rss search

Lofprijs en aanbidding verandert alles

line

God is Heilig. Hij is ontzagwekkend. Beangstigend. Hij doet dingen die we niet begrijpen en wat ons bang maakt. Als we iets zien gebeuren als de dood van Uzza (1 Kr. 13:5-14) dan rennen we het liefst weg van God. We snappen het niet, we willen het niet snappen, maar we willen onze God als oude man met een witte wollige baard terug. Een God die lijkt op Sinterklaas en doet als Sinterklaas. Maar ook al is Hij oneindig Goed en oneindig Lief. Hij is ook Heilig. Hij is een verterend vuur.

Wegrennen van God heeft weinig zin. Vraag Jona maar. Hij is overal. Hij is dus hier. Hij zit naast je. Hij staat achter je. Het enige wat je kunt doen is, doen alsof Hij er niet is. Je kunt God negeren. Hem vergeten. Maar wat gaat er mis als we God vergeten?

  • We doen dingen die hij verboden heeft. We gaan zondigen. Daardoor beschadigen we onszelf en anderen.
  • We worden hoogmoedig. Omdat we niet zien hoe klein we zijn in vergelijking met God, denken we dat we groot en belangrijk zijn. Een kaarsje in het donker verlicht de hele kamer, maar zet een kaarsje in de zon, dan is het niet meer te zien.
  • We worden bang en bezorgd. Er is niemand die op ons past, denken we. Dus we zijn overal bezorgd en bang over. Johnny van 6, bijvoorbeeld, was bang in het donker. Zijn moeder vroeg hem een blik tomatensoep te halen uit de kelder. Het was daar donker, dus hij durfde het niet. Zijn moeder zei: “Toe maar jongen, Jezus zal daar ook zijn, dus je hoeft niet bang te zijn.” Johnny liep naar de kelder, deed de deur op een kier en riep in de donkere kelder: Jezus, als u daar bent in de kelder, kunt u dan een blik tomatensoep aangeven? Johnny had beter dan wie dan ook begrepen hoe belangrijk het is om Jezus ook in dagelijkse zaken te betrekken.
  • We worden roekeloos met het geestelijke. We roepen geesten aan die we niet aan moeten roepen, we spreken vloeken uit zonder ons daar bewust van te zijn en we misbruiken Gods naam.

Uzza ging roekeloos om met de Ark, want hij zag niet in hoe heilig God is. Daarom stierf hij. Weet je wat ik lastig vind? Uzza bedoelde het goed. Hij wilde voorkomen dat de Ark viel. En David bedoelde het ook goed. Nadat Saul God en de ark jarenlang had genegeerd, wilde David God in het centrum van het dagelijks leven plaatsen. Niets dan goedheid. Maar onze goedheid is niet goed genoeg. Al hebben onze politici de beste bedoelingen, ons land kan nog steeds ten onder gaan. Al hebben onze oudsten de beste bedoelingen, ons gemeente kan uiteen vallen. En al hebben we als ouders de beste bedoelingen, ons gezin kan door ons toedoen kapot gemaakt worden. Onze goedheid is niet goed genoeg. We hebben God nodig. We moeten God zien in ons leven.

Hoe kunnen we God zien? Door te gaan prijzen en aanbidden. Dat betekent dat je nergens aan denkt, dan aan God. Dat je alles en iedereen vergeet om je heen. En dat je nadenkt en leest over God. Door te zien en te ervaren hoe groot, goed en heilig God is. En dan verandert alles. Lofprijs en aanbidding verandert alles.

Waar ging het mis bij Uzza? Al aan het begin van het verhaal. 1 Kron. 13:1-4: “Nadat David met al zijn legeraanvoerders had beraadslaagd …

zei hij tegen de gemeenschap van Israël: Als u het ermee eens bent … laten we de ark van onze God naar ons terughalen, want in de dagen van Saul hebben wij er niet naar gevraagd. Toen zei heel de gemeente, dat men het zo doen zou, want die zaak was goed in de ogen van heel het volk.”

Waarom gaat David te rade bij het volk? Zou hij dit niet aan God moeten voorleggen? Eerst vraagt hij de legeraanvoerders; maar wat hebben die er mee te maken? En dan het hele volk. Weet het volk meer dan God Zelf? David weet heel goed dat hij dit soort vragen aan God moet stellen. Rond die tijd voert hij oorlogen met de filistijnen, en wat lezen we in 2 Sam. 5:19: “David vroeg de Heere, zal ik optrekken de Filistijnen?” en in vers 23: “David vroeg de Heere om raad”. Ook nadat Uzza is gestorven geeft David deze fout toe. “De Heere, onze God, [heeft] ons een zware slag toegebracht, omdat wij Hem niet hebben geraadpleegd overeenkomstig de bepaling.”

Waarom vraagt David bij zo iets belangrijks het volk, en niet de Heere God? Het is goed te begrijpen als je weet dat David nog maar net koning is. En hij wil aardig gevonden worden. Hij wil dat het volk hem accepteert als koning. Dus doet hij heel voorzichtig. En wil hij niemand van volk en zeker van de legeraanvoeders boos maken. Als hij ‘s nachts in zijn bed ligt, ziet hij de boze gezichten van het leger en het volk. Hij ziet de mensen die kritisch op zijn. En hij ziet God niet, die veel belangrijker en wijzer is. Als we God niet zien, nemen we domme beslissingen. Als we God wel zien, ontvangen we wijsheid.

Hoe zit het met jou? Als je een beslissing moet nemen, wie zie je dan voor je? Je baas? Je moeder? Een kritische klant? Degene die je pest op school? Of God? Welke stemmen hoor je? Van kritische mensen, of van God? Lofprijs en aanbidding helpt je om te richten op het zien en horen van God.

David maakt nog een cruciale fout. Hij legt de ark op een kar, met twee runderen er voor. Dat was niet goed. God had precies verteld hoe de ark gedragen moest worden. Met draagbomen, die rusten op de schouders van Levieten. Dat is veel veiliger. Als er één struikelt, vangen de drie anderen de ark op. Zonder daarbij de ark aan te hoeven raken.

David had de boekrollen van de wet gewoon in bezit. Hij had dat kunnen lezen. Uzza had van zijn grootouders en ouders moeten leren dat je voorzichtig moet zijn met de Ark. In de tijd van zijn opa en oma had de ark een tijdje in een gebied gestaan, genaamd Beth Semes. Een paar mensen wilden graag weten wat er in de ark lag en konden hun nieuwsgierigheid niet beteugelen. Ze gluurden even onder het deksel. Die dag vonden zeventig mannen de dood.

Het moet een tijd zijn geweest als de onze; er gebeurden weinig bovennatuurlijke dingen. Het leven ging door, zonder dat Gods kracht ergens werd gezien. In zo’n tijd wordt je gemakkelijk roekeloos met alles wat geestelijk of bovennatuurlijk is. Je neemt het niet zo serieus. Je merkt er toch niets van? En er stierven 70 mannen die dag, omdat ze roekeloos waren met alles wat bovennatuurlijk, geestelijk en heilig was.

Ik vraag me af waarom Uzza dit niet gehoord heeft van zijn opa en oma. Of vader of moeder? Wat leren wij onze kinderen aangaande het occulte en het heilige? En, beste grootouders, wat is jullie geleerd? Weten jullie genoeg?

Uzza sterft door onbedachtzaamheid. Zo noemt de Bijbel het in 2 Samuël 6:7. Roekeloosheid, domheid, naïviteit. Is dat eerlijk of niet? Mag God iemand straffen die goede bedoelingen heeft, maar gewoon een beetje dom handelt? Je mag er van vinden wat je wilt. David was er in ieder geval erg boos over. Maar dit is de waarheid: Domheid kan je duur komen te staan. Zorg daarom dat je voorzichtig wordt als het op Goddelijke en geestelijke zaken aankomt. Maar voorzichtig wordt je vanzelf, wanneer je leert om naar God te kijken.

De ark wordt voor drie maanden ergens in een woonhuis geparkeerd. In die drie maanden haalt David de schade in; hij gaat studeren. En hij leert 1) dat het vervoer en de muziek uitgevoerd moet worden door priesters en Levieten,  2) Dat de Ark met draagstokken moet worden gedragen, 3) Dat de priesters en Levieten zichzelf moesten heiligen en reinigen, en 4) dat je best boos mag worden op God, maar dat je uiteindelijk toch moet erkennen dat Hij gelijk heeft. Uiteindelijk belijdt David schuld. In 2 Sam 6:13 lezen we:  “En het gebeurde, nadat de dragers van de ark van de Heere zes stappen gedaan hadden, dat hij een rund en een gemest kalf offerde.” Waarom zes stappen? Waarom niet zeven zoals meestal het geval is? Zes is het getal van de onvolmaakte mens. David zegt hiermee: ik heb fout gehandeld. Het is mijn schuld. En hij brengt een schuldoffer.

Velen van ons zondigen, zonder het te weten. We doen verkeerde dingen, gaan tegen Gods wil in maar hebben daar geen flauw benul van. Maar per ongeluk zondigen, is nog steeds zondigen. Het maakt jou en je omgeving kapot. En je gaat er mee door want je weet het niet. Hoe is het gesteld met onze bijbelkennis? Door de Bijbel heen, leren we God zien. Hij openbaart zichzelf op iedere pagina en laat je weten hoe je leeft naar Zijn wil. Interesseert het je? Wil je het weten?

Veel mensen komen alleen naar de kerk om te horen over hoe ze meer vreugde kunnen ervaren. Of hoe ze stress en zorgen tegen kunnen gaan, of hoe ze met anderen om moeten gaan. We willen het maximale uit het leven halen. Stuk voor stuk belangrijke onderwerpen, maar wie bekommert zich er nog om hoe we geestelijk kunnen strijden? Hoe we ons moeten reinigen en heiligen, iedere dag? Hoe lofprijs en aanbidding werkt? Welke vloek of zegen op de gemeente rust en hoe engelen en demonen door ons gebed en vasten en aanbidden en lofprijzen worden beïnvloed? Weet je inmiddels hoe er stromen van levend water uit je kunnen vloeien en hoe de Heilige Geest de ruimte krijgt? Als je Christen bent geworden, ben je bevrijd van de schuld van de zonde, maar leef je daadwerkelijk vrij van de macht van de zonde? In hoeverre leef je vanuit de Geest, in plaats van uit het vlees?

In 1 Kor. 3:17 staat “De Heere nu is de Geest; en waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid. Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.” Een ingewikkeld vers misschien, maar het vertelt ons dat als we naar God kijken, we door de Heilige Geest veranderen. We gaan sprekend op Hem lijken. Als we God zien, worden we heilig, zoals Hij heilig is. Als we God zien, ontvangen we heiligheid.

David had drie maanden nodig om God weer te kunnen zien. Eerst was hij boos, daarna werd hij bang voor God. Hij bestudeert vervolgens de wetten, drie maanden lang. Pas dan ontdekt hij zijn fout en wordt zijn blijdschap hersteld. Om God opnieuw te zien heb je soms een flinke pak bijbelstudie nodig. Ga niet te gauw lofprijzen en aanbidden. Zorg dat je de God kent die prijst en aanbidt. God is niet blij met alle lofprijs en aanbidding. Soms is onze lofprijs en aanbidding juist een bewijs dat we God helemaal niet kennen. Dat we Hem niet zien.

Toen de Israelieten Egypte verlieten en hun leider Mozes een lange tijd afwezig was, wilden ze God tastbaarder maken voor hun aanbidding. Dus maakten ze een gouden kalf en zeiden ze: Dit is de God die ons uit Egypte geleid heeft! Was God hier blij mee? Nee! Het beeld van wie God werkelijk is werd verschrikkelijk verwrongen. God is geen gouden kalf. Hij is geen Egyptische God.

David liet de ark op een wagen laden, getrokken door twee runderen. Dat was al een keer eerder gedaan. Door de Filistijnen. Nadat zij de ark buit hadden gemaakt, werden ze vreselijk gestraft en wilden ze zo snel mogelijk van deze God af. Ze laadden de ark op een kar met twee runderen er voor. David vervoert de Ark op exact dezelfde wijze en zegt daarmee eigenlijk dat God een Filistijnse God is. Hij accepteert dat niet.

God is geen Egyptische God en ook geen Filistijnse God. Maar Hij is ook geen Nederlandse of Belgische God. Hij wil gezien worden en geen masker opgedrukt krijgen. Dat is het ergste wat je kunt doen. Lees de Bijbel en lees over hoe Hij is. Druk niet je eigen stempel op Hem.

De ark wordt Jeruzalem in gedragen. Nog even en God is het centrum van de Israëlische maatschappij. Achteraf weten we dat vanaf dit moment de gouden eeuw van Israël is aangebroken. God wil zo graag in het centrum van ons leven staan. En David wil God graag in het centrum van de maatschappij. Muziek klinkt overal en een grote menigte danst voor de Ark. David heeft weinig kleren aan, alleen een linnen priesterhemd. Hij staat letterlijk in zijn hemd.

Zijn vrouw Michal ziet het en ze ergert zich. Zij ziet maar één ding tijdens de ceremonie. Namelijk haar man die voor gek staat. En ze beseft dat zij, als koningin, daar op wordt aangekeken.

Michal ziet God niet. De geestelijke realiteit is voor haar onzichtbaar. Het enige wat ze ziet is status. Mensen die God niet zien, raken gemakkelijk onder de indruk van mensen. En natuurlijk van zichzelf.

David daarentegen is zichzelf helemaal vergeten. Hij ziet niet wat hij draagt of hoe hij zich beweegt. Heb je ooit zo geprezen en gebeden dat je jezelf volledig vergeet? Dat je alleen God nog ziet. Dat moet je meemaken. Het is letterlijk: Heerlijk. Mijn droom is dat iedere zondagochtend de hele gemeente zichzelf vergeet en dat niemand nog op zichzelf of een ander let. Dat iedereen naar God kijkt.

Want als we God zien, ontvangen we nederigheid. Hij is zó groot dat onze zogenaamde deftigheid en waardigheid compleet oplost in Zijn overweldigende grootheid.

Hoe kunnen we meer van God zien?

De profeet Elisa zag God (2 Koningen 6). Hij leefde in een tijd dat de koning van Syrië aanvallen uitvoerde op Israëlisch grondgebied. Maar Elisa kreeg het inzicht van God om precies te weten waar de Syriërs zouden gaan aanvallen. Zo kon de koning van Israël zich telkens verdedigen tegen de aanvallen. De koning van Syrië ontdekte al gauw wat de profeet Elisa deed en wilde Elisa te grazen nemen.

Op een dag stond de knecht van Elisa vroeg in de morgen op. Hij ontdekte, lichtelijk in paniek, dat de hele stad omsingeld was met soldaten. Elisa kalmeerde de knecht en vroeg God om ook Zijn ogen te openen. De knecht keek nog een keer rond en zag allemaal vurige paarden en wagens om zich heen. Eén gebed en de knecht zag de geestelijke werkelijkheid om hem heen.

Soms is één gebed genoeg. “Heer, open onze ogen.” Velen van ons leven in de mist. Ze zien geen hand voor ogen, en doen maar wat. Er is geen wijsheid, er is geen bedachtzaamheid, er is geen heiligheid en geen nederigheid. Ze leven hun leven want ze weten niet beter. Als jij zo iemand bent, bid God dan dat die mist gaat optrekken. En zet je gebed om in actie en ga de Bijbel lezen. Wisten jullie dat als een kleine stad en de hele omgeving daar om heen wordt bedekt door een dikke mist, die mist in vloeibare vorm minder dan een badkuip kan vullen? Al die problemen en obstakels die we zien in het leven zijn in werkelijkheid een paar druppels water. Het is er niet echt. Soms is er maar één gebed nodig, en de mist trekt op.

De natuurlijke wereld die we om ons heen zien is niet de echte wereld. De geestelijke wereld is vele malen echter. Als we God lofprijzen en aanbidden richten we ons op het geestelijke. We onttrekken ons niet aan de realiteit, we erkennen juist de realiteit. Als we onszelf disciplineren in het prijzen en aanbidden van God, thuis en in de kerk, groeien we in wijsheid, bedachtzaamheid, heiligheid en nederigheid. Want we leren te kijken naar God.


Geen reacties

line

Trackbacks/Pingbacks

  1. Wijngaard - preek over aanbidding - de KerkDienst - […] Lofprijs & aanbidding verandert, deel 4 […]

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *