rss search

Lofprijs en aanbidding verandert II

line

Lofprijs en aanbidding verandert mijn kerk.

De vorige keer kwamen we tot de conclusie dat lofprijs en aanbidding steeds meer aandacht krijgt in kerkelijk Nederland, maar dat het ons levens lang niet zo verandert als dat we verwachten. Enerzijds, omdat velen van ons de moeite niet nemen om Jezus dagelijks te aanbidden – één keer per week een half uur is al heel wat – anderzijds omdat er twee dingen missen die onmisbaar zijn: het liefhebben van God boven alles in het leven en het volledig vertrouwen van God met alles wat er gebeurt. Ik hoop van harte dat jullie hier mee bezig zijn gegaan sinds het lezen van deel 1. Waarom schrijf ik dit anders…

Ik blijf er bij, dat lofprijs en aanbidding mijn wereld verandert. Naarmate ik vaker en intensiever de teksten van Psalmen en andere liederen zing, vult mijn hoofd zich met de waarheid. De waarheid over mijn leven en de wereld waar ik in leef. Mijn wereld verandert van een plek waarin ik moet pakken wat ik pakken kan en strijden voor mijn eigen behoud, naar een veilige plek waar alles onder controle is. Niet mijn controle, maar Zijn controle. Dat maakt mij rustiger. Blijer. Vrij.

Is lofprijs en aanbidding dan iets tussen mij en God? Een soort van christelijke stille tijd wat je op je slaapkamer doet met een stapel aanbiddings-cd’s? Nee! Lofprijs en aanbidding is iets wat we samen doen. In onze kerkzalen, tijdens onze kringbijeenkomsten. En als we het zo doen als de Bijbel het ons voorschrijft, zal het een overweldigend effect hebben op onze diensten en onze kerken.

Hoe moeten we dat dan doen, de gezamenlijke lofprijs en aanbidding? Ik ben bang dat het antwoord op die vraag niet prettig zal zijn. Eerlijk gezegd heb ik er zelf best moeite mee. Het is iets wat ik zelf ook niet graag wil horen. Maar het staat in de Bijbel, in het Woord dat God ons gegeven heeft. En daar moeten we het mee doen.  Zoals alle christenen in alle landen en van alle tijden hebben we de neiging om zelf een invulling te geven aan wat lofprijs en aanbidding is. Dat moet niet! Daar gaan we in deel 3 uitgebreid op in: “Hoe mijn wereld en kerk lofprijs en aanbidding verandert”, maar nu richten we ons de vraag hoe bijbelse Lofprijs en aanbidding de kerk kan veranderen.

Ik ga hier een beeld van schetsen, en omdat dat de nodige weerstand zal oproepen, zal ik dat ruimschoots onderbouwen met Bijbelse en zelfs enkele wetenschappelijke argumenten. Tenslotte ga ik in op een aantal bezwaren. Mijn verlangen is dat u op het eind van deze preek begrijpt wat gezamenlijke lofprijs en aanbidding inhoudt en dat het u lukt om u daar aan over te geven.

Wat is gezamenlijke lofprijs en aanbidding? In de eerste plaats een opdracht. Kijken we naar het Oude Testament, met name de Psalmen, dan is het bewijs overweldigend. Heel vaak wordt in liederen opgeroepen om te loven en te prijzen. “Juich voor de Heer, heel de aarde” (Ps. 100:1), “Zing vrolijk in de Heer, rechtvaardigen!” (Ps. 33:1). Waarom zou iemand die in zijn eentje aan het zingen is, anderen oproepen om te juichen of te zingen? Dat doe je samen. Mensen zijn samen God aan het prijzen door elkaar op te roepen om samen God te prijzen. Het Nieuwe Testament geeft de opdracht ook, in Ef. 5:19: “…zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft.” De NBV heeft dit helaas verkeerd vertaald, waardoor de betekenis van de tekst gedeeltelijk verloren is gegaan. De juiste vertaling is: zing tot elkaar psalmen, hymnen en geestelijke liederen. Een lofprijzende gemeente is niet een groep individuen die allemaal tegelijkertijd dezelfde tekst reciteren. Nee, wanneer we lofprijzen praten we én met God, én met elkaar. Als we “Kom prijs de Heer, al gij knechten van de Heer” zingen dan moeten we niet in de verte staren, hopend dat er ergens een knecht luistert. Nee, die knechten zitten op dat moment naast je. Jullie roepen elkaar op, om God te prijzen. Jullie communiceren onderling. Eigenlijk zouden we elkaar moeten aankijken. Eigenlijk zouden we elkaar moeten overtuigen met onze stem, met ons mimiek en met ons lichaam. Zowel lofprijs als aanbidding is iets wat we met ons lichaam doen.
In het vorige stuk hebben we de definitie van aanbidding besproken: “Aanbidding is de daad van het neerknielen, zich neerwerpen of neerbuigen om onderwerping of verering uit te drukken.” Toen legden we de nadruk op de onderwerping en verering. Nu leggen we de nadruk op de daad. Aanbidding is een daad van het lichaam. Niet een geestelijke houding. Een lichamelijke houding. Wij doen dat niet zo vaak. En als we het doen, het liefst achter gesloten deuren. Maar om gezamenlijk op de knieën te gaan, of letterlijk te buigen, dat kennen we niet. “Klopt die definitie?” Ja, die definitie staat als een huis; zo hebben de Israëlieten in Bijbelse tijden aanbidding gedefiniëerd. “Moet het dan? Moeten we nu persé die lichamelijke houding aannemen? Kunnen we het niet op onze eigen manier doen?” Ik kan me voorstellen dat u zich dat afvraagt. Maar ik heb een tegenvraag: “Als wij willen leven naar wat Gods Woord – de Bijbel – ons voorschrijft, mogen we Gods Woord dan aanpassen op het moment dat we het niet zo prettig vinden wat er staan?”

Wat is lofprijs dan? De definitie van de New International Version hanteer ik hier, maar alle andere definities komen op hetzelfde neer: “Lofprijs is het vreugdevol danken en adoreren van God, het vieren van Zijn goedheid en genade.” Lofprijs is net zo lichamelijk als aanbidding. Het is een uiting van vreugde, een uiting van adoratie, het vieren van feest. Lofprijs is niet altijd ‘zingen’. Het is ook juichen, jubelen, schreeuwen. Je hele lichaam is daar bij betrokken, en het is vooral heel erg emotioneel. We hebben de opdracht gekregen om God gezamenlijk te prijzen en aanbidden. Dit betekent dat we met gebruik van ons lichaam en onze emoties ons richten op God en op anderen, om te vertellen hoe groot en liefdevol God is.

Ik kan me voorstellen dat sommige lezers onrustig beginnen te schuiven op de stoel. Ik zit ook niet zo prettig.Maar staan we de Bijbel toe om ons iets te onderwijzen, wat we niet zo prettig vinden? Als de Bijbel er onduidelijk over is, oké. Maar als er overdonderend bewijs voor is dan past het ons om het hoofd te buigen, letterlijk, en te luisteren.

En er is overdonderend bewijs. Ik begin met het Oude Testament. Weet dat wat ik noem maar een hele kleine selectie is. Exodus 33:10 beschrijft hoe het volk neerboog, iedere keer als de wolkkolom voor de ingang van de tabernakel stond. In Deut. 26:10 geeft God de instructie dat iedereen die een graanoffer aan komt bieden, moet neerknielen. In 2 Kron. 7:3 lezen we dat toen het volk, er moeten meer dan een miljoen samen zijn geweest, Gods glorie aanschouwde, iedereen massaal neerknielde met de gezichten naar de grond. Wat een uitzicht moet dat zijn geweest. Mozes is recordhouder. Hij lag 40 dagen en nachten op de grond voor Gods aanwezigheid, vertelt Deut. 9:9. Dit zijn beschrijvingen van hoe mensen aanbaden. Als we meer willen weten over lofprijs, gaan we het best naar de Psalmen. “Alle volken, klap in de handen; juich voor God met luide vreugdezang.” (Ps. 47:1) Klappen hoort dus bij lofprijs. Het is niet iets wat wij zelf verzonnen hebben. Psalm 134 vers 1 en 2: “Kom loof de Heer, alle dienaren van de Heer, u die nacht aan nacht in het huis van de Heer staat. Hef uw handen op naar het heiligdom en loof de Heer.” Ook het opheffen van handen en het staan zijn vormen om te lofprijzen. Psalm 149:3 noemt zelfs het dansen en muziek maken met instrumenten. Alle vreugde, dankbaarheid en andere emoties wordt altijd met het lichaam geuit.

De vrienden van Daniël werden, samen met alle inwoners van het Babylonische rijk, verplicht om een gouden afgodsbeeld te aanbidden. Zij deden dat niet, en dat viel nogal op. Al die inwoners doken namelijk bij het horen van muziek meteen naar de grond. Dat was aanbidding in hun beleving. Daniël zelf had het omgekeerde probleem. Er was een decreet in het Perzische rijk uitgevaardigd, dat iedereen die gedurende 30 dagen een verzoek tot een mens of God zou richten, behalve tot koning Darius, ter dood zou worden gebracht. Daniël bad en prees God drie keer per dag. Hij had er voor kunnen kiezen om in stilte te bidden en te aanbidden. Misschien had hij zelfs wat kunnen mompelen achter een boekrol. Maar nee, Daniël knielde neer om God te aanbidden. Waarom? Omdat Daniël vond dat God aanbidden terwijl je je tanden poetst, geen aanbidding is. Die overtuiging was zo sterk dat hij zijn leven er voor riskeerde. Dat zet ons toch aan het denken?

Ook in het Nieuwe Testament struikelen we, letterlijk, over de aanbidders. De wijzen in het oosten, komen in het huis van Maria en het eerste wat deze hoogwaardigheidsbekleders doen, is dat ze op de grond vallen. En vervolgens het kindje Jezus aanbidden. In de evangeliën lezen we geregeld dat mensen knielen of neerbuigen om te aanbidden. En in 1 Cor. 6:20 worden we opgeroepen om God niet alleen met onze geest, maar ook met ons lichaam te verheerlijken. Bent u daar nog?

Ik sla een enorm scala aan bewijsteksten over, wil alleen nog wijzen op een patroon wat we in de Bijbel vinden. Namelijk dat vaak een natuurlijke daad een geestelijk gevolg krijgt. God vraagt ons gehoorzaam te zijn, iets te doen wat we soms niet eens begrijpen, en vervolgens krijgt dat een enorm geestelijk effect. Ik noem een aantal voorbeelden:

  • Mozes werd, tijdens een veldslag met de Amelekieten, opgedragen zijn armen omhoog te houden. Hij had geen enkel idee waarom, wordt duidelijk uit de context van het verhaal. Het lag meer voor de hand dat hij leiding zou geven aan de veldslag. Maar hij was gehoorzaam en hield zijn armen omhoog. Deze lichamelijke pose zorgde er voor dat het legere van de Amelekieten verslagen werd (Exodus 17:11).
  • Josafat werd aangevallen door drie volken tegelijkertijd. God draagt hem op om zangers op te stellen op het slagveld. Dat is nog wel te doen, maar de zangers komen vóór de gewapende mannen te staan. Josafat begrijpt dit niet, maar doet het wel. Dan staat er in 2 Kron. 20:22: “Juist op de tijd dat zij met gejuich en lofzang begonnen, legde de Heer hinderlagen … en [de volken] werden verslagen.” De natuurlijke, lichamelijke daad van het lofprijzen en aanbidding heeft een geestelijke gebeurtenis in gang gezet.
  • Ook in het Nieuwe Testament zien we dit terug. Handelingen 16 beschrijft hoe Paulus en Silas gemarteld worden, en zonder enige vorm van proces worden opgesloten. Hun reactie is één die sterk tegen het gevoel in gaat. Vers 25: “Omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen lofzangen voor God.” Het effect van deze gehoorzaamheid is, dat er een aardbeving ontstaat, alle deuren open komen te staan, en de cipier uiteindelijk tot geloof komt in Jezus.

 

Drie voorbeelden van lichamelijke gehoorzaamheid, met grote geestelijke gevolgen. Ik geloof dat dit principe nog steeds van kracht is. Als wij in gehoorzaamheid God loven en aanbidden, dan verandert dat de kerk. Maar als we alleen maar een klein deel van ons lichaam willen gebruiken, als alleen onze mond beweegt, is het dan vreemd als we maar weinig merken van de kracht van lofprijs en aanbidding in ons leven.

Lofprijzen en aanbidden doe je met je geest, je emoties en je hele lichaam. Dat leren we uit Gods woord, maar we krijgen steun uit de hoek van de wetenschap.

Wat we allemaal weten is, dat aan ons lichaam te zien is hoe we ons voelen. Ik uit wat ik voel. Echter brengen recente onderzoeken aan het licht dat het omgekeerde ook waar is: Ik voel, wat ik uit. De manier waarop we ons lichaam gebruiken heeft invloed op hoe we ons uiteindelijk voelen. Tijdens een onderzoek zijn mensen gevraagd om een krachtdadige houding aan te nemen, voor ongeveer zes minuten. Daarna gingen ze een sollicitatiegesprek aan. Vergeleken met de controlegroep voerden ze betere gesprekken, ervoeren ze meer zelfvertrouwen en veranderde zelfs hun hormonale huishouden. Het ene na het andere experiment toont aan: je emoties volgen je lichamelijke houding net zo vaak als dat je lichaam volgt op je emoties. Het werkt vaak als een neerwaarts of opwaartse spiraal. Als je je slecht voelt, laat je je schouders hangen en ga je je nog slechter voelen. Maar als je je slecht voelt, en je gaat toch God prijzen met je lichaam, dan verdwijnt dat slechte gevoel. Je voelt meer en meer wat je belijdt.

Laat daarom je lichaamshouding niet afhangen van hoe je je voelt, maar van de waarheid van de teksten die je zingt. Uiteindelijk zal je gevoel volgen. En als anderen zien hoe jij God lofprijst en aanbidt, werkt dat aanstekelijk. Ook zij worden versterkt en bemoedigt door jouw – lichamelijk geuitte – lofprijzing en aanbidding. Dat is overigens ook de reden dat we voorzangers en voorzangeressen op het podium hebben. Zij nemen de gemeente in lofprijs en aanbidding, met hun stemmen en lichaamshouding, de gemeente neemt het van hen over, en de vocalisten worden weer geïnspireerd door de gemeente. Ik ben er sterk van overtuigd dat zulke lofprijs en aanbidding de kerk verandert. Dat je opgewekt, verfrist en veranderd de dienst uitgaat.

En toch wekt het idee van lichamelijke lofprijs en aanbidding weerstand op. Het idee van een enthousiaste zangdienst spreekt iedereen wel aan, maar jullie hebben waarschijnlijk hetzelfde als ik. Moet ik dan dingen doen die ik eigenlijk niet durf?  Wil God dat ik uit mijn comfort-zone stap. Ben ik dan wel mezelf? Moet ik iets forceren? Om het praktisch te maken noem en beantwoord ik een aantal bezwaren.

1. Stoten we bezoekers niet af?

Ik denk het niet. Ik ken verschillende mensen die ooit in hun leven naar Israël zijn gereisd, en twee van hen vertelden onafhankelijk van elkaar over de viering van het begin van de Sjabbat, bij de klaagmuur. Het dansen en het enthousiasme had een diepe indruk op hen achtergelaten. De Joodse cultuur en ook de Joodse godsdienst was hen niet eigen, maar het enthousiasme, iedere week weer. Deze twee mensen spraken er alleen maar positief over.
Als we ons enthousiasme uiten zal het juist interesse opwekken bij bezoekers. Ze zijn dat enthousiasme alleen gewend in uitgaansgelegenheden, of naast sportvelden. Nu zien ze dat het ook in de kerk gebeurt.

 

2. Ik voel het niet zo, en wil niet onecht zijn.

In Habakuk 3 staat: Al zal de vijgenboom niet in bloei staan,
en er geen vrucht aan de wijnstok zijn,
al zal de opbrengst van de olijfboom tegenvallen
en zullen de velden geen voedsel voortbrengen,
al zal het kleinvee uit de kooi verdwenen zijn
en er geen rund in de stallen over zijn –
ik zal dan toch in de HEERE van vreugde opspringen,
mij verheugen in de God van mijn heil.

Is Habakuk onecht? Hij springt van vreugde op, temidden van de diepste ellende. Hij baseert de bewegingen van zijn lichaam op zijn geloof, en niet op zijn gevoel. Je hoeft dus niet te wachten op een bepaald gevoel voordat je gaat staan of je hand opheft.

 

 3. Het is niet mijn ding.

De mensen die dit denken wil ik vragen wat zelfonderzoek te doen. Wat is niet je ding? Enthousiasme uiten? Liefde tonen? Sommige mensen hebben daar moeite mee. Dat heeft vaak te maken met het verleden van deze mensen. Als jij tot die groep behoort, forceer dan niets. Maar vraag de Heilige Geest om de wonden die geslagen zijn te genezen.

Andere mensen die dit denken, kunnen echter op het sportveld, op het werk of thuis heel erg enthousiast en liefdevol zijn. Ze hebben echter geleerd dat dat niet zo hoort in de kerk. Dat is een leugen. Zowel het Joodse volk als de vroege kerk kon feesten, huilen, juichen. Wij kunnen het ook.

 

4. Worden we dan niet zo’n extreme gemeente?

Een schrikbeeld voor velen is een gemeente waar word gegiecheld, gegild, gehuild, gemekkert, gehinnikt en ga zo maar door. Persoonlijk denk ik niet dat de Bijbel ons daar toe oproept. Sterker nog, Paulus geeft een duidelijke instructie, aangaande kerkdienst: “Laat alle dingen op een gepaste wijze en in goede orde gebeuren” (1Cor. 14:40). Deze bijbeltekst vertelt ons twee dingen. Ten eerste dat de diensten van de vroege kerk soms levendig en enthousiast waren, en ten tweede dat het de bedoeling is dat op dat gebied soms enige balans aangebracht moet worden.

 

5. Onze gemeente is er nog niet klaar voor.

Als mensen dat zeggen, dan maakt dat me verdrietig. Een vriendin van mij is tijdens een zangdienst in haar kerk gaan knielen op het podium. Ze heeft veel kritiek over zich heen gekregen. Terwijl ze eigenlijk alleen maar aanbad zoals dat op bijna iedere bladzijde van de Bijbel te vinden is.

Een vriend van mij, die voorganger is in een reformatorische kerk, heeft gemeenteleden uitgenodigd om na de preek te knielen bij het liturgisch centrum. Velen gaven gehoor en ervoeren de beste dienst sinds tijden, maar ook deze voorganger heeft de wind van voren gekregen.

Heel veel mensen in heel veel verschillende kerken willen niet dat lofprijs en aanbidding lichamelijk wordt uitgedrukt. “Dat is niets voor onze gemeente,” zeggen ze. Maar feitelijk zijn ze er zelf niet klaar voor. Want als je tijdens de lofprijs en aanbidding aan elkaar gaat laten zien wat er diep in jou gebeurt, voel je ontzettend kwetsbaar. En dat houdt de meesten van ons tegen.

 

Beste lezers, mag ik jullie vragen om de komende tijd steeds kleine stapjes te zetten? Klap eens enthousiast mee als anderen beginnen te klappen. Durf eens te knielen in de rij als anderen dat doen. Hef je handen eens op om overgave uit te drukken. Doe het op je eigen tempo, maar blijf niet in je comfort-zone zitten. Laat je broers en zussen zien hoe jij je geloof beleeft. Laat lofprijs en aanbidding niet alleen jou, maar de hele kerkdienst, de hele gemeente veranderen.