rss search

Lofprijs en aanbidding verandert – I

line

Dit stuk gaat over lofprijs en aanbidding. Heb je in het afgelopen jaar een preek over lofprijs en aanbidding beluisterd? De meerderheid zal met ‘nee’ antwoorden vrees ik. En dat is vreemd. Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw staat lofprijs, en met name aanbidding in toenemende mate in de belangstelling. Aanbidding is een hot topic geworden. En daar heb ik gemengde gevoelens over. Ik ben blij dat God meer dan ooit tevoren met muziek en zang wordt geprezen en aanbeden. Maar het wordt tijd dat we onze manier van lofprijzen en aanbidden gaan herijken aan wat de Bijbel daar over zegt. Om die reden houd ik in verschillende kerken een driedelige serie met als titel “Lofprijs en aanbidding verandert”. Dit stuk gaat over hoe lofprijs en aanbidding mijn kijk op de wereld verandert, de volgende over hoe lofprijs en aanbidding mijn kerk verandert en het derde stuk gaat over hoe de wereld en de kerk lofprijs en aanbidding veranderen.

 

Verandert lofprijs en aanbidding mij? Dat is mijn uitgangspunt. Door God te prijzen en te aanbidden, richt je je op hem. Je ontmoet de Schepper van hemel en aarde. Hoe kan het zijn dat dat niet een enorm effect op je heeft? Als andere mensen al zo’n invloed op ons uit kunnen oefenen, hoeveel te meer zal het zien van de heiligheid, grootheid en heerlijkheid van God ons niet een ander mens maken? Mozes ontmoette God en zijn gezicht straalde zo vel dat mensen er niet in konden kijken. Jesaja ontmoette God en hij schreeuwde het uit van doodsangst. Zijn bediening begon vanaf dat moment. Paulus probeerde de kerk te vernietigen, maar nadat hij Jezus ontmoette werd hij één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de kerk.

 

Hoe kan lofprijs en aanbidding mij nu niet veranderen? Zeker als ik tijdens de ontmoeting met God hem zingend vraag, om mij te veranderen? Als we Opwekking 252 zingen, zingen we dit: “Kneed mij en vorm mij, Heer, verander mij”. Met de auteur van Opwekking 488 zingen we “Heer, ik kom tot U, neem mijn hart, verander mij”. En het ligt niet aan Opwekking hoor. Gezang 180: “Hier zijn wij, Heer, een afgeweken schare, wij, die zo zorgeloos, zo ontrouw waren. Verander ons en reinig onze harten, o Man van smarten!” Zelfs onze kinderen zingen mee: “Hij verandert mij, mijn lieve Heiland, ´k ben niet dezelfde meer als toen, allang niet meer.”

 

En toch is de praktijk vaak anders. De zangdiensten en zelfs de hele kerkdienst lijkt zoveel mensen niets meer te doen. Het lijkt wel alsof we volstrekt immuun zijn geworden voor de woorden en de liederen. Dat ze niet meer doordringen. Vanwege mijn beroep kom ik in verschillende kerken en overal zie ik hetzelfde. De gemeente is vaak groter dan het aantal stoelen wat gevuld is, er wordt enigszins tam gezongen en als je goed luistert, kun je na het slotlied een zucht van verlichting horen. “Zo, dat hebben we weer gehad.” Thuis wordt de Bijbel in de kast gezet en er is weinig behoefte meer aan lofprijs en aanbidding door de week. Er was al weinig behoefte aan tijdens de dienst.

 

Wat mist er aan onze lofprijs en aanbidding? Waarom beleven we er zo weinig aan en waarom verandert het ons zo weinig? Om die vraag te beantwoorden moeten we eerst weten wat eigenlijk lofprijs en aanbidding is.

De Bijbel is geschreven in drie talen: Hebreeuws, Aramees en Grieks. Elk van die drie talen heeft een woord voor ‘aanbidding’ en de betekenis is telkens hetzelfde: “Aanbidding is de daad van het neerknielen, zich neerwerpen of neerbuigen om onderwerping of verering uit te drukken.” Op het eerste deel van deze zin komen we in het volgende stuk terug, maar nu richten we ons op het tweede deel: de intentie om onderwerping of verering uit te drukken. Als je iemand of iets aanbidt, dan zeg je twee dingen: 1) ik vertrouw u alles toe en 2) ik vind u geweldig. De definitie van lofprijs is iets ingewikkelder maar komt hetzelfde neer: ik ben enthousiast over u en ik wil dat overal rondbazuinen. Kortom: lofprijs en aanbidding veronderstelt dat je een groot fan bent van Jezus en dat je Hem blindelings vertrouwt. Als dat niet zo is, zal lofprijs en aanbidding je niet veranderen. Je kunt je handen opheffen. Je kunt dansen. Je kunt je op de grond werpen voor God, maar meer als spierpijn of blauwe plekken zal het je niet opleveren.

 

Vertrouw je God? Er gebeuren verschrikkelijke dingen in de wereld. Kinderen sterven. Natuurrampen op grote schaal. Mensen komen om van de honger. Mensen sterven aan kanker. Oppervlakkig gezien lijkt Hij nog niet in te grijpen. Sommigen van jullie gaan door een moeilijke tijd. Schreeuwen het uit vanuit een depressie. Zijn hun baan verloren en hebben geen enkele garantie dat hun hypotheek of zelfs dubbele hypotheek volgende maand nog betaald kan worden. Vertrouw je Hem? Hou je van Jezus? Vind je Hem zelfs wel aardig, wetende dat hij je partner terug uit de dood zou kunnen brengen, maar het niet doet? Wetende dat Hij met de vingers knipt en al je problemen zijn opgelost? Dat hij maar een fractie van een seconde iets van zichzelf hoeft te laten zien en al jouw twijfels de wereld uit zijn. Als je eerlijk bent, wat voel je dan voor Hem?

 

Het probleem van velen van ons is dat we doorgaan met lofprijzen en aanbidden, maar wel met de nodige reserves. Als God ons vraagt om geld, dan willen we wel een beetje geven. Maar eerst zorgen we dat we zelf genoeg overhouden. We willen best getuigen over wat God doet in ons leven, maar niet zo vaak, dat onze eigen reputatie in gevaar kan komen. We willen best voor iemands hoofdpijn bidden, maar eerst paracetamol. We willen best een loflied zingen, maar juichen gaat wel wat ver. Jezus is machtig en goed, en een vriend. Maar machtig in mijn leven? Goed voor mij? Heeft hij zich als een vriend betoond? Dat kunnen we niet zo zeggen. Dan hebben we eerst een appeltje met hem te schillen. Och, hadden we maar een krat appels staan.

Vochten we maar met God zoals Jacob deed, aan de Jabbok. Schreeuwden we onze twijfels maar uit en ploeterden we maar in gebed om Gods hart voor ons en ons hart voor God te ontdekken. Maar nee, Jesaja 29:13 is op ons van toepassing: we praten God naar de mond, we dienen hem met de lippen, maar ons hart is ver bij hem vandaan. En dus gaan we naar de kerk, bewijzen we God onze lippendienst, en stoppen we onze bijbels en liedboeken en ons hele geloofsleven in de kast.

 

We hebben het nodig iets meer van Jezus’ hart te zien. Waar anders dan in Gods eigen Woord, de Bijbel. Mattheüs 4, de geschiedenis van de verzoeking in de woestijn, kan ons enorm helpen om Jezus beter te begrijpen en hem oprecht lief te hebben en te vertrouwen.

 

Matt. 4:1-11

1 Toen werd Jezus door de Geest weggeleid naar de woestijn om verzocht te worden door de duivel.

2 En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij ten slotte honger.

3 En de verzoeker kwam bij Hem en zei: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden worden.

4 Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt. 5 Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en zette Hem op het hoogste gedeelte van de tempel, 6 en hij zei tegen Hem: Als U de Zoon van God bent, werp Uzelf dan naar beneden, want er staat geschreven dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven, en dat zij U op de handen zullen dragen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot. 7 Jezus zei tegen hem: Er staat eveneens geschreven: U zult de Heere, uw God, niet verzoeken.

8 Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg, en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien, met hun heerlijkheid, 9 en zei tegen Hem: Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt.

10 Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen. 11 Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.

 

In vers 2 vinden we de grootste understatement in de Bijbel. Jezus kreeg, na 40 dagen vasten, honger. En dan komt de duivel met een voorstel wat Jezus niet kan weigeren. Verander een paar stenen in brood. Daar doet Hij toch niemand kwaad mee? Niemand gaat die stenen missen. Bovendien zal één van Jezus’ eerste wonderen zijn dat hij water in wijn verandert. Als dat mag op een feest, dan kan er in deze uitzonderlijk zware omstandigheden ook wel een broodje van af. Maar Jezus zegt nee. “De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.” Jezus wilde wachten op het woord dat God zou spreken. Pas als de Vader zei: “jij mag eten”, zou Jezus eten. Hij wist niet hoe lang het vasten ging duren. Hij wist niet dat er engelen zouden komen om zijn verzwakte lichaam te verzorgen. Jezus had geen enkele controle. Geen zekerheid. Alleen maar zijn geloof en vertrouwen dat de Vader op tijd voor hem zou zorgen.

 

Hoe anders leven velen onder ons. Veel christenen leiden een leven waarbij het niet uitmaakt of God bestaat. Bestaat Hij wel, dan is dat mooi. Maar blijkt God niet te bestaan, dan is dat geen probleem. Toch een mooi leven gehad. Anderen brengen enorme offers van geld en tijd. Ze nemen risico’s die hen in het verderf zullen storten, tenzij God werkelijk bestaat. Ze ontzeggen zichzelf veel en zijn bereid te lijden voor het geloof. Als God niet bestaat hebben ze hun levens vergooid, maar dat is niet zo. Zij ontmoeten Jezus in de hemel en daar ontvangen ze hun beloning. Deze mensen begrijpen wat lofprijs en aanbidding is. “Een vaste burcht is onze God” heeft voor hen enorm veel betekenis en “Jezus, alles geef ik U” is hun levensbeschrijving. Hoe zit het met jou? Als je probeert je leven te behouden, zul je het verliezen. Als je bereid bent je leven te verliezen omwille van Jezus, zal je begrijpen waar het bij lofprijs en aanbidding werkelijk om gaat.

 

Waarschijnlijk kende Jezus Psalm 91 uit het hoofd. “Ik zeg tegen de Heere: Mijn toevlucht en mijn burcht, mijn God, op Wie ik vertrouw.” Die woorden krijgen pas betekenis als je al veertig dagen op water overleeft en je echt niet weet of je levend uit de woestijn zult komen. Ik stel het me zo voor dat Jezus op één van die stenen is gaan zitten en die Psalm ook heeft gereciteerd…

 

… en dat de duivel Hem onderbrak na vers 12 van die Psalm. Hij bracht hem naar het hoogste punt van de tempel. “Als U de Zoon van God bent, werp Uzelf dan naar beneden, want er staat geschreven dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven, en dat zij U op de handen zullen dragen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot.” Een doordacht idee, want we lezen een profetie over de Messias in Maleachi 3:1. “Let op, ik zal mijn bode zenden; hij zal de weg voor mij effenen. Opeens zal hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien.” Een betere start van Zijn bediening kan Jezus zich niet wensen. Terwijl hij de profetie vervult, maakt hij aan het drukbevolkte tempelplein duidelijk dat Hij de Messias is, door van het dak van de tempel te springen zonder ook maar een schrammetje op te lopen. Ideaal toch? En nog Bijbels ook. Zie daar, de duivel die de Bijbel citeert.

 

Maar Jezus zegt weer nee. “U zult de Heere, Uw God, niet verzoeken.” God mag niet gedwongen worden om aan ons reddingsplan mee te werken. Wij stellen ons beschikbaar voor Gods plan. God wil graag geprezen worden, maar niet op de manier van “Goed gedaan, goede en trouwe knecht.” Hij wil dat tegen ons zeggen, en niet dat wij dat tegen Hem zeggen. Het plan van Jezus leven verliep heel anders dan wat de duivel, en wie dan ook, had verwacht. Jezus werd verhoogd aan een kruis, niet verhoogd op een troon. Ook ons is niet gegarandeerd dat we als koningen door dit leven zullen gaan. God zal ons dragen, maar misschien niet in een draagstoel met dikke kussens. Komt al onze ergernis, onze woede en ons ongeduld niet voort uit het idee dat alles aan ons verwachtingen moet voldoen? Onze partner, ons werk, onze politiek, onze buren, onze kerk, onze samenkomsten, zelfs de liederen waarmee wij lofprijzen en aanbidden. Maar lofprijs en aanbidding betekent onvoorwaardelijke overgave aan God. Pas als jij kan zingen “Waar de weg mij brengen moge, aan des Vaders trouwe hand, loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land”, pas dan verandert lofprijs en aanbidding jou.

 

God is heel anders en doet heel anders dan dat wij op dit moment zouden willen. Maar er komt een dag, in dit leven of de volgende, dat we terugkijken op dit moment en tegen God zegen “God, U had gelijk. Het had niet anders moeten zijn. U hebt ook toen wijs gehandeld.” Nu hebben we zo’n last van wat er gebeurt. Maar Paulus vertelt ons het volgende in 2 Korinthiërs 4:17: “De geringe last die we tijdelijk te dragen hebben, brengt ons een eeuwige luister, die alles omvat en alles overtreft.”

 

De duivel probeert het nog één keer met Jezus. Hij liet de hele aarde zien, met alle koninkrijken en hun heerlijkheid. “Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt.” Jezus had in één klap een einde kunnen maken aan al het lijden. Geen oorlog, geen ziekte, geen rampen, geen pijn. Hij deed het niet. Hij koos er voor om afgewezen te worden, bespuugd, vernederd, uitgelachen, gemarteld, gedood. Waarom? Waarom huilde hij over Jeruzalem in wanhoop, in plaats van in te grijpen en de stad te redden? Waarom kwam hij niet van het kruis om iedereen voor eens en voor altijd te laten zien dat Hij de messias is? Er is maar één antwoord mogelijk. Hij wil dat we uit vrije wil hem aanbidden. Hij laat ons de keus. Er is geen enkele dwang. Wil jij deze Koning loven en aanbidden? Het zal je klein en dienstbaar maken. Kwetsbaar, liefdevol, menselijk. Hoe meer je met Hem omgaat, des te meer word je door Hem besmet.

 

In vers 11 lezen we dat de duivel vertrekt, en dat de engelen komen en voor Jezus zorgen. Hoe erg je nu ook gekweld wordt op dit moment, de Vader zal voor je zorgen. Hij zal niet meer beproeving toelaten dan dat je aan kan. Hij zal je vertroosten en beschermen. Hij is te vertrouwen.

 

 

 



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *