rss search

Het is maar aarde-werk

line

Onze oudste dochter leunt tegen de basisschool-leeftijd aan en wordt steeds slimmer. Ze leert niet alleen hoe alles in de wereld werkt, maar kan zelfs haar eigen conclusies trekken. Zo had ze geleerd dat je bij een voetgangers-oversteekplaats op een knop moet drukken, wil je dat het stoplicht op groen springt. Een tijdje later stonden we met de auto voor een rood stoplicht. Dat duurde Lilian iets te lang, dus zei ze: “Hé, waar is het knopje nou?”

Natuurlijk hebben we onze beide dochters regelmatig complimenten gegeven over hun slimheid, maar mijn vrouw las laatst een kort artikeltje in een blad en we zijn gaan betwijfelen of dat nu wel een goed is. Als wij onze dochters regelmatig bevestigen omdat ze intelligent, handig, sportief, mooi of muzikaal zijn, wat gaan ze denken wanneer ze later een schooljaar niet halen? Of het laatste worden in een team worden gekozen bij een sportwedstrijd? Of wanneer op een gruwelijke ochtend een weerzinwekkend jeugdpuistje de kop op steekt? Of twintig tegelijk? We zullen ze hebben geleerd dat ze bevestigd worden op grond van hun prestaties. Dat je alleen okay bent als je er op een bepaalde manier uitziet of bepaalde talenten bezit. Willen we onze dochters zo opvoeden? Nee. Daarom proberen we hen nu te complimenteren voor hun inzet. We zeggen nu vaker: “Wat heb je jezelf mooi gemaakt” of “Wat goed dat je zo geconcentreerd bezig bent met kleuren”, of: “Wat heb je goed je best gedaan”.

En zo zou het ook op het podium in de kerk moeten zijn. Wat minder van: “Wat heb je een mooie stem” en wat meer van: “Wat goed dat je alle teksten al bijna kent.” Wat minder van: “Wat ben jij een getalenteerde muzikant”, en wat meer van: “Gaaf dat je trouw op de oefenavond komt”. Laten we elkaar vaker beoordelen op grond van onze inzet en motivatie, dan op grond van onze talenten.

Waarom? Om twee redenen. Ten eerste om te voorkomen dat iemand onder ons trots wordt. Ten tweede om te voorkomen dat iemand onder ons de moed verliest. Laat me dat tweede uitleggen.

Het leven is namelijk niet zo dat je altijd op je toppen presteert. Het leven is soms vermoeiend, verwarrend, oneerlijk en ronduit pijnlijk. Als je dan op de oefenavond komt en het gaat alleen maar om presteren, kwaliteit verhogen, de gemeente dienen en het rechtzetten van ieder zestiende nootje, dan gaan we onszelf vroeg of laat tegenkomen. Want dat lukt niet altijd. Iemand die vermoeid is, is niet geconcentreerd. Iemand die verdrietig is, heeft geen authentieke uitstraling bij “Alle mensen dansen, want… wij zijn zo vrolijk!” En iemand die worstelt met zijn geloof, wil eigenlijk helemaal niet zingen of spelen. Liever wil hij of zij een avondvullend gesprek met een wijze medemuzikant. Kan dat en mag dat bij jullie? Zijn de muziek- en techniekteams prestatie-georiënteerd of inzet-georiënteerd? Wordt God geëerd door de prestaties tijdens kerkdienst en de oefenavonden, of wordt God geëerd door de inzet en het enthousiasme van de mensen?

Ik hoop het laatste, want dat is niet alleen goed voor iedere individuele medewerker, maar ook voor de gemeente als geheel. Jezus wordt namelijk niet zichtbaar door topprestaties, maar door mensen heen. Echte mensen. Lees maar in 2 Kor. 4:7:

7 Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. 8 We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. 9 We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. 10 We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. (NBV)

Het is heel gewoon voor een Christen om onder druk te leven. Niemand van ons wordt gespaard. En Paulus vergelijkt ons daarbij met een aarden pot. Zo’n pot had twee eigenschappen. Het was niet zo waardevol en het ging gemakkelijk stuk. Ten eerste Paulus benadrukt hiermee dat al jouw talenten, prestaties, uiterlijk en intellect maar beperkt is. Het heeft niet veel waarde. Dit in tegenstelling tot de enorme schat die in jou is. En het tweede wat Paulus benadrukt is, dat je gemakkelijk kapot gemaakt kan worden. De omstandigheden kunnen je talent, je energie, je gezondheid, je plek in de maatschappij gemakkelijk wegnemen.

Maar wat gebeurt er als de pot onder druk komt te staan en klappen oploopt? Wat ga je zien op het moment dat de stukken er af vliegen en je zelfs breekt? Goud. Zilver, diamanten. Een schat! Het zwak zijn en beschadigd worden is blijkbaar niet alleen onvermijdelijk, maar zelfs nodig voor de gemeente. Klinkt dat te radicaal? Lees dan 2 Kor. 12:10 eens:

Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.

Hoeveel goud en zilver durf je te laten zien aan de medewerkers om je heen? En hoeveel goud en zilver mogen de mensen zondag in de zaal zien, als je op het podium staat? Wat als we kwetsbaar durven te zijn, eerlijk over wie we zijn en hoe we leven? Wat als we allemaal echt zijn en echt laten zien wat we voelen en denken? Zou dan ons hele christelijke wereldje uitelkaar barsten? En komt dan misschien alle goud en zilver tevoorschijn?

Het is moeilijk en spannend om jezelf te delen met anderen. Maar niemand is volmaakt. We zijn allemaal gebarsten aardewerk. En we bevinden ons in goed aardewerken gezelschap (overgenomen uit The Emotionally Healthy Church van Peter Scazzero):

  • Mozes stotterde.
  • David’s wapenrusting paste niet.
  • Johannes Markus liet Paulus in de steek.
  • Timotheüs had last van een maagzweer.
  • Hosea’s vrouw was een hoer.
  • De enige opleiding die Amos heeft gehad, was op een boerderij werken.
  • Jacob was een leugenaar.
  • David ging vreemd.
  • Naomi was een weduwe.
  • Paulus had een doorn in het vlees.
  • Mozes was een moordenaar.
  • Jona liep weg voor Gods wil.
  • Thomas twijfelde.
  • Jeremia was depressief en suïcidaal.
  • Elia kreeg een burn-out.
  • Martha maakte zich voortdurend zorgen.
  • Noach was een dronkaard.
  • En Petrus had een kort lontje.


Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *