden komen er nieuwe twitterberichten in je account. De oudere berichten schuiven telkens naar beneden. Als jij je maar zo heel nu en dan vult met besef van Gods aanwezigheid, dan verdwijnt dat besef na korte tijd op de achtergrond. Je hoofd wordt gevuld met meningen, televisie, werk, studie en elke dag honderden reclameberichten. Meerdere keren per dag God prijzen en aanbidden is zo gek nog niet.

Met je dan persé letterlijk zingen of bidden of knielen? Ja. Ik heb gestudeerd en gestudeerd maar hoe graag ik ook wil, ik kom tot geen andere conclusie. Sommige mensen zullen zeggen: “Nee. Aanbidding is een levensstijl. Als jij leeft zoals God dat wil, aanbid je hem met je daden.” Helaas is dit christelijke lariekoek. Ik kan er kort over zijn: het is nergens in de Bijbel te vinden. In het Engels taalgebied baseert men dit wel eens ten onrechte op een bijbeltekst, te weten: Rom 12 vers 1. Dit komt echter voort uit een vertaalfout. Daar komt nog bij dat het onverstandig is om je visie op aanbidding aan één vers op te hangen. Nee, aanbidding is geen levensstijl. Het is iets wat je doet met je lichaam. Het kost tijd en aandacht.

Stel dat we vanaf nu allemaal elke dag de tijd nemen om ons te richten op God en hem te prijzen en te aanbidden. Wat zal er dan gezongen worden op zondagochtend. Wat een droom.

 

Misvatting 2. Lofprijs en aanbidding geeft een plezierig gevoel.

Hoor je dit wel eens:  “Ik ben naar die-en-die conferentie geweest. De aanbidding was fantastisch!” Of: “Ik hou meer lofprijs dan van aanbidding. Aanbidding vind ik een beetje saai.” Of: “Welke cd zullen we eens opzetten? Doe maar die blauwe, ik heb wel zin in een beetje aanbidding.”

Het zijn allemaal symptomen van een verkeerd begrip van aanbidding. Lofprijs en aanbidding zijn een product geworden. Aanbidding is een cd of een evenement. De kerk is de aanbieder van lofprijs en aanbidding en jij kiest die kerk uit die het beste voldoet aan jouw wensen. En als de lofprijs en aanbidding een keer tegenvalt, dan zijn we teleurgesteld en vragen we ons zelfs af wat we nog bij die kerk doen.

Dit komt voort uit een misvatting wat niemand zou durven zeggen, maar wat opgaat voor velen van ons en misschien wel ons allemaal: Lofprijs en aanbidding gaat om mij. Om mijn plezier. Mijn behoefte.

Deze gedachte is een zware overtreding. Wie was ook alweer de eerste die dit zei? Juist. De satan.

De Bijbel zegt precies het tegenovergestelde. Lofprijs en aanbidding is een offer. Eén van de eerste keren dat het woord “aanbidden” in de Bijbel voorkomt, is te vinden in Genesis 22:5: Abraham zei tegen zijn knechten: Blijven jullie hier met de ezel, dan zullen ik en de jongen daarheen gaan. Als wij ons neergebogen hebben, zullen wij bij jullie terugkeren.

Waar wij het woord ‘neergebogen’ lezen wordt het woord “Shacha”gebruikt: aanbidden. Wat verstaat Abraham onder dat aanbidden? Wat gaat hij doen? Hij staat op het punt zijn eigen zoon te offeren. Aanbidding geeft Abraham geen plezierig gevoel.

De eerste keer dat we het woord ‘aanbidding’ in het Nieuwe Testament tegenkomen, is Mattheüs 2:2. “[De wijzen uit het oosten] zeiden: Waar is de pasgeboren Koning van de Joden? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden.”

Wat hield aanbidden voor hen in? Het genieten van beschuit met muisjes? Nee. Ze hadden wekenlang gereisd om een enorm financiëel offer te brengen. Het ging om Jezus.

En ook bij ons gaat het om Jezus. Kom niet wat halen tijdens de kerkdienst, kom wat brengen. Beoordeel de zangdienst niet, maar word deel van de zangdienst. Ga staan, hef je handen op, zing luid en geef jouw lofprijs en aanbidding aan God. Soms voel je de kracht van de Heilige Geest door je heen stromen, en soms voel je niets. Soms echter welt er enorme angst in je op. Want in Jesaja 8:13 staat: “Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig, voor hem zijn angst en ontzag op hun plaats.”  De aanwezigheid van God is niet alleen heerlijk, het is ook beangstigend. Heilig. Zuiverend. Alles wat niet goed is in je leven, brandt weg in zijn aanwezigheid. En als je de moed hebt om niet weg te rennen zal Hij je reinigen. Door de lofprijs en aanbidding heen. Tot dat je rein van hart bent. Want wat zegt Jezus in de zaligsprekingen (Mt. 5:8). Wie zullen God zien? Wie zullen door lofprijs en aanbidding dicht bij Zijn troon naderen? De reinen van hart.

Uiteindelijk levert aanbidding de grootste vreugde op, maar het komt niet goedkoop.

Hoe zit het dan met lofprijs? Lofprijs is heel blij van aard. Het is vrolijk. Geeft dat niet een plezier gevoel? Ook hier geldt: niet altijd. Wie kent Habakuk 3 (vers 17-18) niet:

“Al zal de vijgenboom niet bloeien, al zal de wijnstok niets voortbrengen,

al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,

al zal er geen koren op de akkers staan,

al zal er geen schaap meer in de kooien zijn

en geen rund meer binnen de omheining –

toch zal ik juichen voor de HEER,

jubelen voor de God die mij redt.”

 

Misvatting 3. Lofprijs en aanbidding is niet mijn ding.

Dit is een misvatting omdat lofprijs en aanbidding wél jouw ding is. Lofprijs en aanbidding is namelijk universeel. Iedereen lofprijst. Bezoek maar eens tijdens een concert of een sportwedstrijd. Iedereen aanbidt. Sommigen aanbidden het geld, anderen aanbidden hun moeder en weer anderen aanbidden zichzelf. Iedereen is vol van iets. Iedereen stelt z’n vertrouwen ergens in. Iedereen is ergens dienstbaar aan. Bob Dylan zong het al: “You’re Gonna Serve Somebody”. Het is niet de vraag of je aan lofprijs en aanbidding doet; het is de vraag wie of wat je prijst of aanbidt.

Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over. Als jouw hart vol is van wie God is zul je niet anders kunnen dan lofprijzen en aanbidden. Extraverte mensen zullen dat uitbundig doen, introverte mensen niet. Mensen die muzikaal zijn kiezen meteen voor muzikale lofprijs en aanbidding. Mensen die niet zoveel met muziek hebben kiezen voor de niet-muzikale vormen. Dat kan allemaal. De meeste aanbidding in de Bijbel is zonder muziek. En er is ook lofprijs zonder muziek: denk aan het juichen. Het valt me op dat er steeds meer wordt gejuicht in de kerk. Ik vind dat erg mooi en enthousiast klinken.

Maar waar Gods grootheid en heerlijkheid zichtbaar worden, gaan mensen automatisch lofprijzen en aanbidden. Daarom is het verstandig om eerst uit Gods Woord te onderwijzen en daarna pas te lofprijzen en te aanbidden. Zo gebeurt het ook in Nehemia 9:3: Zo stonden ze daar, en gedurende een vierde deel van de dag werd er voorgelezen uit het boek van de wet van de HEER, hun God, en nog eens een vierde deel van de dag beleden ze schuld en [aanbaden ze] de HEER, hun God.”  Eerst luisteren naar Gods Woord, en daarna reageren in aanbidding. Dezelfde tendens vinden we in Kolossenzen 3:16: “Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft.” Eerst het onderwijs van Christus’ woorden, daarna pas lofprijzen.

Moeten we de volgorde van de dienst dan niet omdraaien? De spreker aan het begin en de lofprijs en aanbidding aan het eind? Ik ben daar een voorstander van. Maar het kan ook anders. Een bijbelgedeelte aan het begin van de dienst. Of een getuigenis; ik leg de uitdaging bij de lezer neer.

De grootste misvatting heb ik voor het laatst bewaard: Namelijk dat God niet op jouw lofprijs en aanbidding zit te wachten. Het is een begrijpelijke gedachte. God weet hoe groot en goed Hij is. Waarom moet een nietig mensje als jij en ik Hem dat vertellen? Dat heeft Hij toch niet nodig? Wat maakt het dan uit of ik, in een koor van miljoenen stemmen, voor Hem zing?

Dit is de grootste misvatting ooit. Jezus zegt in Johannes 4:23 dat God op zoek is naar mensen die Hem aanbidden. Zijn ogen gaan over de aarde en Hij speurt de hele tijd naar mensen die voor Hem wil zingen. Niet dat Hij dat nodig heeft, Hij vindt het gewoon heerlijk. Jij bent Zijn zoon, zijn dochter en Hij kan zijn ogen niet van af houden als je aanbidt.

Een paar weken geleden was mijn vrouw jarig. Die dag sloop ik vroeg in de ochtend het bed uit en samen met mijn twee dochters gingen we naar de ouderlijke slaapkamer met een dienblad vol met lekkere dingen. We duwden de deur open en begonnen luidkeels voor haar te zingen. Ik zong technisch perfect. Loepzuivere tonen, goede articulatie en uitstekend ritmegevoel. Mijn vrouw heeft geen één keer mijn kant uit gekeken. Mijn oudste dochter van vijf kan best goed zingen maar vloog hier en daar een beetje uit de bocht. En mijn jongste dochter van twee? Ze stootte enthousiaste kreetjes uit. En Carolien straalde. Ze kon haar ogen niet van onze twee dochters afhouden. Ze straalde van oor tot oor.

Zo kijkt God naar ons als we aanbidden. We aanbidden niet voor onszelf maar voor die God die straalt van oor tot oor. Die zijn ogen niet van jou af kan houden. En als je iets anders aanbidt, als je Hem niet meer aanbidt maar voortdurend met iets anders bezig bent, dan wordt hij een jaloers God. Hij kan dat niet verdragen; Hij kan daar niet tegen. Zo gek is Hij op jou.

Aanbid God. Prijs God. Alleen Hij is het waard!

 

 

 

 


1 reactie

line
  1. Wat een prachtig stuk Simon, en ook ons uit het hart gegrepen.

    ‘Toevallig’ ben ik net begonnen in het boek “Het feest van de navolging” (Richard Foster, 2008), waarvan de inhoud ook bij dit thema aansluit. Mijn blogje van gisteren is een eerste vrucht van mijn begrip daarvan.

    Aanbidding is een zaak van alle dag, van toenemende levensheiliging, van zeven keer per dag (7 is het getal van de volheid, dus eigenlijk de hele dag!). De zangdienst op zondag is daarmee een resultante en gemeenschappelijke uiting is van onze aanbidding van de afgelopen week die we als dankoffers komen brengen aan de Heer van ons leven en niet een krachtbron van waaruit we ‘bijtanken’ voor de komende week…

    Over dat (dank- of lof-)offer; in het woord offer zit ook iets van (mogen) naderen. Door het offer komen we in Gods aanwezigheid. Ook dat is een reden om het de volheid van alle dag door te doen!

    In Hem verbonden,
    Gerard Wassink

    line

Trackbacks/Pingbacks

  1. Wijngaard - preek over aanbidding - de KerkDienst - […] Lofprijs & aanbidding verandert, deel 3 […]

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *